Citaten van de week

"Ten derde moet de regionale overheid het streven naar geschreven dialect veel sterker dan nu ondersteunen: juist door schrift krijgt een taal status."

Dat zei onze streektaalfunctionaris dr. Pierre Bakkes bijna twaalf jaar geleden, op het congres van het Genootschap Onze Taal in november 1989.

Hij is inmiddels provinciaal ambtenaar, het Limburgs is een taal, dus hij kan vooruit. Misschien zou hij zich zelfs eens kunnen verdiepen in wat de Werkgroep AGL wil: één geschreven Limburgs. Dát geeft eerst status. We zijn benieuwd.

Een kleintje nog, wel recent en zeker niet opzienbarend. Maar we menen dat we onze taal danig in de gaten moeten houden. Niet alleen het Limburgs, ook de standaardtaal.

We zien dat nogal wat journalisten en schrijvende ambtenaren als de aids zijn besmet te raken met zogeheten limburgismen. Bijvoorbeeld het - zo zeggen ze: "te pas en te onpas" gebruik van het wederkerend voornaamwoord zich bijvoorbeeld. Dus zie je in Dagblad De Limburger van zaterdag 21 juli (editie Maastricht) de zin: "Het conflict sleepte tot voor de rechter (...)"

Wat sleepte het conflict mee? De belachelijke angst van de journalist?

Niet dat wij hiertegen protesteren - we signaleren slechts. Het is niet onze zorg als de Nederlandse taal door verzonnen regeltjes weer wat armer wordt. We slikken even als we in dezelfde krant de zin lezen: "Op de Alpe d'Huez zou hooguit Marco Pantani hem kunnen hebben gevolgd", maar constateren: als het een van de laatste gevolgen van WO II zou zijn dat de Nederlandse taal zo belachelijk wordt: het zij zo.

Ter toelichting. Het gaat hier om de woordvolgorde in de bijzin. In het Duits staat het voltooid deelwoord altijd voor de hulpwerkwoorden, in het Engels is het vrijwel altijd omgekeerd. Het Nederlands heeft hiervoor (gelukkig) geen regels. Zinsritme lijkt belangrijk. Maar sinds enkele jaren geldt de regel: het voltooid deelwoord moet ALTIJD achteraan, anders ben je een Duitser, of een Drent of Limbo. Hoofdredacteuren en docenten journalistiek verspreiden deze ziekte. Er valt niets tegen te doen.

Onze streektaalfuctionaris had daar in 1989 nog andere ideeën over. Zijn eerste aanbeveling luidde: "Bij de media moet men dat enge streven naar westelijk Nederlands opgeven, al gaat dat ten koste van wat ergernis."

Maar zij zullen zich toch niet ergeren?