'van Bauhaus naar Krachhaus'
Open brief aan vredestichter Thijs Wöltgens

Op 4 april 2001 onderneemt PvdA-éminence Thijs Wöltgens een poging om de ruzie over het Limburghuis te beslechten (zie ons archief). De filosofische Wöltgens zal eerst de vrede moeten afdwingen en daarna -zoals in Bosnië en Kosovo- een 'peacekeeping-force' moeten organiseren om de stechelaars uit mekaar te houden. Zo gaat dat hier in Limburg: het idee van een Limburghuis werd in tempore non suspecto door AGL'er Wim Kuipers gelanceerd en gretig in het ideeënvacuum van anderen overgenomen. Nog voor de kip eieren kon leggen werd ze de nek omgedraaid. In de hele discussie komen wij (de Werkgroep AGL) niet voor. Wij moeten met de lepra van het Algemeen Geschreven Limburgs buiten de stadsmuren blijven. Gelukkig maar: daardoor bleef ons ook het verstarrende dorpsgekrakeel in het buurtschap bespaard en konden wij in ieder geval stug doorwerken.

Voor ons is het Limburgs 'hobby', voor de 'vreigelaere' aan de bemiddelingstafel van Wöltgens is het 'lobby'. Echter, omdat de Werkgroep AGL het digitale Limburghuis onder zijn hoede heeft genomen, hebben we toch een paar aandachtspunten voor de vredestichter.


Sittard, Maastricht, 03 04 2001

Beste Heer Wöltgens,

Dat Limburghuis, zei dichter Wim Kuipers destijds, dat moet een soort Bauhaus worden. Een Bauhaus niet alleen voor architectuur en toegepaste kunsten maar ook en vooral voor taal en literatuur. Een open huis waar iedereen onderdak kan vinden en waar iedereen terecht kan voor Limburgse cultuur.

Er waren nog meer ideeën in die richting: in 1991 pleitte Peter Boudewijn voor een Huis der Letteren in Limburg.
Aan initiatieven heeft het nooit ontbroken: reeds in 1987 kwamen Cees van Herkhuizen, directeur van het Kreatief Centrum Zuid-Limburg West in Geleen, en theatermaker Ger Bertholet met een plan voor een dialectwerkplaats bij de provincie aankloppen. (Zie ons archief). Ook de Stichting Dol diende in 1996 bij de provincie een voorstel in voor de omkadering van de Limburgse taal in een Limburgs centrum (zie .o.m. ons archief / Brief van de Stichting DOL aan het College van Gedeputeerde Staten van Limburg). Allemaal ideeën en initiatieven waarvan de auteurs zich alleen maar herinneren dat ze tegen een dijk van onbegrip en onwil te pletter zijn gelopen.

Maar, als u nu goed om zich heen kijkt aan uw onderhandelingstafel, dat ziet u dat géén van deze partijen daar vertegenwoordigd is. Dat kan ook niet, want zij hebben geen ruzie gemaakt. Ze hebben ook geen (overheids)geld gekregen en hoefden ook niet te kibbelen over subsidies die ze toch nooit zouden krijgen.

Thans wordt dat Limburghuis als vanzelfsprekend gemonopoliseerd door de drie ruziemakers aan uw tafel. Dat vinden wij nogal curieus. Ze hebben met hun gestechel en gelobby de impasse veroorzaakt maar mogen toch de Bühne voor zich opeisen. Terwijl de andere spelers op het Limburgse cultuurfront in de coulissen moeten blijven staan.

Dat is niet juist. Uw onderhandelingspoging is op deze manier een beloning voor benauwende kortzichtigheid. De spelers aan uw tafel zijn in onmin geraakt over de verdeling van de koek: wie krijgt het grootste stuk, wie heeft het voor het zeggen, op wie gaat het prestige afstralen?.

Als ze -in de plaats van ruzie te maken- ook daadwerkelijk het karige cultuurbeleid van de provincie tot grotere gulheid hadden aangezet, dan was dat Limburghuis er al lang geweest. Dan was de koek ook groot genoeg geweest, zodat alle betrokkenen in het culturele veld een stukje van die Limburgse vlaai konden krijgen. De Werkgroep AGL heeft steeds op het standpunt gestaan dat de provincie méér cultuurgeld en voor iedereen beschikbaar moet stellen (zie ook onze brief in het archief).

En daar zit ook de angel van uw debat. Deze monopoly-spelers willen allemaal het hotel in de Kalverstraat en gunnen een ander geen huisje op de Brink.

Uw onderhandelingstafel is nu een besloten 'krenske', een ongezellige koffietafel na een begrafenis met ruzie over het geld, waar notaris Wöltgens de scherven moet komen lijmen.
Maar ook als u die drie partijen op één lijn krijgt, dan is dat Limburghuis toch nog de begrafenis van de goede ideeën die anderen hebben aangedragen.

Het is niet onze schuld dat het fraaie Bauhaus van toen een Krachhaus geworden is. Maar het is zeer kwalijk: goede ideeën uithollen om ze vervolgens uit eigenbelang de nek om te draaien.

Met vriendelijke groet,

Paul Prikken
Voorzitter Werkgroep AGL