Hoogleraar Chronings

In het nieuwe nummer van het maandblad Onze Taal (juni 2001, p. 140-143) staat een interview met dr. Siemon Reker, al zeventien jaar (!) de streektaalfunctionaris van de provincie Groningen, en sinds kort tevens bijzonder hoogleraar Gronings aan de RUG (Rijksuniversiteit Groningen).

Hij is niet zo heel optimistisch over de toekomst van het Gronings, vooral vanwege de gangbare opvatting in Nederland over streektaal. Hij zegt: "Men denkt dat het Gronings een barrière is voor een maatschappelijke carrière. Het dialect moet in die visie afgeleerd worden. Dat is onzinnig. Kinderen kunnen heel goed twee talen tegelijk leren."

Maar zijn eigen zoons spraken vanaf de eerste klas basisschool vrijwel geen Gronings meer, en dan vertelt hij (helaas) weer zijn bekende anecdote van de tennisbaan. Hij "Toen ik een keer op de tennisbaan 'Oet' riep in plaats van "Uit", zei een van mijn zoons: 'Wij zijn hier niet op de boerderij hoor.'"

De interviewer reageert zo: "Daar spreekt toch ook de typisch Groningse gêne uit. Limburgers laten graag horen dat ze uit Limburg komen, Groningers schamen zich voor hun dialect."

Reker antwoordt: "Ik proef dat ook wel, maar het is nooit uitgezocht." Even verder vraagt hij zich af: "En zijn de Limburgers allemaal zo trots? De journalist Frits Abrahams - afkomstig uit Limburg - vertelde me dat er Limburgers zijn die op spraakles gaan om de zachte g kwijt te raken."

En zo zeuren we maar verder. Waarom zouden we trots moeten zijn op een taal die ook door Onze Taal vrijwel genegeerd wordt? Laten we die gewoon gebruiken - overal.

En dan dat gezeur over de zachte G: kan dat niet eens ophouden? De ANWB-Gids kondigde een verhaal aan over 'orchideeën met een zachte G', die van het Gerendal. Denken ze in de polders nu echt dat wij orGideeën zeggen? Laat Onze Taal eens wat aan al die onkunde en vooroordelen doen.

Belangrijker lijkt wat Reker als hoogleraar van plan is te gaan doen.

Hij gaat allereerst een inleidend college Gronings geven. "En ik wil de boer op met studenten om onderzoek te doen. (...) Uiteraard verdiepen we ons ook wat in de letterkunde."

Verder wil hij "in overleg en samenwerking met collega's Fries en Nedersaksisch neerlandici en andere belangstellenden een vak aanbieden dat over de grenzen van het Gronings heen kijkt naar het hele gebied van Noord- en Oost-Nederland. Dat kan bijvoorbeeld een werkcollege zijn waarbij taalverschijnselen uit Overijssel vergeleken worden met kenmerken van het Gronings."

Werkcollege, letterkunde, kenmerken van HET Gronings: zou daar allemaal wel een maatschappelijk draagvlak voor zijn, zoals Limburgse statenleden zich herhaaldelijk afvragen als het om onze taal gaat?

Hier in Limburg lijkt voorlopig - vier jaar na de erkenning van het Limburgs als streektaal - weinig anders te gebeuren dan wat knutselen aan de spelling, een spelling(?) met tien toegestane varianten.