Provincie Limburg
NO: I-721-1
 
AAN
PROVINCIALE STATEN
VAN LIMBURG
 
Portefeuillehouder: Eurlings
Hoofdgroep: Welzijn
Bljlage(n) 12
Behandeld M. Snijders
Ons kenmerk 00/55576F
 
Maastricht 19 december 2000
 
Onderwerp
Streektaalfunctionaris en Begeleidingscommissie 'Raod veur 't Limburgs'.
Voorstel
Kennis nemen van en instemmen met de aanbevelingen van de Adviescommissie
Streektaalfunctionaris ten aanzien van:
* de procedure voor de keuze van de streektaalfunctionaris;
* samenstelling en werkwijze van de 'begeleidingscommissie Raod veur't Limburgs';
* de functiebeschrijving van de streektaalfunctionaris.
 
Commissiebehandeling
VCWZC 12 januari 2001
 
Datum PS vergadering Publicatie 26 januari 2001

1. Inleiding
In het kader van de behandeling van het initiatiefvoorstel I-718 "Et rech van et Limburgs" hebben uw staten, met inachtname van al door ons college in gang gezette procedures, het volgende besloten:
 
a. zo spoedig mogelijk een onafhankelijk opererende streektaalfunctionaris zoals omschreven in de brief van gedeputeerde Eurlings van 22 augustus 2000, aan te stellen;
b. de "Raod veur et Limburgs" te installeren met ingang van 1 januari 2001 met als opdracht het onderzoeken van en adviseren aan Provinciale Staten over alle consequenties van de erkenning conform het Europees Handvest deel II van het Limburgs als streektaal;
c. de samenstelling en het concept takenpakket c.q. werkprogramma c.q.taakopdracht van zowel de streektaalfunctionariss als de 'Raod veur et Limburgs' aan provinciale staten voor te leggen;
d. elke twee jaar de werkzaamheden van de streektaalfunctionaris te evalueren;
e. de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen.
 
Omdat naar onze overtuiging dringend behoefte was aan coördinatie en afstemming van het beleid van de beide Limburgen ten aanzien van de streektaal, hebben
wij besloten prioriteit te geven aan het instellen van een grensoverschrijdende adviecommissie. Op deze wijze hebben wij tevens beoogd een breed draagvlak te verwerven, zowel ten aanzien van de streektaalfunctionaris, als ten aanzien van de begeleidingscommissie ("Raod veur 't Limburgs").
Daarenboven was er sprake van gebrouilleerde verhoudingen in het veld van de streektaal, dit mede naar aanleiding van de discussies rond de invoering van het Algemeen Geschreven Limburgs.
 
De adviescommissie heeft alle relevante partijen gehoord en heeft een advies uitgebracht ten aanzien van:
- de procedure voor de keuze van de streektaalfunctionaris;
- de samenstelling en de werkwijze van de begeleidingscommissie;
- de functiebeschrijving van de streektaalfunctionaris.
 
Bijgaand treft u het advies van de commissie aan.
Wij stellen u voor de aanbevelingen van de adviescommissie te onderschrijven. De kosten voor de aanstelling van de streektaalfunctionaris worden gedekt uit de middelen, die beschikbaar zijn in het kader van het Limburghuis en het programmabudget cultuur 2000.
 
2. Samenstelling commissie.
De adviescommissie bestond uit de volgende personen:
Mevr. E. Proesmans van de Directie Cultuur van de provincie Limburg te Hasselt;
Prof. dr. L. Draye van het instituut voor Naamkunde en Dialectologie van de Universiteit Leuven;
Prof. dr. R. van Hout van de afdeling algemene taalwetenschap en dialectologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen;
Ambtelijke ondersteuning werd geleverd door de heren mr. M. Snijders en P. Coenen van de afdeling Cultuur en Sociale Ontwikkeling van de provincie Limburg.
 
3. Inhoud advies van de commissie.
De commissie heeft een advies geformuleerd, nadat een aantal partijen uit het veld zijn gehoord. Het betreft de vereniging Veldeke, de stichting DOL en de Werkgroep AGL. De commissie komt tot de volgende aanbevelingen:
- op korte termijn over te gaan tot aanstelling van een streektaalfunctionaris op basis van de voordracht van Veldeke Limburg;
- de streektaalfunctionaris formeel te detacheren bij de Katholieke Universiteit van Nijmegen en voorlopig (in afwachting van de realisatie van het Limburghuis) onder te brengen bij, hetzij het Limburgs Museum in Venlo, hetzij de provincie Limburg (dus in het gouvernement bij de afdeling Cultuur en Sociale Ontwikkeling);
- de Raod te laten bestaan uit vertegenwoordigers van:
de provincie Limburg te Maastricht;
het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie van de Katholieke Universiteit Leuven;
de provincie Limburg te Hasselt;
de Afdeling algemene taalwetenschap en dialectologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen;
- Veldeke Limburg;
- in de regeling voor de Begeleidingscommissie de mogelijkheid op te nemen dat zij zich voor specifieke aangelegenheden en projecten op ad-hoc-basis kan laten bijstaan door externe deskundigen;
- in te stemmen met bijgaande concepten.
 
