Provinciale Zeeuwse Courant  22 03 2001

Gezelle minde de rijkdom van de moedersprake

door Lo van Driel

Guido Gezelle (1830-1899) was gefascineerd door de taal van zijn streek. Zijn leven lang verzamelde hij woorden en uitdrukkingen. Reeds als 16-, 17-jarige student van het seminarie te Roeselare noteerde hij dialect- en scheldwoorden. Alles wat hij hoorde en de moeite waard vond, tekende hij op. Ook verzamelde hij veel uitdrukkingen die hij tegenkwam in boeken.

Dat bleef hij doen toen hij leraar en priester was. Zijn nalatenschap bestaat uit vele dozen met een verzameling van honderduizenden briefjes, snippers, gebruikt papier met krabbels, aantekeningen, notities over woorden. Bekend is zijn verzameling van scabreuze woorden die de priester Gezelle in de biechtstoel hoorde als Vlaamse plattelanders in hun moedertaal hun zonden kwamen vertellen. Gezelle noteerde deze vieze dialectwoorden met het zondevrije Latijn van de kerk er naast.
In verschillende tijdschriften schreef Gezelle over taal en dialect. In zijn vroege jaren verschenen blaadjes als `t Jaer 30 en Rond den Heerd. In 1881 begon hij met het bescheiden maandblad Loquela. Die naam ontleende hij aan het verhaal uit Mattheus waarin Petrus zijn Meester verloochent. Een van de omstanders zegt tegen Petrus: Uw spraak verraadt U: Loquela tua...In al die krantjes komen we stukjes tegen over woorden, uitdrukkingen, spreekwoorden. Gezelle las en noteerde, luisterde en verzamelde.
Alles wijst er op dat Gezelle met zijn woordverzameling aan een schatkamer van het oude West-Vlaams werkte. Gezelle zat als katholieke Vlaming tussen twee vuren. Aan de ene kant het Frans, voorgeschreven door de Académie Française. Dat was een product van de duivelse verlichting. Aan de andere kant het Algemeen Nederlands van het Noorden, een taal van een protestant land. Hoewel de kerkelijke elite en het onderwijs in België Franstalig was, zag Gezelle een ander doel op taalgebied: het Vlaamse eigene propageren waar het kon. De rijkdom van de moedersprake onder de aandacht brengen om alle dreiging buiten de deur te houden.

Moeizaam
De totale verzameling van Gezelle omvat circa 140.000 fiches met woorden. Na zijn dood zijn er met die Woordentas, zoals de verzameling genoemd wordt, nogal wat problemen geweest. Daardoor is de bestudering van Gezelles dozen met woorden aanvankelijk moeizaam verlopen, afgezien van de geweldige omvang en de (on)leesbaarheid van al die aantekeningen.
Nienke Bakker (* 1916) heeft in de jaren zestig en zeventig de collectie zorgvuldig geordend en bestudeerd. Van 1941 tot 1971 was zij verbonden aan het Woordenboek der Nederlandsche Taal, waar het materiaal waar mogelijk verwerkt moest worden in de nog te verschijnen delen. In de jaren zeventig heeft zij van haar onderzoek naar Gezelles woordverzameling verslag gedaan in verschillende artikelen, die zij in een mooie bundel onder de titel Gezelles Woordentas heeft verzameld (1998).

Inzicht
In degelijk precisiewerk wordt daarin de kolossale verzameling van Gezelle in kaart gebracht. We volgen de lotgevallen van de dozen en van de woorden. Nienke Bakker geeft inzicht in de manier waarop de collectie tot stand gekomen is. Ze gaat na welke bronnen en boeken Gezelle gebruikte. Het zijn verslagen van pionierswerk om in het labyrint van Gezelle de weg te vinden. Die weg is bepaald niet altijd gemakkelijk te volgen.
Nienke Bakker, die na haar pensionering jaren lang in Veere woonde en daar aan haar Gezellenia werkte, deed nog iets: ze maakte duidelijk dat de Woordentas uit verschillende deelverzamelingen bestond. Een ervan was een verzameling bastaardwoorden, vooral woorden van Franse afkomst. Gezelle had daar de pest aan, zoals hij ook met weerzin vermeldde dat het Nederlands van het Noorden niet vrij was van Joodse en Maleise smetten. Op dit punt zie je dat taalkundige voorkeuren nooit vrij zijn van politieke aspecten.
Toen Gezelle in 1886 lid werd van de nieuw opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde, stelde hij het bestuur voor een prijsvraag uit te schrijven. Iemand zou een lijst moeten samenstellen van `vreemde indringers` hij noemde ze schuimwoorden. De uitgave kwam niet tot stand. Nu heeft Nienke Bakker de collectie bastaardwoorden die Guido Gezelle zelf bijeenbracht, geanalyseerd en toegankelijk gemaakt in een bijzondere uitgave van de Vlaamse Academie. Van 6000 kaartjes met woorden, vindplaatsen en aantekeningen heeft ze een naslagwerk gemaakt. Ook deze uitgave is geen boek dat met een half oog gelezen kan werden. Het is immers een soort particulier woordenboek van vreemde woorden die in het Vlaams van de negentiende eeuw ingeslopen zijn, met vindplaatsen, vertalingen en verwijzingen.
De vertalingen zijn het interessantste. Zo vinden we bij het woord sauce behalve bronnen en verwijzingen Gezelles vertaling: toespyze of dope. Dat laatste zal voor velen onbekend zijn. Bij processie geeft hij het gebruikelijk ommegang. Een procureur is een voorspreker, lasthebbeer of bewindhebber. Abominabel krijgt als equivalent `verzakelijk` waaruit de oorsprong van `verzaken` blijkt. Abstract wordt `afgetrokken, ontlijfd`. Veel vreemde woorden zijn ondertussen ingeburgerd en Gezelles vertalingen zijn voor ons dikwijls curiositeiten. Soms is een `verbetering` aardig. Zo geeft hij bij `à bout de son Latin` vreemd genoeg komt de ingeburgerde vertaling niet voor als equivalent: tenderkoorde, aan het eind van het touwtje zijn.
Met dit Schuimwoordenboek heeft Nienke Bakker een niet eenvoudig te raadplegen naslagwerk samengesteld, iets voor fijnproevers en dialectfanaten. Ondertussen heeft zij wel het beeld van Gezelle als priester, dichter en taalman completer gemaakt. Compleet? Gezelle zou zeggen allegaarde.


Nienke Bakker, Guido Gezelle, Opbouw en analyse van zijn Bastaardwoordenboek. Uitgave Kon. Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Koningstraat 18, 1900 Gent. 218 blz. 22 Euro. Bfr. 887.
Bij dit boek behoort een elektronisch register van gesignaleerde Nederlandse/Vlaamse equivalenten, te raadplegen op de `webstek`van de Kon. Ac. V. Ned. Taal-en Letterkunde vanaf juni 2001 (www.kant1.be).