Benoeming van de Streektaalfunctionaris
Géén hamerstuk en zeker géén ererondje voor de Limburgse politiek
 
MAASTRICHT Vrijdag 12 01 2001 - Complete verwarring. Zo eindigde het debat over de streektaalfunctionaris voor de Limburgse taal. Dat werd gevoerd in de statencommissie Welzijn, Zorg en Cultuur. Na een langdurig meningsverschil over de gevolgde procedures voor de streektaalfunctionaris en de Raod veur 't Limburgs kwam een brief op de proppen van de Stichting DOL - Dialect- en Cultuur Onderwijs Limburg (zie ook ons archief). Een aantal partijen hadden geen weet van die brief en de vergadering werd geschorst. De inmiddels gekopieerde brief bleek voor verschillende statenleden zo belangrijke kritiek te bevatten, dat alle partijen behalve het CDA van mening waren dat deze brief in de meningsvorming meegenomen moest worden. Dat zou betekenen: einde debat, en de behandeling in de Staten uitstellen tot eind februari.
 
Daar verzette deputé Eurlings (CDA) zich hevig tegen. Hij beloofde alle door de commissie gewenste informatie volgende week nog te leveren ("desnoods werken we een avond door", zei hij), want anders zou de beoogde kandidaat voor de functie van streektaalfunctionaris "wel eens kunnen gaan lopen", vreesde Eurlings. Bovendien zou zijn huidige werkgever moeilijk kunnen doen, meende hij. Voor de duidelijkheid: het gaat om de Roermondenaar dr. P. Bakkes, momenteel docent aan de lerarenopleiding van de Fontys Hogeschool in Sittard.
De statenleden waren bepaald niet onder de indruk, de PvdA ging aarzelen en kreeg daarom de vraag voorgelegd: uitstellen of niet?. "Uitstellen" besliste ze, en de zaak leek beklonken. De voorzitster was al begonnen met het volgende agendapunt, toen het CDA alsnog hoofdelijke stemming eiste. Ineens bleek de VVD van mening veranderd, stemde tegen uitstel, zodat het langzamerhand zeer omstreden voorstel vrijdag 26 januari behandeld wordt in de Statenvergadering. "U krijgt dan wel de hele hier gevoerde discussie opnieuw", waarschuwde de woordvoerder van de VVD.
 
De kritiek richtte zich voornamelijk op de gevoerde procedures. Ook woordvoerder Wim Kuipers van de werkgroep AGL had kritiek op deze gang van zaken en maakte die kenbaar op de vergadering (zie de interventie van de werkgroep AGL). Prof. dr. Roeland van Hout van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die in de adviescommissie zat, zei dat deze procedures geen schoonheidsprijs verdienden, maar het resultaat wel. 
Daar waren nogal wat statenleden het niet mee eens. Er klonken woorden als ''een voorgebakken zaak'' (SP), een "dichtgetimmerd stuk" (PNL), de VVD noemde het feit dat de advertentie voor een streektaalfunctionaris uitsluitend in het blad van Veldeke gestaan heeft "absoluut fout", en het CDA constateerde: "er is wel wat ruis in het werkveld, maar het zij zo."     
Ook deputé Eurlings had vele vragen, zei hij, maar er was snelheid geboden. Hij ontkende iets te weten van de advertentie van Veldeke voor een streektaalfunctionaris. Over de samenstelling van de Raod veur 't Limburgs meende hij: "Wij hadden ook liever dat alle geledingen daarin vertegenwoordigd zouden zijn, maar dat had vermoedelijk betekend dat er messen op tafel kwamen."
Hierover zei de PNL, de indiener van het voorstel voor een streektaalfunctionaris en de Raod veur 't Limburgs: "Wij willen geen oorlog."
 
(in ons archief vindt u alle relevante stukken die op dit inmiddels politiek geworden onderwerp betrekking hebben, ook het omstreden rapport van de zogenaamde Adviescommissie Streektaalfunctionaris)