02 07 2001 Citaat van de week.

"Het is gezien de kwaliteit van die verhalen jammer dat Criens in het dialect blijft schrijven. Daardoor beperkt hij zijn publiek tot het Limburgse, en dat is doodgewoon zonde."
Dat schreef de criticus Adri Gorissen , in zijn bespreking van de verhalenbundel Koreaanse nachte van Frits Criens (Dagblad De Limburger 29 06 01).

Wat moeten we hier nu mee? Allereerst: je kunt het woord zonde letterlijk nemen, en dan zondigt Criens door verzuim, stond vroeger in de katechismus. Hij zondigt omdat zijn prachtverhalen niet door Hollanders (en Friezen, Drenten) gelezen kunnen worden. Maar wat daar zo verkeerd aan is, zegt Gorissen niet.
Hij licht ook verder helemaal niets toe. Daarom vragen wij hem: waarom kan iemand maar beter ophouden met in zijn moedertaal (of de taal die hem lief is) te schrijven zodra hij/zij iets van waarde produceert? Geldt dat ook voor Nederlandse auteurs die best in het Engels kunnen schrijven, Grunberg bijvoorbeeld? Hoe zou het vaderland steigeren als twintig literatoren zouden zeggen: wij publiceren voortaan uitsluitend in het Engels? Dan heb je een half miljard potentiële lezers.

Maar wat ons vooral intrigeert en irriteert: waarom kan Gorissen zich maar niet voorstellen dat iemand bewust wil schrijven in het Fries of het Limburgs - bijvoorbeeld om te ontdekken wat voor mogelijkheden die taal heeft, wat hij/zij met die taal kan - of die taal met haar/hem.


En dan dit nog. "We hebben inmiddels een Zwitserse mentaliteit. Ons Limburgs dialect gaf me wel een voorsprong bij het leren van Zwitserduits en Zwitserfrans. Er zijn merkwaardigerwijs veel overeenkomsten."

Geen mening van een taalkundige maar van een ervaringsdeskundige: ex-voetballer Pierre Kerkhoffs (Zondagsnieuws nr. 26, 1 juli 2001). Kerkhoffs is geboren en opgegroeid in Geleen, voetbalde bij PSV, daarna in Lausanne, waar hij bleef wonen.

Opmerking: wie zegt toch altijd dat het Limburgs een dialect is van het Nederlands en verder niet zeuren?