17 05 2001 Wim Kuipers
De spellingsellende op de 'dialectvloer' is groot. Er wordt drukwerk verspreid met Limburgse spelling die kant noch wal raakt. In ons archief staan daar een paar voorbeelden van: 19 04 01 Dagblad De Limburger Servoas opvolger van Platte Zoal en 17 05 2001 Dagblad De Limburger Spraakverwarring op kermisaffiche. AGL'er Wim Kuipers gruwelt ervan. Er zijn bijna twintig jaar verstreken sedert zijn eerste pleidooi voor een geschreven eenheidstaal... en we zitten nog steeds in de penarie.

Spellingsellende en spraakverwarring in Limburg

Dagblad De Limburger gaat zich kennelijk meer met de Limburgse taal bemoeien. Een verheugend teken. Verheugender zou zijn als de redacteuren serieuze belangstelling hadden voor die taal, plus een degelijke taalkennis. Dan zou er bijvoorbeeld niet gesproken worden van ABN: Algemeen Beschaafd Nederlands. De kwalificatie 'beschaafd' wordt al een jaar of dertig niet meer gebruikt. Taalkundigen spreken van Algemeen Nederlands of liever: (de) standaardtaal.

Verder zou goonsdag "correct Maastrichts" zijn. Dat betwijfelen we zeer. De meeste Maastrichtenaren hebben het nog steeds over daag, meervoud daog, al hoor je ook het dubbele meervoud däog. En wat de namen van de weekdagen betreft: je hoort alom goonsdig, vriedig. Zo spellen Limburgse schrijvers die weekdagen ook. Het pas verschenen woordenboek van Heerlen zegt: goonsdig, meervoud goonsdige. Zeg dus maar daag tegen dag.
Vervolgens laat de krant deken Hanneman van Kerkrade over dat goonsdag zeggen: "Dat begrijpt iemand die het Maastrichts niet beheerst, toch niet?"

Kom nou. Die vreemde G - vergelijk ook het Engelse wednesday - komt in bijna heel Limburg voor, alleen in het uiterste noorden minder. En Kerkrade (waar deken Hanneman vandaan komt) heeft mitwoch.
Komisch mag het heten dat juist een deken voor woensdaag kiest. Die G immers zou door de kerk ingevoerd zijn, omdat het geestelijken, misschien wel een bisschop, stoorde dat de woensdag genoemd is naar de Germaanse - dus heidense - oppergod Wodan. Dus die W moest geheiligd worden.
De woensdagse G is overigens niet puur Limburgs. In het Middelnederlands kwam gode(n)sdag voor, naast goensdag. Je mag hier natuurlijk ook aan allerlei heidense goden denken. Niet iedereen accepteert daarom die kerkelijke G.

Het Woordenboek Nederlandsche Taal (WNT) zegt: "Bij de vormen met G kan men denken aan geleerd-romanische vormen, of eerder aan een middel om aan de naam het heidens karakter te ontnemen."

Wim Kuipers heeft deze G in zijn rubriek Oos Taal in weekblad De Trompetter behandeld, en kreeg van mevrouw Janny Coenen-van Bussel uit Maasbracht "een tweede G die geen W mocht zijn", zoals ze pakkend formuleerde. In 1107 verscheent de plaatsnaam Woensel (deel van Eindhoven) met een G: altare de Gunsela. Als verklaring vond ze: "de G-vormen zijn een gevolg van een taboe op het gebruik van de naam Wodan." Woensel zou namelijk betekenen: bos met Wodans erin. Ook dat bos moest geheiligd worden.
Een vreemd verhaal, vond ze - en deskundigen willen bij Woensel (en ook Woensdrecht) niet aan Wodan denken, maar aan een persoonsnaam, Wodo bijvoorbeeld.
Mevrouw Coenen sluit zich liever aan bij de term "geleerd-romanische" vormen, om die G te verklaren. De van oorsprong Germaanse naam Wilhelmus (Wil-helm, helm = bedekker) werd vaak opgetekend als Guilielmus, "en evenzo had je Waltherus-Gualtherus", met andere woorden: een W veranderde in G, "omdat het Latijn de letter W niet kende", meent ze.
Over die 'Maastrichtse' G blijkt dus nog heel wat te vertellen.