Maastricht - Sittard 01 02 2001 - Er is voor het Limburgs een alles beslissende fase ingetreden. Een streektaalfunctionaris moet samen met de Raod veur 't Limburgs dat Limburgs opwaarderen, redden, bevorderen - noem maar op. Dat dient zonder herrie te gebeuren, en de Werkgroep AGL werkt dan ook van harte mee. Een slotconclusie na maanden verwarring: zie de meer dan zeventig artikelen in ons Archief.

Same mit de wiesman

"Alles wat de status van het Limburgs kan verhogen."
Zo luidt de eerste zin van het eerste vraaggesprek met de eerste streektaalfunctionaris voor de Limburgse taal, dr. Pierre Bakkes (zie artikel in ons archief) Hij vindt dat de belangrijkste taak van een streektaalfunctionaris.
En hij vervolgt meteen met: "Mensen wijzen op wat er allemaal is, wat er allemaal kán in het Limburgs."

Prachtige, moedgevende uitlatingen. Ook wij putten daar moed uit. Tenslotte wil de Werkgroep AGL niets anders. Dat wij ervan overtuigd zijn dat een eenheidstaal, een in hoge mate geschreven eenheid binnen het Limburgs, de status van dat Limburgs enorm kan verhogen - daar zullen we ook de streektaalfunctionaris nog wel eens overtuigen. Hij zei in het radioprogramma Station Zuid dat zo'n eenheid nog wel 80 à 90 jaar duren kan. Ach: misschien begrijpen we mekaar nog niet zo goed.

Esperanto-Limburgs
Dat moet wel gebeuren - zei hij ook in dat gesprek voor L1-Radio. Prima. Jammer echter dat de vereniging Veldeke blijft stoken. In een brief aan alle statenleden (zie in ons Archief, dd. 20 01 2001) heeft het bestuur van Veldeke het opnieuw over "een op bepaalde dialecten gebaseerd esperanto-Limburgs." Hoogstwaarschijnlijk is het AGL bedoeld.
Nog maar eens: Esperanto is een verzonnen taal, met geheel verzonnen of op het Latijn gebaseerde woorden. Het AGL echter bestaat alleen maar uit woorden die nu (nog) in Limburg te horen zijn, vooral in een breed gebied langs de Maas. Theoretisch kan iemand uit Sittard, maar dan geen geboren Zitterder, nu al AGL spreken en schrijven. Zie bijvoorbeeld in onze rubriek Forum de reactie van Marcel Gulpers. Zijn grootouders kwamen uit Tegelen, Heerlerheide, Meerssen en Urmond. Hij werd - evenals zijn ouders - geboren in Heerlen, maar toen hij vier was verhuisde hij naar de Roerstreek. Zijn dialect is hierdoor "een echt mengelmoesje" geworden, schrijft hij.

Natejaal
Nou ja: men mag het AGL een mengtaal noemen, maar toch niet iets als Negerengels. Nee: als Wim Kuipers voor de radio een column voorleest in een AGL (een AGL: het AGL is vooralsnog een experiment), dan horen luisteraars die hem al veertig jaar kennen, of luisteraars uit Roermond en omgeving wel wat vreemds, maar gewone luisteraars uit Hegelsom, Hunsel, Holtum, Heer of Heerlerheide zullen niets in de gaten hebben, denken: zo spreken de mensen in Maasniel. Dat is het wezen van het AGL: honderd procent Limburgs, maar zonder al die kleine klankverschillen. Het AGL spelt woorden die in driekwart van Limburg ongeveer hetzelfde uitgesproken worden op één manier. Woorden die geheel anders zijn, zoals kölse of huve (knikkeren), daar blijven we vanaf. Sterker nog: die maken de rijkdom van het Limburgs uit. Het AGL wil het Kerkraadse woord natejaal overnemen, omdat het Limburgs (voorzover wij weten tenminste) geen apart woord heeft voor nachtegaal. Geen schande: het Duits heeft Nachtigall, en het Engels wijkt ook niet wezenlijk af. Nou nemen we nogal wat Engelse woorden over - waarom dan niet een bekoorlijk woord uit Kerkrade: natejaal forever.

Toetsingskader
De natejaal - zullen we zeggen - strooit zijn klanken uit over 't veldeke - maar Veldeke zelf zingt vals. In bovengenoemde brief aan de Staten staat dat het afwijzen van een esperanto-Limburgs de consequentie moet hebben "dat de bestaande dialecten krachtdadig bevorderd worden."

Geen probleem - dat wil de Werkgroep AGL ook, alleen vinden wij het flauwekul gemeenschapsgeld te gebruiken voor het NU nog instandhouden van kleine verschillen in uitspraak en woordgebruik, als die over pakweg zestig jaar al vrijwel verdwenen zullen zijn. Het gaat om het Limburgs.
Maar dan volgt plotseling een EIS van Veldeke, namelijk dat de Staten "dit uitgangspunt als toetsingskader voor benoembaarheid" van de leden van de Raod veur 't Limburgs "logischerwijs" gaan hanteren.

Altijd gelijk
Een bijzonder vreemde eis. Welk uitgangspunt? Het bevorderen van alle 567 verschillende dialecten, zoals beweerd? Hoe moet dat dan? Pakweg tachtig verschillende grammatica's? Driehonderd woordenboeken? Of moeten we begrijpen: al wie tegen een eenheidstaal is, mag niet meedenken en -doen?"

Vragen, vragen, want wat moeten we met uitgangspunten als het bestuur van Veldeke weigert te zeggen wat en hoe? Sterker nog: in deze brief staat letterlijk: "Het (bestuur van Veldeke) zoekt de publieke discussie niet (...)" Met andere woorden: Veldeke heeft altijd gelijk als het gaat om het Limburgs. Wat Veldeke precies wil: daar heeft niemand iets mee te maken.
Wij vinden dit kinderachtig, maar zullen daar verder geen woorden meer aan vuil maken. Integendeel: we gaan - hopen en verwachten we - samen met de streektaalfunctionaris de Limburgse taal verder op weg helpen. Wim Kuipers heeft in zijn column voor de Taallien, onderdeel van Station Zuid van L1-Radio, een eigen woord voorgesteld voor die functionaris: wiesman van oos Taal , kortweg: de Wiesman. Uit die column: "De vreuger wiesvrouw (vroedvrouw: die is ouch wies, dink aan vroede vaderen), die mós wichterkes haole - wie det hoot. Haole - ze wore d'r al: make haje vader en moder veur gezörg.

Zoe ouch oos Taal. Die is d'r al, gemaak door oos elders en grootjes en miense van gans vreuger, mer ze wurt zoegezag noe gebaore en mót greuje, groeter waere.
Det geit lökke. Same mit de wiesman.

Redactie AGL 01 02 2001