18 12 2006 – Wim Kuipers

Hypercorrecte dominees snappen niks van taal

Even een pauze genomen. Ik had al mijn energie nodig om over de dialectische R na te denken. Daar zit ik nu al twee weken mee. Ik ken verhalen over de rollende R van de Maaskant, waarbij vergeleken de dondeRRRRRRRRRRRRRR maar gemummel zou zijn. Ik ken de Hollandse R die er nauwelijks meej is: dettig weklozen in Heejlen protesteejden …

Maar de redactie Maastricht van Dagblad De Limburger worstelt met de R van een kerk die vroeger van de dominicanen was. Daar is nu een boekhandel in gevestigd. Ineens komt dus de cultuur kijken. Na zoveel eeuwen is er eindelijk de vraag: hoe schrijf je die naam in keurig, officieel goedgekeurd Nederlands? Het was altijd DominikaneRkerk, want iedereen zegt dat zo, maar die R vinden een paar verslaggevers een dialectische R. DominicaneNkerk dus.

SGP

Maar hoezo dialectisch? Ik kan me een collega herinneren uit mijn jaren bij bovengenoemde krant die Hollandser meende te moeten zijn dan echte Hollanders. Hij lette dus zeer streng op Limburgismen in de krant. Weerter vlaai bijvoorbeeld, dat kon niet. Moest zijn: Weertse vlaai.

Ik confronteerde hem met haarlemmerolie, haarlemmerdijkjes (staat ook in de v. Dale), , Groninger koek (idem) en de bekende Weesper moppen, maar zulke lieden zijn op taalkundig gebied strenger dan de SGP: geen al of niet vermeende Limburgismen in de gazet.

Terug naar de Dominicanerkerk. Een ex-collega mompelde: we volgen gewoon de spelling van de boekhandel. Aha. Ik kwam langs een winkelpand waar de hele etalage vol lag met A-4’tjes. Die deelden me mee dat de boekhandel die daar gevestigd was, verhuisd is. Waarheen? Juist: naar de Dominicanerkerk.

Goed: als niemand officieel opkomt voor de Limburse taal, niet zegt wat Limburgs is (zou zijn), niets zinnigs over spelling wil zeggen, dan bepalen journalisten zelf hoe en wat ze schrijven. Ik verwacht daarom dat de wakkere journalisten in Maastricht dit jaar nog alle straatnamen in hun stad gaan verlossen van die dialectische R. Ik heb het dan over de Akersteenweg, de Bergerstraat, de Bosscherweg, de Heerderweg , noem maar op.

Hoho kreeg ik meteen op mijn kop: dat zijn aardrijkskundige namen, en die hebben geen meervoud. Afgezien van het feit dat ik zo maar vijf Bergens op kan noemen (Bergen in Limburg, in Noord-Holland, mag Mons ook mee doen?, etc.): wat is dit voor argument?

Allez: genoeg geknoterd, want toen ik zover was met deze ontboezeming, bezorgde bovenstaande krant me eindelijk eens een mooi moment. Na tachtig jaar verdwijnt het blad van Veldeke – met veel herrie uiteraard. Een van de redenen voor de opheffing: "er staan te veel verschillende dialecten in, wat de artikelen voor veel leden moeilijk leesbaar zou maken."

Juist: dat hebben we vijftien jaar geleden al betoogd. Dat al die verschillende spellingen de leesbaarheid niet bevorderen. Een AGL dus: Algemeen Geschreven Limburgs. Maar ik ga nu niet voor de zoveelste maal schimpen op Veldeke, integendeel: er is meer vreugde in de hemel over ้้n zondaar die zich bekeert dan over 99 redacteuren van De Limburger die het toch allemaal beter weten.

Verdonk?

Maar het kan nog mooier: die krant meldt dat een trein die van Maastricht naar Brussel zou gaan, niet mocht vertrekken, omdat – ik citeer: "de machinist achter het stuur tegen alle regels in, alleen Franstalig was."

Er kwam daarom een tweetalige machinist per taxi naar Maastricht, de trein vertrok met behoorlijke vertraging, waardoor passagiers – meldt de krant – in Brussel hun aansluiting naar Parijs of Londen misten.

Zal ik hier Verdonk bij halen?

Liever niet. Ik constateer alleen dat een krant die bol staat van knulligheden en kromme zinnen angstvallig erop let dat niets maar dan ook niets naar dialect kan ruiken, dat Veldeke doorzet waarmee de club een paar maanden geleden bij de viering van het 80-jarige bestaan begonnen is: zoveel mogelijk spreken en schrijven in het Nederlands, en dat onze overheid het gevaarlijk (?) vindt dat een trein voor de tien kilometer van station Maastricht Centraal naar de grens bij Moelingen bestuurd wordt door een machinist die weinig Nederlands spreekt.

Ik meen maar: waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen, zei Wittgenstein.