01 12 2000 Werkgroep AGL
Naar een echte Limburgse spelling (3)
Vreemde vissen in het Limburgs water

Iedere taal importeert woorden uit een andere. Deze nieuwe of vreemde woorden scheppen overal hetzelfde probleem: hoe moeten we die spellen? Vooral als ze uit een taal komen waar ze met hetzelfde (Latijnse) alfabet als het onze geschreven worden. Iedere taal zoekt daar een broos evenwicht tussen de fonologische spelling (volgens de uitspraak) en de historische (of etymologische) spelling (volgens de herkomst).

Historisch gespeld worden bijvoorbeeld in het Nederlands: chauvinisme, computer, internetprovider, überhaupt, trainer, coach, sticker, blouse, blousje, aspirine, machine. Fonologisch gespeld worden: kabinet, komiek, gletsjer, antiek, artisjok, bloesje, aspirientje, machientje.

Hoe grillig en vaak onlogisch de spelling kan zijn blijkt uit de woorden blouse, aspirine en machine. Zolang ze niet verbogen worden, is er geen probleem om de historische spelling aan te houden. Maar komt er bijvoorbeeld een verkleinwoord bij kijken, waarvan de uitgang uiteraard niet in de vreemde taal bestaat, dan wordt het woord opengebroken en in de orde van de bastaardwoorden geforceerd: aspirientje, bloesje, machientje.

(Het verkleinwoord voor 'blouse' was in het oude Groene Boekje 'bloesje', in het nieuwe is dat 'blousje', of zelfs 'blousetje'. Van de twee compromissen is er eigenlijk geen een dat deugt. Maar de nieuwe spelling deugt zeker niet: men moet al weten dat het van het Franse 'blouse' komt, om het correct uit te spreken.)

Geen enkele taal kan starre logica in de spelling handhaven, en dat hoeft ook niet. Binnen de werkgroep tekende zich op een gegeven ogenblik een polarisatie af tussen de fonologen, die een spelling voorstaan die zo ver mogelijk afwijkt van het Nederlands (zoals het Fries systeem) en de etymologen. De etymologen vonden het van hun kant geen bezwaar dat een woord met een onveranderde spelling uit het Nederlands werd overgenomen: cent blijft cent (niet sent), chauvinisme (niet sjovinisme).

Uiteindelijk werd de verstandige oplossing gekozen aan de hand van een vuistregel met twee simpele vragen, die iedere spellingtwijfelaar zich kan stellen:

1. Wijkt de uitspraak in het Limburgs af? = fonologisch spellen
2. De uitspraak wijkt niet af. = historisch spellen.

Dit maakt in ieder geval een einde aan een hoop spellingsonzekerheid zoals de Friezen die zich op de hals hebben gehaald. Overdadig en bovenmatig 'verlimburgsen' leidt tot onherkenbare woordbeelden, die door de lezer 'letter-voor-letter' gespeld moeten worden. De overname uit het Nederlands is inderdaad groot, maar die hoeven we niet te camoufleren onder een nieuwerwetse spelling.

(p.p.)