4. Impact aanbevelingen adviescommissie
 
Kosten
De totale kosten voor detachering van de beoogde kandidaat bedragen voor een periode van 33 maanden f 257.703,-- (inclusief 10% overhead, doch exclusief reiskosten woon-werkverkeer en huisvestings- en kantoorkosten).
Concreet betekent dit dat betrokkene in beginsel tot en met 31-12-2003 als streektaalfunctionaris kan fungeren. Met ingang van 2004 zou de functionaris, die thans belast is met de afronding van het project Woordenboek Limburgse Dialecten, na gebleken geschiktheid, deze functie kunnen vervullen.
Daardoor is een goede continuïteit gewaarborgd. Bovendien betaalt de Katholieke Universiteit van Nijmegen vanaf dat moment de helft van de kosten van deze functionaris.
Wij zullen de geraamde kosten tot 1-1-2004 ten laste brengen van het Voorbereidingkrediet Limburghuis en het Programmabudget Cultuur (resterende middelen 2000). Voor de periode daarna zullen wij, onder verwijzing naar punt e. van uw besluit van 8 september 2000, een separaat voorstel aan u voorleggen
Interlimburgs werkgebied
 
De provincie Belgisch-Limburg heeft eerder uitgesproken met Nederlands-Limburg samen te willen werken op het terrein van dialect. Over haar betrokkenheid bij de Begeleidingscommissie zal zij evenwel nog een formeel besluit nemen. Door de
samenstelling van een nieuwe Bestendige Deputatie, de daarmee gepaard gaande portefeuillewisseling en het daarmee verbonden beraad over het toekomstige beleid, ligt het in de verwachting dat een dergelijk besluit in het voorjaar van 2001 aan de orde zal zijn.
 
De Adviescommissie adviseert dit in een preambule bij de regeling voor de Begeleidingscommissie op te nemen. Zo nodig kan de regeling op het moment dat de Bestendige Deputatie een besluit heeft genomen, worden aangepast.
Op dat moment kunnen de streektaalfunctionaris en de begeleidingscommissie beide Limburgen tot werkgebied krijgen.
 
6. Voorstel
Wij stellen uw staten voor om bijgaand ontwerp-besluit vast te stellen.
 
 
Gedeputeerde Staten van Limburg,
mr. B.J.M. baron van Voorst tot Voorst, voorzitter.
mr. H.W.M. Oppenhuis de Jong, griffier.
 
 

Bijlage 1 van I-721-1
Advies
inzake de aanstelling van een provinciale streektaalfunctionaris en de instelling van een begeleidingscommissie "Raod veur't Limburgs"
Maastricht, december 2000
Adviescommissie Streektaalfunctionaris
 
INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding
2. Samenstelling van de Adviescommissie
3. Grondslagen voor het advies
4. Hoorzitting
4. 1 Toelichting Veldeke Limburg
4. 2 Toelichting stichting DOL
4. 3 Toelichting Werkgroep AGL
5. Aanbevelingen Adviescommissie
5. 1. De selectieprocedure
5. 2. Samenstelling en werkwijze Begeleidingscommissie
5. 3. Functiebeschrijving streektaalfunctionaris
6. Financiële aspecten en organisatorische onderbrenging
7. Conclusies en aanbevelingen
Bijlagen
 
1. Inleiding
In de nota 'Cultuur lééft in Limburg' heeft de provincie Limburg het voornemen uitgesproken om een streektaalfunctionaris aan te stellen.
Aan onze Adviescommissie is verzocht het College van Gedeputeerde Staten te adviseren over:
- de procedure voor de keuze van streektaalfunctionaris;
- de samenstelling en werkwijze van de Begeleidingscommissie 'de Raod veur 't Limburgs';
- de functiebeschrijving van de streektaalfunctionaris
In het onderhavige advies gaat onze Adviescommissie nader in op deze aspecten. Bovendien heeft onze Adviescommissie enkele aanbevelingen opgenomen over de financiële aspecten en de organisatorische onderbrenging van de streektaalfunctionaris.
 
2. Samenstelling Adviescommissie
Onze Adviescommissie bestond uit de volgende personen:
Mevr. E. Proesmans van de Directie Cultuur van de provincie Limburg te Hasselt;
Prof. dr. L. Draye van het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie van de Katholieke Universiteit Leuven;
Prof. dr. R. van Hout van de Afdeling algemene taalwetenschap dialectologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen;
Ondersteuning werd geleverd door heren mr. M. Snijders en P. Coenen van de provincie Limburg te Maastricht.
 
