Algemeen Geschreven Limburgs (AGL):
HELDER WATER UIT EEN OUDE BRON
 
AGL, Algemeen Geschreven Limburgs, is een begrip dat een tiental jaar geleden door journalist Wim Kuipers geďntroduceerd werd.
In zijn wekelijkse rubriek 'De Letterbak' in Dagblad De Limburger vroeg Kuipers zich af of er geen eenduidige schrijftaal moest komen voor de taal die tussen Rijn en Maas gesproken wordt.
De invalshoek
De invalshoek "Geschreven Taal" is hier belangrijk. Geschreven Taal is niet noodzakelijk een fonetische weergave van de gesproken taal.
De bekende Romaanse en Germaanse talen bedienen zich van een alfabet waarmee een fonologische weergave van het gesproken woord nagestreefd wordt. Iedere taal hanteert hier technieken die sterk afwijken van de gesproken werkelijkheid. Maar, aangezien al deze grote talen standhouden, is er geen reden om te twijfelen aan de doeltreffendheid of de acceptatie van de methode.
Voor het Engels, Spaans, Portugees en Frans strekken deze systemen zich zelfs uit over verschillende volkeren en continenten. Men mag dus aannemen dat een eenvormig schriftsysteem ook in een gebied als Limburg toepasbaar is.
De methode
De geschreven taal ontkent niet dat er uitspraakverschillen zijn, maar stoelt op de overeenkomsten en verbanden tussen dialecten van een taal of van een streektaal.
Iedere geschreven taal is een compromis en is niet noodzakelijk de gemene deler van alle uitspraken en klanken, die binnen een bepaald gebied voorkomen.
Het AGL overkoepelt een taalfamilie van ongeveer 1 miljoen sprekers én verstaanders. Zonder taalconvenant is het echter onmogelijk van een spreker een schrijver te maken of van een verstaander een goede lezer te maken.
Taalbouwstenen
De bouwstenen van iedere taal, in dit geval van een groep dialecten binnen een bepaald gebied, zijn universeel:
- het woordgebruik (betekenis en cultureel erfgoed)
- de woordvorming (verbuiging, vervoeging, grammatica)
- de zinsbouw en eigenheid (idioom)
In de evolutie van een gesproken taal naar een geschreven taal ligt de uitspraak weliswaar aan de oorsprong maar is later geen wezenlijke taalbouwsteen.
In de taalevolutie staan de taalbouwstenen uiteindelijk los van de oorspronkelijke uitspraakvarianten of klanken en zijn ze:
- de elementen van een duidelijk en bevattelijk taalsysteem
- de grondslag van iedere (algemene) taal als cultureel erfgoed
- de elementen die van de taal het communicatiegereedschap maken, dat als kunstvorm gehanteerd wordt (proza, dichtkunst).
De kwaliteit van die geschreven taal, de frisheid en vernieuwing staan dus los van de uitspraak.
Het verschil met de huidige situatie
Streektalen of dialecten schrijven of lezen is thans moeilijk omdat er geen eenduidige spelling bestaat.
De schrijver én de lezer moeten de taal letter voor letter samenstellen, zonder houvast aan overeengekomen regels en vooral zonder traditie of continuďteit.
AGL kan goed geschreven én gelezen worden vermits de afspraken en conventies berusten op bekende en bewezen schriftsystemen.
AGL is ook geschikt voor voordrachten: een schrijver kan in heel het Limburgse taalgebied voorlezen, want elke belangstellende dialectspreker zal het AGL begrijpen.
AGL is geen spellingssysteem voor dialecten
Er is een verschil tussen het AGL en het spellingssysteem voor Limburgse dialecten zoals dat door de Vereniging Veldeke werd voorgesteld (1983 'Aanwijzingen voor de Spelling van Limburgse Dialekten').
Met alle respect voor de verdiensten van dit systeem, moet opgemerkt worden dat het begrip 'spelling' hier een beetje ongelukkig gekozen is. De Veldeke-richtlijnen zijn in wezen een methode voor de transcriptie van fonetische eigenschappen of kenmerken in verschillende dialecten, maar eigenlijk géén spelling in de taalkundige betekenis van het woord. Het is een benaderende schrijftechniek, een transcriptie zoals wij die in het Nederlands kennen voor woorden uit andere talen (denk hier aan onze schrijfwijze voor namen uit het Russisch, het Grieks, het Arabisch...)
De Veldeke-transcriptie stelt bovendien geen eisen aan de eenvormigheid of de toepassing ervan. "Als je dit hoort (of denkt te horen) kun je dit op deze manier schrijven".
De spelling van het AGL, daarentegen, is een spelling in de ware taalkundige betekenis van het woord: een consistent systeem dat weliswaar spellingsregels oplegt maar van de andere kant ook een gemeenschappelijke fonologische basis bevat.
Die basis is de taal van de Maas, het Limburgs zoals het gesproken wordt in een breed gebied tussen Maastricht en Venlo.
Hoewel het AGL (nog) nergens zo gesproken wordt als het eruit komt te zien, is het geen kunsttaal maar een overkoepelende taal die het beste van de dialecten in zich verenigt.
Schrijvers kunnen en zullen dat AGL verder ontwikkelen. Hiertoe komen er een grammatica, een woordenboek en een boek met het eigene van het Limburgs.
Langzaam maar gestaag kan dan een belangrijke literatuur in het Limburgs ontstaan.
Paul Prikken
Sittard, 26 oktober 1998