Provincie Limburg

Antwoord van Gedeputeerde Staten n.a.v. het verhandelde in de VCWZC
op 12 januari 2001 inzake streektaalfunctionaris

Hoofdgroep: Welzijn
Behandeld: P. Coenen
Kenmerk 2001/4965F

Maastricht 19 januari 2001

Mede naar aanleiding van de vergadering van de vaste commissie voor WZC zetten wij hieronder de gang van zaken rond de streektaalfunctonaris voor u op rij.

De functie van streektaalfunctionaris is voorzien in het op te richten Limburghuis. Het is gebruikelijk dat functionarissen van instellingen niet door de provincie, maar de actoren in het veld worden aangetrokken. Toen bleek dat het Limburghuis niet binnen afzienbare tijd gerealiseerd zou worden, is Veldeke als partner in de besprekingen rond het Limburghuis en belangrijkste actor op het terrein van dialect gaan bekijken op welke wijze deze functie toch op korte termijn ingevuld kon worden in relatie tot de financiële mogelijkheden op dat moment.
Op 22 augustus 2000 heeft gedeputeerde Eurlings de leden van Provinciale Staten per brief geïnformeerd over het reeds geruime tijd lopende overleg van Veldeke met een aantal partijen.
Zoals bekend heeft Veldeke op 22 augustus 2000 een oproep met betrekking tot de functie van streektaalfunctionaris in haar verenigingsblad geplaatst. Veldeke heeft dit besluit nadrukkelijk vanuit haar eigen verantwoordelijkheid genomen.

Het bestaan van tegenstellingen , die in het veld waren ontstaan, bleek pas duidelijk tijdens de behandeling van het initiatiefvoorstel van PNL in de statenvergadering 08 september 2000. Over dit initiatiefvoorstel hebben wij advies ingewonnen bij Belgisch-Limburg, de Katholieke Universiteit van Leuven en de Katholieke Universiteit van Nijmegen.
Tijdens die vergadering kwam ook de oproep in het blad van Veldeke ter sprake. De verantwoordelijke gedeputeerde deed naar aanleiding daarvan de toezegging te bevorderen dat "een onafhankelijk opererende streektaalfunctionaris" zou worden nagestreefd en een begeleidingscommissie zou worden ingesteld die "pluriform moet zijn samengesteld."
Mede naar aanleiding hiervan besloten Provinciale Staten op 8 september 2000 om "zo spoedig mogelijk een onafhankelijk opererende streektaalfunctionaris, zoals omschreven in de brief van gedeputeerde Eurlings van 22 augustus 2000, aan te stellen.

In september 2000 verzocht Veldeke aan de provincie om in te stemmen met haar voordracht voor een streektaalfunctionaris, welke voordracht het resultaat was van de door haar gevolgde selectieprocedure. Wij hebben die instemming niet verleend om de volgende redenen:

1. wij staan ten principale maximale openheid in de procedure voor;
2. de verhoudingen in het veld waren inmiddels zeer gebrouilleerd. Aangezien de procedure tot dat moment binnen Veldeke had plaatsgevonden, wilden wij ons ervan vergewissen dat er voor deze kandidaat voldoende draagvlak was bij de overige actoren.
3. tegelijk met een advies over de door Veldeke beoogde kandidaat wilden wij een onafhankelijk advies vragen over de samenstelling en werkwijze van de begeleidingscommissie en de taakomschrijving voor de streektaalfunctionaris.
4. wij hechten aan een gezamenlijk optrekken van beide Limburgen wanneer het gaat om het formuleren en uitwerken van een strategisch en operationeel beleid ten aanzien van de streektaal, zeer zeker in het Europese jaar van de streektaal.

Om die redenen hebben wij een onafhankelijke adviescommissie ingesteld die deskundig en betrokken is, maar boven de partijen in het veld staat. Wij hebben deze adviescommissie verzocht om een advies uit te brengen over:

- de voordracht van Veldeke;
- de samenstelling en werkwijze van de begeleidingscommissie;
- de functiebeschrijving van de streektaalfunctionaris.

Bij de samenstelling van deze adviescommissie hebben wij dezelfde instellingen benaderd die wij eerder hadden gevraagd om een advies ten behoeve van uw Staten uit te brengen over het initiatiefvoorstel van PNL.
De adviescommissie heeft van ons alle relevante stukken (waaronder de brieven van de stichting DOL en de Werkgroep AGL) ontvangen en Veldeke, DOL en AGL in de gelegenheid gesteld hun standpunten ook mondeling toe te lichten.

De adviescommissie kwam vervolgens tot de volgende aanbevelingen:

1. op korte termijn over te gaan tot aanstelling van een streektaalfunctionaris op basis van de voordracht van Veldeke Limburg;
2. de streektaalfunctionaris formeel te detacheren bij de Katholieke Universiteit Nijmegen
3. de begeleidingscommissie te laten bestaan uit vertegenwoordiggers van:
- de provincie Limburg te Hasselt:
- de provincie Limburg te Maastricht:
- het instituut voor Naamkunde en Dialectologie van de Katholieke Universiteit Leuven;
- de Afdeling algemene taalwetenschap en dialectologie van de Katholiek Universiteit Nijmegen;
- Veldeke Limburg;
4. in te stemmen met de opgestelde functiebeschrijving en regeling voor de begeleidingscommissie en in de regeling voor de begeleidingscommissie de mogelijkheid op te nemen dat zij zich voor specifieke aangelegenheden en projecten op ad-hoc basis kan laten bijstaan door externe deskundigen.

