22 11 2001 Wim Kuipers

Laank en breid...
ons gelijk

Een passage uit een verslag in de NRC (191101) van de manifestatie Vers uit Friesland (over de Friese literatuur), afgelopen zondag in Amsterdam.

"Maar Friestalig zijn betekent nog niet dat je het ook kunt schrijven, benadrukte de jonge dichter Tsead Bruinja (1974). Om het beperkte idioom van gesproken Fries te illustreren citeerde hij een denkbeeldige dialoog in een supermarkt.

- Hé jo, hoes ist?
- Ja, bêst.
- Hoi.
- Hoi."

En dan komt er een soort toelichting.
"Dichter Margryt Poortstra sprak van een onbekend gebied, wat je niet als spreektaal hebt meegekregen en zelf moet leren."

Dat is nou precies waar de Werkgroep AGL al jaren beweert. Je beheerst (je) Limburgs absoluut niet als je dat af en toe praat. Het gaat erom de grammatica te kennen, meer en meer en meer woorden tot je beschikking te hebben, ook (Limburgse) woorden van andere plaatsen die je taal verrijken.

Lang, langer, langst

Maar intussen is er in Maastricht een gevreigel ontstaan over de juiste spelling van "het Maastrichts", en dan gaat het over de lengte van klinkers. Te onnozel om verder aandacht aan te besteden. Maar het leverde toch een artikel op in de Maastrichtste editie van Dagblad de Limburger, waar het over 'breieieid' en 'laaank' gaat.

Zie ook ons archief: 17 11 2001 Dagblad de Limburger Editie Maastricht: Twee soorten Mestreechs: laank en laaank

Er zijn immers belangrijker zaken te melden. Lees eerst deze column uit de Kamerkrant van november 2001, het orgaan van de Kamer van Koophandel voor Zuid-Limburg.

Zie ook ons Archief:  001101 Kamerkrant / Kamer van Koophandel Zuid-Limburg/ Column Dialect

Kijk: dat bedoelen we ook. En als een hoogleraar economie (en bovendien geen geboren Limburger) zoiets voorstelt, kan dat moeilijk weggelachen worden.

Maar er is meer. Over een dikke maand wordt Thijs Wöltgens voorzitter van deze KvK. En die heeft vaker gezegd en geschreven dat hij met zijn Kerkraads door meer mensen begrepen wordt dan wanneer hij Nederlands spreekt. Als je als zakenman in pakweg Keulen zegt: "det kan ich neet berappe", dan wordt dat begrepen - in Rotterdam niet.
De Werkgroep AGL werkt nu al mee aan die euregionale ondernemerstaal.

En wij denken dat die uit minder dan 556 dialecten bestaat...