250801 Dagblad De Limburger (lezersbrief)

Limburgse taal

Houdt Limburgs taal in eere (18/08)--
In het onderschrift bij de foto waarmee Dagblad De Limburger het artikel Houdt Limburgs taal in eere' begint, wordt de Limburgse dialectvereniging Veldeke als bewaakster van Veldeke's taalerfgoed' voorgedragen. In een vervolgartikel op de volgende bladzijde vind ik wat uitspraken die moeilijk met deze eretitel te rijmen zijn.
Hoewel de schrijver Veldeke ons een schrijftaal heeft nagelaten, vindt Veldeke-voorzitter Lei Giesen het Limburgs vooral een spreektaal die thuis, op straat, in de kroeg, met carnaval wordt gebruikt. Een dikke stempel: Dialect is plat' dus. En misschien is daarmee Veldeke's wond aangegeven. Te weinig historische taalkennis laat veronderstellen dat met dialect' een dialect van het standaard Nederlands wordt bedoeld. Maar de Limburgse streektalen hebben zich sinds vele eeuwen, onafhankelijk, veel verder ontwikkeld dan het Nieuwnederlands. Wanneer wil Veldeke eens erkennen dat, als in Venlo oude Romeinse en Keltische munten worden gevonden, dit betekenis heeft voor de Venlose taal. Die vondst houdt namelijk in dat er begin jaartelling handel werd gedreven in Venlo. En handelen betekent afspraken maken, overeenkomsten sluiten en beschrijven. Logisch toch dat de ontwikkelde Venlonaren na vier eeuwen Romeinse bezetting Latijn konden lezen en schrijven, wat veel Latijnse elementen in de eigen schrijftaal bracht. Begrijpelijk toch dat de komst van de Saksen ook (Angel)Saksische elementen in de schrijftaal bracht, die zowel in de Middeleeuwse schrijftaal van Veldeke als in een actuele schrijftaal voor het Venloos te vinden moeten zijn. En wat voor Venlo geldt is natuurlijk ook van toepassing voor alle andere Limburgse conglomeraten uit de pre-romeinse tijd. Kort en goed: Wil Dialectvereniging Veldeke de Limburgse taal in eere houden, dan moet zij haar actuele schrijftaal behouden als fonetische schrijftaal, maar daarnaast moet naarstig gezocht worden naar die schrijftaal waarin zowel het Limburgs als de Middeleeuwse en actueel Nederlandse schrijftaal herkenbaar zijn. Het bewijs dat dit mogelijk is vormt in feite de Statenbijbel uit 1637, die een bewust gekozen compromis is tussen verschillende Nederlandse dialecten' (Omar Vanderputte, Het verhaal van een taal, bladzijde 21).

Hen Meijer, Venlo