3. Grondslagen voor het advies
Onze Adviescommissie heeft bij haar werkzaamheden de volgende documenten betrokken:
- de erkenning van het Limburgs als streektaal in de zin van het Europese Handvest;
- het initiatiefvoorstel van PNL d.d. 22 mei 2000 en het wijzigingsvoorstel, zoals ontvangen op 26 juni 2000;
- het besluit d.d. 8 september 2000 van Provinciale Staten van Limburg naar aanleiding van het (gewijzigde) initiatiefvoorstel;
- de tekst van de advertentie, die Veldeke Limburg heeft
geplaatst met het oog op de werving van een streektaalfunctionaris (inclusief de redactionele tekst daarbij);
- de brief d.d. 10 oktober 2000 van de Werkgroep AGL aan het
College van Gedeputeerde Staten;
- de brieven d.d. 12 en 13 september 2000 van de stichting
Dialect- en Cultuuronderwijs Limburg aan respectievelijk de
Gouverneur en het College van Gedeputeerde Staten van Limburg.
Deze stukken zijn volledigheidshalve als bijlage bij dit advies gevoegd.
 
4. Hoorzitting
In haar vergadering van 24 november 2000 heeft onze Adviescommissie Veldeke Limburg, de stichting DOL en de Werkgroep AGL de gelegenheid gegeven hun standpunten
nader toe te lichten. Bovendien heeft onze Adviescommissie van de gelegenheid gebruik gemaakt betrokken partijen op een aantal punten om verduidelijking te vragen. Hierbij waren achtereenvolgens aanwezig: namens Veldeke Limburg: de
heer drs. L. Giesen, namens de stichting DOL: mevrouw L. Robroek en de heer drs. L. Henderikx, namens de Werkgroep AGL: de heren P. Prikken en W. Kuipers.
De "hoorzitting" kan als volgt worden samengevat.
 
4. 1. Toelichting Veldeke Limburg
De heer Giesen deelt mee dat de aanstelling en onderbrenging van een streektaalfunctionaris voorzien is in de procedure rond het Limburghuis. Dit traject heeft enige vertraging opgelopen. Vanwege de noodzaak om, gezien de ontwikkelingen op het gebied van de streektaal, op korte termijn tot invulling van voornoemde functie te komen, is na overleg met de provincie Limburg een sollicitatieprocedure gestart.
Veldeke heeft daartoe een oproep geplaatst in het Tijdschrift Veldeke. Uit de ontvangen reacties heeft Veldeke een selectie gemaakt, met twee kandidaten een gesprek gevoerd en uiteindelijk één kandidaat als geschikt voorgedragen aan Gedeputeerde Staten. Bij de keuze hebben uiteraard de kwaliteiten op het terrein van educatieve en publieksgerichte taken de doorslag gegeven. De voorgedragen kandidaat kan -gezien zijn wetenschappelijke ervaring- de relatie met wetenschappelijke projecten, zoals het Woordenboek van de Limburgse Dialecten, tot stand brengen. Een onmiskenbaar voordeel is bovendien dat de kandidaat genoegen kan nemen met een aanstelling tot 2004. Op dat moment zullen er structurele
middelen voor de functie van streektaalfunctionaris beschikbaar moeten zijn, in afstemming met de Katholieke Universiteit Nijmegen die bereid is bij te dragen aan een functie waarin ook ruimte is voor wetenschappelijk onderzoek naar de Limburgse streektaal.(Vooralsnog tot en met 2007.)
Desgevraagd deelt de voorzitter van Veldeke mee dat de oproep zich niet beperkte tot de leden van Veldeke. De procedure stond voor iedereen open. Veldeke heeft ongeveer 3.300 leden, afkomstig uit limburg, andere delen van het land en Belgisch-Limburg.
Daarmee is de effectiviteit van een dergelijke advertentie in relatie tot de doelgroep van geïntereseerden in en deskundigen op het terrein van dialect naar het oordeel van Veldeke groot.
 