De samenstelling van de begeleidingscommissie ligt op dit moment niet vast. Voor ligt een advies van de adviescommissie en een voorstel van ons college. Pas nadat uw Staten een besluit hebben genomen, worden de desbetreffende instellingen benaderd met het verzoek om kandidaten voor de begeleidingscommissie voor te dragen. Vervolgens wordt de begeleidingscommissie ingesteld.
Naar het oordeel van ons college hebben wij ons handelen laten leiden door het besluit dat uw Staten op 08 september 2000 hebben genomen.
Uiteraard kan achteraf worden gesteld, dat het wellicht beter was geweest wanneer Veldeke ook een advertentie had geplaatst in de dagbladen. Dit zou alsnog kunnen. De vraag is echter wat hiermee gewonnen wordt, want het is een utopie om te denken dat alle partijen zich in zo'n nieuwe procedure kunnen vinden. Overigens blijft staan dat, ongeacht de gevolgde procedure de voorgedragen kandidaat ale beste wordt beschouwd. Ook DOL en AGL betwisten dit naar het ons voorkomt niet.

Bij het formuleren van het advies ten aanzien van de samenstelling van de begeleidingscommissie heeft de adviescommissie zich op het standpunt gesteld dat de begeleidingscommissie werkbaar moet zijn en dat tegenstellingen in het veld zich om die reden niet in de commissie moeten manifesteren.
Gehoord de discussie in de vergadering van de vaste commissie WZC van vrijdag 12 januari 2001 willen wij niet de tegenstellingen ale uitgangspunt nemen, maar de mogelijkheid om partijen in de begeleidingscommissie gezamenlijk aan tafel te krijgen, zodat ze in direct overleg en in consructieve zin voorstellen kunnen doen voor de verdere ontwikkeling van de streektaal de beide Limburgen.

Wij stellen uw Staten in bijgaand gewijzigd ontwerp-besluit dan ook voor om:
- de begeleidingscommissie uit minimaal vijf leden te laten bestaan;
- één zetel in te ruimen voor een gezamenlijke vertegenwoordiger van DOL en AGL, daarbij nadrukkelijk uitgaande van een constructieve participatie;
- als tegengewicht voor het aantal zetels aan Nederlandse zijde, Belgisch-Limburg indien gewenst in de gelegenheid te stellen om twee zetels in te vullen.

Dit wijzigingsvoorstel is ook met Belgisch-Limburg besproken. Belgisch-Limburg kan met de voorgestelde wijzigingen instemmen.
Voor wat betreft de adviserende taken van de begeleidingacommissie richting provincies merken wij op dat de Nederlandse Provinciewet de mogelijkheid biedt tot het instellen van adviescommissies aan uw Staten. Gebruikelijk in onze provincie is evenwel dat een adviescommissie formeel advies uitbrengt aan ons College en dat wij dit advies (voorzien van een voorstel) aan uw Staten voorleggen. Nadrukkelijk is in de concept-regeling van de begeleidingscommissie onder artikel 6, lid 1 opgenomen: "In de gevallen waarin Provinciale Staten de Raod om advies vragen, stuurt de Raod zijn advies ook naar de leden van Provinciale Staten."
Tenslotte hechten wij eraan onder uw aandacht te brengen dat de ontwikkeling en uitvoering van een streektaalbeleid een belangrijk onderdeel vormt van ons provinciale beleid. Het is tijd dat de ontwikkeling inhoudelijk ter hand wordt genomen en met name concreet uitvoering wordt gegeven de streektaaleducatie bij jonge mensen.

Wij vragen uw Staten dat belang bij de behandeling van ons gewijzigde voorstel zwaar te laten wegen.

Gedeputeerde Staten van Limburg,

mr. B.J.M. baron van Voorst tot Voorst, voorzitter.
J.M.H. Creusen, wnd. griffier

 

ONTWERPBESLUIT

PROVINCIALE STATEN VAN LIMURG

1-721-4

GEWIJZIGD ONTWERP-BESLUIT

Provinciale Staten van Limburg;

gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten van Limburg van 19 december 2000, statenkenmerk I-1-721, hoofdgroep Welzijn, reg.nr. 00/55576 inzake de streektaalfunctionaris en de begeleidingocommissie "Raod veur 't Limburgs";

besluiten:

in te stemmen met de aanbevelingen van de Adviescommissie Streektaalfunctionaris ten aanzien van:

1. de voordracht van Veldeke;
2. de samenstelling en de werkwijze van de begeleidingscommissie, met dien verstande dat:
- de begeleidingscommissie in afwijking van het advies van de Adviescommissie zal bestaan uit minimaal vijf leden;
- één zetel wordt ingeruimd voor een gezamenlijke vertegenwoordiger van DOL en AGL, daarbij nadrukkelijk uitgaande van een constructieve participatie;
- de provincie Belgisch-Limburg indien gewenst in de gelegenheid wordt gesteld twee zetels in te vullen;
3. de functiebeschrijving van de streektaalfunctionaris.

Aldus vastgesteld door de Provinciale Staten van Limburg in hun vergadering van ...

voorzitter
griffier