09 03 2002 Dagblad de Limburger

Dialectsprekertjes meest taalvaardig

Ron Buitenhuis

MAASTRICHT/VENLO - Leerlingen uit groep 6 van de basisschool die Limburgs dialect spreken, hebben een hogere taalvaardigheid dan jongeren die van huis uit standaard-Nederlands spreken. In vergelijking met kinderen met een ander dialect (Fries, Drents) scoren Limburgse kinderen in alle klassen beter. Anderzijds lopen Turkse en Marokkaanse kinderen hun taalachterstand niet in, zelfs als ze thuis Nederlands met hun ouders gaan spreken.

Dat zijn de opvallende conclusies van drie wetenschappers van de universiteit in Nijmegen, die onder bijna 4500 scholieren onderzoek hebben gedaan naar de relatie tussen thuistaal en schooltaal. De resultaten staan haaks op het in brede kring levende idee dat Limburgers minder taalvaardig zijn dan mensen die van huis uit standaard-Nederlands spreken.

Het onderzoek is ook een streep door het overheidsbeleid dat allochtone ouders juist stimuleert thuis Nederlands te spreken met hun kinderen. Volgens de Nijmeegse onderzoekers is dat geen remedie om de taalachterstand van allochtone kinderen weg te werken.

Het ministerie van Onderwijs plaatst kanttekeningen bij die stelling. "Het onderzoek gaat uit van allochtone kinderen die reeds een achterstand hebben. Maar allochtone ouders die Nederlands spreken met kinderen die nu één of twee jaar zijn, geven hun kinderen gegarandeerd een beter startniveau', zegt woordvoerder Drea Berghorst.

De algemene conclusie van de Nijmeegse onderzoekers over dialecten is dat Limburgs, Fries of Drents als thuistaal geen negatieve effecten heeft op de Nederlandse taalontwikkeling. Andere bronnen melden zelfs dat tweetalig opgevoede kinderen een kleine voorsprong hebben bij het aanleren van een buitenlandse taal. Of Limburgssprekende kinderen het qua taal ook beter doen in de CITO-toets is nooit apart onderzocht. Wel staat vast dat alle dialectsprekende kinderen samen bij de CITO-toets gemiddeld iets lager scoren dan kinderen die standaard-Nederlands spreken.

Anders dan veelal wordt aangenomen, blijken Limburgssprekende kinderen de hoogste taalvaardigheid van Nederland te hebben. Hoe kan dat en ben je met een dialectopvoeding ook maatschappelijk beter af?


(vervolgartikel)

'Opvoeden in Limburgs goed voor taalgevoel'

Ron Buitenhuis

MAASTRICHT/VENLO - Bijna 4500 schoolkinderen uit heel Nederland zijn meerdere jaren getest op hun taalvaardigheid. Zij kregen onder meer zestig (foute) zinnen voorgelegd zoals: 'Daar hij gaat op de fiets' of 'We gaan met de klas naar de diertuin'. Conclusie: kinderen die Limburgs dialect spreken scoren hoger dan kinderen die van huisuit standaard-Nederlands (SN), een ander dialect, Turks of Marokkaans spreken. In het Tijdschrift voor Taalwetenschappen stelt Kees de Bot van de universiteit van Nijmegen dan ook: Limburgssprekende kinderen hebben de hoogste taalvaardigheid.

Dat staat haaks op het breed levende idee dat een opvoeding in het Limburgs dialect een handicap is bij de Nederlandse taalontwikkeling. Hoe kan dat?

De Bot heeft geen sluitende verklaring, wel een nuancering: "Limburgssprekende kinderen scoren in ons onderzoek het hoogst. Dat betekent echter niet automatisch dat ze hoger scoren ómdat ze in het Limburgs zijn opgevoed. Misschien is de betrokkenheid van Limburgse ouders bij alles wat met school te maken heeft wel groter dan elders. Verder is er in Limburg meer bijzonder onderwijs (katholieke scholen), waarvan nogal eens wordt aangenomen dat het niveau er gemiddeld iets hoger is dan bij het algemeen onderwijs (openbare scholen). Ook is bekend dat kinderen uit gezinnen waar de moeder niet of weinig buitenshuis werkt, veelal een iets hogere taalvaardigheid hebben. Ik weet niet of Limburgse moeders vaak buitenshuis werken?'

Het CBS in Heerlen wel: vijftig procent van de Limburgse vrouwen werkt buitenshuis. Dat is iets meer dan in de vier noordelijke provincies, maar minder dan in de rest van Nederland, waar maximaal 57 procent (Utrecht) van de vrouwen werkt.