4.2. Toelichting stichting DOL
De vertegenwoordigers van de stichting DOL delen mee de terzake gevolgde procedure niet juist te vinden. Zij geven aan een schriftelijk antwoord te verwachten op hun brieven. Bovendien zijn zij van mening dat zij laat geïnformeerd zijn over de inhoud van deze bespreking. De heren Snijders en Coenen delen mede dat de stichting DOL een schriftelijke reactie van het college op haar brieven tegemoet kan zien na afronding van deze procedure. Tijdens de telefonische contacten tussen de provincie en de stichting is deze laatste uitdrukkelijk geïnformeerd over de inhoud en doelstelling van het overleg met de Adviescommissie.
Vervolgens geven de vertegenwoordigers hun onvrede weer over de gang van zaken rond de streektaalfunctionaris. Zij staan voor een onafhankelijke functionaris, los van DOL, AGL en
Veldeke. Deze functionaris moet gekozen worden op basis van zijn/haar deskundigheid. Een open, democratische sollicitatieprocedure moet daaraan vooraf gaan. De gevolgde procedure heeft zich beperkt tot de leden van Veldeke.
Van de zijde van onze Adviescommissie wordt opgemerkt dat een dergelijke beperking niet in de oproep van Veldeke staat. Aan de stichting DOL wordt gevraagd of zij geschikte kandidaten
voor de functie kent die zij graag wil aanbevelen.
De stichting DOL geeft aan niet direct geschikte kandidaten te kennen. Wel is zij van mening dat de streektaalfunctionaris ook een educatieve functie moet hebben en onderwijskundig
ervaren moet zijn. In dit verband wordt gewezen op de vele onderwijsactiviteiten die de stichting DOL heeft opgezet en onderneemt. Jammer genoeg konden deze projecten niet
uitgebreid worden, omdat de provincie onvoldoende middelen beschikbaar stelde.
Van de zijde van onze Adviescommissie wordt opgemerkt dat de stichting DOL zeer begaan is met de streektaal in Limburg. De provincie ondersteunt echter vooral Veldeke. Zij doet dat,
omdat zij Veldeke in feite als een maatschappelijke organisatie ziet met een breed maatschappelijk draagvlak dat onder meer in haar ledental en organisatiestructuur tot uiting
komt. Gevraagd wordt of de provincie daarmee in de ogen van de stichting DOL een verkeerde keuze heeft gemaakt. Tevens wordt gevraagd of de stichting DOL aangesloten leden heeft.
Van de zijde van de stichting DOL wordt meegedeeld geen aangesloten leden te hebben, doch enkel sympathisanten. Verder is zij van mening dat Veldeke zich meer richt op heemkundige en volksculturele aspecten, terwijl de stichting DOL een toegevoegde waarde kan hebben op educatief en onderwijsgebied. In dit verband wijst de stichting DOL erop dat zij voorstander is van de realisatie van een Algemeen Geschreven Limburgs.
Inzake de samenstelling en werkwijze van de Raod merkt onze
Adviescommissie op dat deze Raod een zware taak toebedeeld zal krijgen en derhalve slagvaardig moet kunnen opereren. Hoe kijkt de stichting DOL er tegenaan wanneer deze raad een beperkte omvang zou krijgen, maar de mogelijkheid bestaat om voor specifieke projecten deskundigheid op ad-hoc bases bij het werk van de Raod te betrekken? Of wenst de stichting DOL een permanente vertegenwoordiging?
De vertegenwoordigers van de stichting DOL reageren hierop verschillend. Participatie op ad-hoc basis vanwege specifieke deskundigheid ligt voor de heer Henderikx het meest voor de hand. Mevrouw Robroek wenst permanente zitting in de Raod.
 
4.3. Toelichting Werkgroep AGL
De vertegenwoordigers hebben hun kandidaatstelling nader toegelicht. Kortheidshalve wordt verwezen naar het in de bijlagen opgenomen document, dat ter vergadering is uitgereikt. Vervolgens wordt nog nader van gedachten gewisseld over de strekking van de oproep in het tijdschrift Veldeke, de structuur en werkwijze van de Raod. De werkgroep AGL is voorstander van een open personeelsadvertentie. Vooraf dient evenwel een kader geschetst te worden waarbinnen de streektaalfunctionaris moet kunnen opereren. In dit verband wordt van de zijde van AGL aangedrongen op de aanstelling van een jonge streektaalfunctionaris, die adequaat kan inspelen op de moderne communicatiemiddelen.
Van de zijde van onze Adviescommissie wordt aangegeven dat de functie, zoals vermeld in het tijdschrift Veldeke, voor iedereen open stond. Gevraagd wordt of de werkgroep AGL geschikte kandidaten voor ogen heeft.
Dit blijkt niet het geval te zijn.
Inzake de samenstelling en werkwijze van de Raod merken beide
vertegenwoordigers op voorstander te zijn van een platte organisatie, bestaande uit taaldeskundigen en met een onafhankelijk voorzitter. Voorts zou door een dergelijke
Raod een politieke oppositie gevoerd moeten worden, teneinde budgetten voor de streektaal veilig te stellen en op te hogen. Ook merken de vertegenwoordigers op niets tegen Veldeke te hebben. Zij zijn er wel voorstander van om te komen tot de
ontwikkeling van een Algemeen Geschreven Limburgs. De streektaal moet meer boven het volksculturele karakter worden uitgetild. De onderwijskant moet meer aandacht krijgen. Zij zijn bereid hun kennis en ervaring op dat terrein beschikbaar te stellen aan de Raod.
Hoe kijkt de Werkgroep AGL er tegenaan wanneer de Raod een beperkte omvang zou krijgen, maar de mogelijkheid bestaat om voor specifieke projecten deskundigheid op ad-hoc basis bij het werk van de Raod te betrekken? De Werkgroep AGL acht dat
een werkbare oplossing en is bereid om ook op ad-hoc basis haar deskundigheid beschikbaar te stellen.
 
