01 12 2000 Werkgroep AGL
Naar een echte Limburgse spelling (1)
Van tuinslang naar Veldeke-spelling

De geschiedenis van de Limburgse spelling is eigenlijk heel kort omdat ze onbestaande is.
Iedere auteur spelt eigendunkelijk. Dat levert voor de dialectlezer een nukkig woordbeeld op, waardoor hij inderdaad ieder woord letterlijk (= letter-voor-letter) moet spellen. Het resultaat van deze tijdrovende oefening moet hij evalueren en analyseren om vervolgens in de uitkomst van die berekening een woord te ontdekken (of verbijsterd te constateren dat hij er niks van snapt).

De dialectvereniging Veldeke heeft al een paar keer geprobeerd deze algebra te vereenvoudigen met spellingsvoorstellen uit 1942 en 1983. Maar -met alle respect voor deze inspanning- de Veldeke-spelling is geen spelling maar een fonologisch transcriptiemodel voor plaatselijke uitspraak.
Een boek lezen in de Veldeke-transcriptie is hetzelfde als een bord erwten met een kaasprikker opeten. Het is een oefening in geduld en volharding. Nog een geluk dat de Limburgse boekjes, die in deze spelling verschijnen zeer dun zijn, zodat de lezer snel uit zijn lijden verlost is.

Halfslachtig
Het Veldeke-richtsnoer balanceert halfslachtig op het midden tussen fonologische en fonetische spelling. Het is een leidraad maar geen maatstaf voor een geschreven woordbeeld.

In 1994 deed Paul Prikken in 'de Taal van de Maas' een poging om tot een daadwerkelijke spelling van het Maaslands te komen. Dit leverde in ieder geval een sterk vereenvoudigde schrijfwijze op waarin overwegend de regels van de Nederlandse spelling werden toegepast. Verder werden in deze spelling principes van de Veldeke-transcriptie gebruikt, maar leverde de Taal van de Maas toch al een rustiger woordbeeld op voor de lezer.

Het spellingsvoorstel van de werkgroep AGL gaat een stap verder volgens het beginsel: "Liever analogisch dan fonologisch"
Dit wil zeggen: liever een woord spellen naar analogie met het Nederlands dan fonologisch volgens de verschillende uitspraakvarianten.

De werkgroep was eigenlijk een beetje ontdaan over de weerstand die deze eenvoudige regel oproept. Nochtans wordt deze in alle geschreven talen toegepast. Het Latijn, waarin toch de Bijbel is verspreid, is er een voorbeeld van. Men kan alleen maar gissen naar de manier waarop het werd uitgesproken in het immense Romeinse rijk en het werd oorspronkelijk zelfs in Grieks schrift opgetekend. Toch is dit Latijn binnen de kerk nog altijd een communicatietaal en staat het nog altijd als klassieke leerstof op het programma in scholen en universiteiten.

Tuinslang
In hun adviezen aan de Provinciale Staten werd het AGL door o.m. de universiteiten van Leuven en Nijmegen neergesabeld.

Wij hebben de moeite genomen om die adviezen eens na te lezen en zo lezen we in het advies van professor R. Van Hout uit Nijmegen (toch niet de minste), dat aan de feitelijke taaldiversiteit tegemoet gekomen kan worden 'door te kiezen voor een flexibel orthografisch systeem dat rekening houdt met de bestaande fonetisch-fonologische en lexicale verschillen'. (zie archief, laatste deel)

Kom, kom, professor: een flexibel orthografisch systeem...
Orthografie dat is in het Duits 'Rechtschreibung' en in het Frans 'orthographe' en van een flexibele orthografie hebben ze daar nog nooit gehoord.
En ook een flexibel systeem is een contradictio in terminis.
Ja, een tuinslang is een flexibel systeem om water van de kraan naar een verschraald uienbedje te brengen. Maar dat noemen we dan ook gewoon: tuinslang!

(p.p.)