Dat nogal wat Limburgers zich generen als ze provinciegenoten op tv of de radio Nederlands horen spreken, zegt volgens De Bot niets over de uitkomst van zijn onderzoek. "Wij hebben het over de taalvaardigheid van Limburgse kinderen van 8 tot 10 jaar. Dat is een heel andere taalgeneratie dan de volwassen Limburgers. Het Limburgs dialect van nu neigt qua woordgebruik en klankkleur al veel meer naar standaard-Nederlands dan het dialect dat Limburgers dertig, veertig jaar geleden leerden. Bovendien kijken Limburgse kinderen van nu veel meer naar Nederlandse tv-zenders dan hun (groot)ouders. De media hebben behoorlijk invloed op onze taalontwikkeling.'

Taalwetenschapper de Bot breekt ook een lans voor Limburgse ouders die hun kinderen in het Nederlands opvoeden. "Kinderen in het dialect opvoeden is zeker niet slecht voor de taalontwikkeling, maar er bestaat ook nog zoiets als maatschappelijke wenselijkheid. Wellicht komt een Nederlandstalige opvoeding meer van pas bij een latere carrière, zeker als die buiten Limburg plaatsvindt.'


Ton Vallen, hoogleraar meertaligheid aan de universiteit van Tilburg, is niet verbaasd over de taalvaardigheid van Limburgssprekende kinderen. "Schoolsucces wordt in belangrijke mate bepaald door de sociaal-economische achtergrond van het gezin. Ik denk dat de verschillen tussen de milieus in Limburg minder scherp zijn dan bijvoorbeeld in de Randstad, waar verhoudingsgewijs veel meer analfabeten en allochtonen wonen. Minder allochtone kinderen in Limburg, betekent ook dat Limburgse kinderen al op groep 1 een betere startpositie hebben. Hoe meer Turkse, Marokkaanse en Surinaamse kinderen in de klas, hoe meer achterstand weggewerkt moet worden. Verder speelt een rol dat Limburgssprekende kinderen tweetalig zijn opgegroeid. Daardoor hebben ze meer inzicht in, en zijn ze meer ontvankelijk voor taalverschillen.'

Hoogleraar Carlos Gussenhoven van de vakgroep Engels aan de universiteit in Nijmegen beaamt dat. "Studenten die tweetalig zijn opgevoed beginnen vaak met een voorsprong. Zij hebben soms meer taalgevoel en van huisuit een groter klankenpalet. Dat komt vooral bij het uitspreken van een vreemde taal van pas.'


Voor provinciaal streektaalfunctionaris Pierre Bakkes in Maastricht bevestigt het onderzoek van De Bot c.s. het vermoeden dat hij al jaren heeft. "Ik heb altijd voor een opvoeding in het Limburgs gepleit. Je hebt qua taal gewoon en bredere basis als je op school komt. Studenten die in hun jeugd veel geturnd en gezwommen hebben, hebben ook een voorsprong als ze aan de sportacademie beginnen.'

Hoeveel kinderen worden überhaupt in het Limburgs opgevoed? Actuele cijfers waren gisteren niet te achterhalen, maar eerdere publicaties gaan er van uit dat het dialectspreken elke generatie met zo'n twintig procent afneemt. Zo zou halverwege de jaren negentig nog 64 procent van de ouders Limburgs tegen de kinderen hebben gesproken, in 1965 was dat op veel plaatsen nog negentig procent.


Als de taalvaardigheid van Limburgssprekende kinderen zo goed is, blijkt dat dan ook in de jaarlijkse Cito-toets?

"Dialectsprekende kinderen (niet alleen Limburgs, maar álle dialecten samen) hebben op het Cito-onderdeel taal gemiddeld 39 procent van de vragen goed', weet de Tilburgse hoogleraar Ton Vallen. "Dat is 3 procent minder dan Nederlandstalige kinderen. Surinaamse en Antilliaanse kinderen scoren 36 procent en Turkse en Marokkaanse beiden 33 procent. Helaas is nooit uitgezocht of Limburgssprekende kinderen het als groep beter doen dan de overige dialectsprekers.'


Vallen heeft voor ouders een duidelijk advies: voed je kinderen op in de taal die je zelf het beste beheerst. "Je kunt beter Limburgs dialect spreken dan Nederlands met een hoog Mijnstreek-gehalte, het zogenaamde Huilands. En als vader uit Amersfoort komt en moeder uit Susteren, dan kan hij het beste Nederlands tegen z'n kinderen spreken en zij gewoon Limburgs. Kinderen pakken tweetaligheid heel gemakkelijk op en het vergroot hun taalgevoel. Als vader uit Londen zou komen, zouden ze thuis ook Engels en Nederlands door elkaar spreken.'