5. Aanbevelingen Adviescommissie
De aanbevelingen van onze Adviescommissie aan het College van Gedeputeerde Staten hebben betrekking op drie aspecten. Deze komen hieronder achtereenvolgens aan de orde. Vervolgens wordt
nog ingegaan op de financiële aspecten en de organisatorische onderbrenging. De informatie, die tijdens de "hoorzitting" van de zijde van Veldeke Limburg, de stichting DOL en de Werkgroep
AGL is verkregen, is bij de totstandkoming van deze aanbevelingen betrokken.
 
5.1. De selectieprocedure
Uit de oproep, die geplaatst is in het tijdschrift Veldeke blijkt geen feitelijke beperking. In beginsel had iedereen kunnen solliciteren.
Met een ledenbestand van ongeveer 3.300 kan zelfs worden gesteld dat dit een bijzonder effectieve manier is om geschikte kandidaten te bereiken.
Immers, geïnteresseerden in en deskundigen op het terrein van de dialecten worden via dit blad bereikt, ook als ze niet in Limburg wonen. Het tijdschrift Veldeke kan als een vakblad
beschouwd worden dat voldoende toegang verschaft, direct dan wel indirect, tot potentiële kandidaten voor de functie van streektaalfunctionaris. De gesprekken met de stichting DOL en AGL hebben niet tot de conclusie geleid dat de gevolgde
procedure een of meer interessante gegadigden heeft buitengesloten.
Zonder te willen treden in persoonlijke aspecten is onze Adviescommissie van mening dat uit de mondelinge toelichting door de Heer Giesen op de gevolgde selectieprocedure is komen vast te staan dat deze met de in dergelijke procedures gebruikelijke zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden. Onze Adviescommissie is dan ook van oordeel dat tot de aanstelling van de voorgedragen kandidaat overgegaan kan worden.
 
5.2. Samenstelling en werkwijze Begeleleidingscommissie "Raod veur 't Limburgs"
Voorgesteld wordt:
- een onafhankelijke Begeleidingscommissie in te stellen die getalsmatig beperkt van samenstelling is en zodoende slagvaardig kan opereren. De Begeleidingscommissie bestaat uit vijf leden. Uit deze leden wordt tevens de voorzitter gekozen;
- in de Begeleidingscommissie een zetel in te ruimen voor een door het hoofdbestuur van Veldeke Limburg aan te wijzen persoon. Onze Adviescommissie is van oordeel dat de stichting DOL en de Werkgroep AGL niet als "maatschappelijke organisaties" op het terrein van streektaal kunnen worden beschouwd. Veldeke heeft gegeven haar ledental en haar organisatiestructuur in lokale verenigingen een duidelijk maatschappelijk draagvlak en kan in dat perspectief gezien worden als een maatschappelijk verankerde organisatie inzake de Limburgse streektaal;
- de Raod te laten bestaan uit vertegenwoordigers van:
= de provincie Limburg te Hasselt;
= de provincie Limburg te Maastricht;
= het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie van de Katholieke Universiteit Leuven;
= de Afdeling algemene taalwetenschap en dialectologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen;
= Veldeke Limburg;
 
-in de regeling voor de Begeleidingscommissie de mogelijkheid op te nemen dat zij zich voor specifieke aangelegenheden en projecten op ad-hoc basis kan laten bijstaan door externe deskundigen. Onze Adviescommissie denkt hierbij bijvoorbeeld aan leden van de Stichting DOL, de werkgroep AGL, maar evenzeer aan andere deskundigen.
De provincie Belgisch-Limburg heeft eerder uitgesproken met Nederlands Limburg samen te willen werken op het terrein van dialect. Over haar betrokkenheid bij de Begeleidingscommissie zal zij evenwel nog een formeel besluit nemen. Door de samenstelling van een nieuwe Bestendige Deputatie, de daarmee gepaard gaande portefeuillewisseling en het daarmee verbonden beraad over het toekomstige beleid, ligt het in de verwachting dat een dergelijk besluit het voorjaar van 2001 aan de orde zal zijn. Onze Adviescommissie adviseert dit in een preambule bij de regeling voor de Begeleidingscommissie op te nemen. Zo nodig kan de regeling op het moment dat de Bestendige Deputatie een besluit heeft genomen, worden aangepast.
Verder adviseert onze Adviescommissie u de mogelijkheid open te houden in de toekomst ook aan te sluiten bij de activiteiten, die binnen het Landschaftsverband Rheinland op het terrein van dialect worden ontwikkeld.
Voor het overige verwijst onze Adviescommissie u naar bijgevoegd concept van een regeling voor de Begeleidingscommissie.
 
5.3. Functiebeschrijving streektaalfunctionaris
Onze Adviescommissie verwijst naar het bijgevoegde concept.
 
6. Financiële aspecten en organisatorische onderbrenging
Onze Adviescommissie heeft in hoofdlijnen kennis genomen van de kosten voor de aanstelling van een streektaalfunctionaris. Onze Adviescommissie acht deze kosten, bezien over een periode van drie jaren, redelijk. Hierin ziet onze Adviescommissie in ieder geval geen beletsel om op korte termijn tot aanstelling van de streektaalfunctionaris over te gaan.
 
Voor wat betreft de organisatorische onderbrenging is van belang, hetgeen ook door de Werkgroep AGL wordt gesteld: de streektaalfunctionaris moet bij voorkeur worden ondergebracht in een omgeving waarin deze functionaris "natuurlijke" gesprekspartners en een "natuurlijk" klankbord vindt. Uiteindelijk is hiervoor het Limburghuis gedacht.
Zeker in de beginperiode zal een goede aansturing van de
streektaalfunctionaris belangrijk zijn.
Enerzijds gebeurt dat vanuit de begeleidingscommissie, anderzijds is een goede aansluiting met de wetenschappelijke activiteiten van belang. Onze Adviescommissie stelt derhalve voor de streektaalfunctionaris vooralsnog formeel te detacheren bij de Katholieke Universiteit van Nijmegen en voorlopig onder te brengen, hetzij bij het Limburgs Museum te Venlo, hetzij bij de provincie Limburg (dus in het gouvernement bij de afdeling Cultuur en Sociale Ontwikkeling).
 
Detachering bij de Katholieke Universiteit van Nijmegen heeft onze voorkeur, omdat:
- van daaruit de aansturing het beste kan plaatsvinden;
- een directe relatie gelegd kan worden met de wetenschappelijke taken;
- dit voordelen in de kostensfeer kan hebben (omzetbelasting).
 
7. Conclusies en aanbevelingen
Onze Adviescommissie adviseert:
1. op korte termijn over te gaan tot aanstelling van een streektaalfunctionaris op basis van de voordracht van Veldeke Limburg;
2 de streektaalfunctionaris formeel te detacheren bij de Katholieke Universiteit van Nijmegen en voorlopig (in afwachting van de realisatie van het Limburghuis) onder te brengen bij, hetzij het Limburgs Museum in Venlo, hetzij de provincie Limburg (dus in het gouvernement bij de afdeling Cultuur en Ontwikkeling)
3. de Raod te laten bestaan uit vertegenwoordigers
van:
- de provincie Limburg te Hasselt;
- de provincie Limburg te Maastricht;
- het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie van
de Katholieke Universiteit Leuven;
- de Afdeling algemene taalwetenschap en dialectologie
van de Katholieke Universiteit Nijmegen;
- Veldeke Limburg.
4. in de regeling voor de Begeleidingscommissie de mogelijkheid op te nemen dat zij zich voor specifieke aangelegenheden en
projecten op ad-hoc-basis kan laten bijstaan door externe deskundigen;
5. overigens in te stemmen met bijgaande concepten.
 
Maastricht, december 2000
 

CONCEPT-REGELING BEGELEIDINGSCOMMISSIE STREEKTAALFUNCTIONARIS
 
Op het moment dat Belgisch Limburg een besluit heeft genomen over de streektaalfunctionaris kan aanpassing van deze regeling plaatsvinden, in die zin dat daar waar nu met "het college" Gedeputeerde Staten is bedoeld, dan ook de Bestendige Deputatie wordt bedoeld.
Verder kan dan als werkgebied in regeling en functiebeschrijving "Nederlands- en Belgisch-Limburg" worden opgenomen en kan dan als vergaderlocatie ook het gouvernement te Hasselt worden genoemd.
 
Artikel 1: Instelling
Gedeputeerde Staten van Limburg, verder te noemen "het college", stellen een begeleidingscommissie Streektaalfunctionaris in, hierna te noemen de 'Raod veur 't
Limburgs", verder af te korten tot "de Raod".
 
Artikel 2: Hoofdtaken
De Raod heeft de navolgende hoofdtaken:
1. Het inhoudelijk begeleiden van de streektaalfunctionaris bij de uitoefening van zijn functie;
2. Het doen van aanbevelingen omtrent de verdere uitvoering van deel II van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden.
3. Het begeleiden van de streektaalfunctionaris bij het opzetten en ontwikkelen van een taalbeleid;
4. Het goedkeuren van het meerjarenplan, jaarprogramma en jaarverslag van de streektaalfunctionaris.
 
Artikel 3: Samenstelling en benoeming
1. De Raod bestaat uit ten hoogste 5 leden, die door het college worden benoemd en die op persoonlijke titel zitting zullen hebben. Het lidmaatschap van de Raod eindigt uiterlijk op 31 december 2002;
2. Leden kunnen aan het college ter benoeming worden aanbevolen door de Belgische provincie Limburg, de Katholieke Universiteit van Nijmegen, afdeling algemene taalwetenschap en dialectologie, de Katholieke Universiteit van Leuven, Instituut voor Naamkunde en Dialectologie en het hoofdbestuur van Veldeke Limburg, elk voor één zetel. Daarnaast heeft een vertegenwoordiger van de Nederlandse provincie Limburg zitting in De Raod;
3. De Raod kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter;
4. De streektaalfunctionaris vervult het secretariaat van De Raod en heeft geen stemrecht.
 
Artikel 4: Vacatiegelden
De leden van De Raod ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van De Raod en voor de reiskosten, op grond van de "Verordening geldelijke voorzieningen staten- en commissieleden".
 
Artikel 5: Vergaderingen Raod
1. De Raod vergadert tenminste tweemaal per jaar en overigens zo vaak als De Raod zulks nodig oordeelt;
2. Het aantal leden dat aan de vergadering van De Raod dient deel te nemen om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen, bedraagt minimaal drie;
3. De Raod doet zijn aanbevelingen bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid (inclusief de voorzitter) één stem heeft;
4. De Raod regelt overigens zelf zijn vergaderorde;
5. De vergaderingen van De Raod vinden bij voorkeur plaats in het gouvernement te Maastricht;
6. Stukken die van de Raod uitgaan, worden steeds ondertekend door de voorzitter.
 
Artikel 6: Advisering uitvoering Handvest
1. De Raod doet zijn aambevelingen inzake het taalbeleid gevraagd of ongevraagd. De Raod brengt zijn advies uit aan het College. In de gevallen waarin Provinciale Staten de Raod om advies vragen, stuurt de Raod zijn advies ook naar de leden van Provinciale Staten.
Een bepalend document bij de advisering over het taalbeleid vormt het Handvest;
2. In de gevallen waarin het college advies aan De Raod heeft gevraagd, neemt het college besluiten c.q. doet het college voorstellen aan Provinciale Staten met inachtneming van de aanbeveling van De Raod. Het college en Provinciale Staten kunnen van deze aanbeveling afwijken.
 
Artikel 7: Ad-hoc deskundigheid
De Raod kan zich doen bijstaan door externe deskundigen. Deze deskundigen kunnen op uitnodiging van de Raod aanwezig zijn in een vergadering van de Raod om gehoord te worden over of een toelichting te verstrekken op een specifiek onderwerp. Ook kunnen deze deskundigen, eveneens op uitnodiging van de Raod, deelnemen in door de Raod in te stellen projectgroepen.
 
Artikel 8: Wijzigingen
Wijziging van deze regeling vindt plaats door het college, gehoord De Raod.
 
Artikel 9: Overige zaken
In gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist de Raod.
 
 

CONCEPT-FUNCTIEBESCHRIJVING STREEKTAALFUNCTIONARIS LIMBURG
 
De functie van streektaalfunctionaris Limburg is nieuw. Ervaring opdoen in de praktijk zal een belangrijke factor vormen voor de daadwerkelijke invulling van deze functie. Het is daarom belangrijk om de functie en de wijze van invulling daarvan na een periode van twee jaar te evalueren en dat moment eventueel te ook te benutten voor bijstelling van deze functiebeschrijving.
 
De Raod veur 't Limburgs
De streektaalfunctionaris is inhoudelijk verantwoording schuldig aan de Raod veur 't Limburgs, verder ook te noemen 'de Raod". Deze Raod fungeert als begeleidingscommissie voor de inhoudelijke invulling van de functie. Het programma, alsmede de activiteiten en projecten (zie hieronder) behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Raod.
 
Financiële kader
De streektaalfunctionaris oefent zijn functie in beginsel uit binnen de hiervoor beschikbaar gestelde financiële middelen.
Doel van de functie
Doel van de functie is het op professionele basis ontwikkelen van activiteiten en projecten, die erop zijn gericht het Limburgs en zijn dialecten bij brede lagen van de bevolking, vooral ook bij jongeren, door middel van een structurele aanpak levend te houden.
 
Programma
De streektaalfunctionaris stelt een meerjarig (ten minste twee jaren) programma op, waarin wordt uiteengezet welke activiteiten en projecten in de komende tijd worden gerealiseerd om de doelstelling te verwezenlijken. In het programma komen tenminste aan de orde: de werkwijze, partners, concrete activiteiten en projecten, doelgroepen, tijdplanning en begroting. Het meerjarenprogramma wordt vertaald naar een concreet jaarplan. Jaarlijks wordt verslag gedaan omtrent de realisatie van het jaarplan.
 
Activiteiten en projecten
De streektaalfunctionaris ontwikkelt activiteiten en projecten, die vooral zijn gericht op:
- het onder de aandacht brengen en levend houden van de streektaal bij brede lagen van de bevolking (de p.r.-functie);
- streektaaleducatie (de educatieve functie);
- de streektaalfunctionaris ontwikkelt initiatieven op het gebied van taalbeleid, gericht op de uitvoering van deel II van het Handvest. Realisatie van deze initiatieven behoeft de goedkeuring van de Raod.
De streektaalfunctionaris werkt daarbij, waar nodig, samen met partners in het veld en met de wetenschappelijke functionarissen, die met de afronding van het Woordenboek Limburgse dialecten zijn belast (zowel aan de Katholieke Universiteit Nijmegen als aan de Katholieke Universiteit Leuven).
De streektaalfunctionaris treedt op als projectleider voor de activiteiten en projecten (met uitzondering van het Woordenboek Limburgse Dialecten) en is aldus verantwoordelijk voor de voortgang, kwaliteit en budgetbewaking. Hij rapporteert hierover regelmatig aan de Raod.
 
Ondersteuning
Waar mogelijk biedt de streektaalfunctionaris professionele ondersteuning en fungeert hij als vraagbaak en adviseur van derden, die zich met (activiteiten en projecten op het terrein van) de streektaal bezighouden. De inzet van de streektaalftunctionaris voor deze vorm van ondersteuning aan derden behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raod.
 
Wijzigingen
Deze functiebeschrijving kan door de Raod worden gewijzigd. Wijziging behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.
 
 

BESLUIT PROVINCIALE STATEN
VAN LIMBURG
Provincie Limburg
 
Provinciale Staten van Limburg;
 
gezien het initiatiefvoorstel van de fractie van Partij Nieuw Limburg "Et rech op et Limburgs" van 22 mei 2000. statenkenmerk I-718,
besluiten:
 
1. zo spoedig mogelijk een onafhankelijk opererende streektaalfunctionaris, zoals omschreven in de brief van gedeputeerde Eurlings van 22 augustus 2000, aan te stellen;
2. de "Raod veur et Limburgs" te installeren met ingang van 1 januari 2001 met als opdracht het onderzoeken van en adviseren aan Provinciale Staten over alle consequenties van de erkenning conform het Europees Handvest deel II van 't Limburgs als streektaal;
3. de samenstelling en het concept takenpakket c.q. werkprogramma c.q. taakopdracht van zowel de streektaalfunctionaris als de 'Raod veur et Limburgs' aan Provinciale Staten voor te leggen;
4. elke twee jaar de werkzaamheden van de streektaalfunctionaris te evalueren;
5. de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen.
Aldus vastgesteld door de Provinciale Staten van Limburg in hun vergadering van 8
 
september 2000
(getekend)
voorzitter.
(getekend)
griffier.
 

PARTIJ NIEUW LIMBURG
 
GEWIJZIGD-ONTWERP-BESLUIT PROVINCIALE STATEN VAN LIMBURG
 
Provinciale Staten van Limburg,
gezien het initiatiefvoorstel van de fractie van Partij Nieuw Limburg "'t Rech van 't Limburgs", kenmerk I-718,
besluiten:
 
1. een streektaalfunctionaris aan te stellen met ingang van september 2000 met onder andere als taakopdracht het adviseren met betrekking tot doelstellingen en beginselen van deel II van het Europees Handvest voor streektalen of talen van minderheden (Tractatenblad 1993, nummer 199);
2. de Raod veur't Limburgs te installeren met als opdracht de streek-, c.q. standaard-, c.q. eenheidstaal Limburgs met het daarbij behorende woordenboek vast te stellen;
3. de Raod veur 't Limburgs te betrekken van de discussie over het Limburghuis;
4. een krediet beschikbaar te stellen ten bedrage van f 150.000.- uit het budget Welzijn door herprioritering en herschikking binnen de betreffende cluster.
 
Aldus vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg in hun vergadering van 30 juni 2OOO
 
voorzitter
griffier