30 01 2001 Dagblad De Limburger

Het heeft even geduurd, er is heftig over gediscussieerd, maar de knoop is toch doorgehakt. Pierre Bakkes (59) uit Roermond wordt de eerste provinciale streektaalfunctionaris. Zijn opdracht: de belangstelling voor de Limburgse taal stimuleren. Hoe stelt hij zich dat voor?

Plaatsnaamborden ook in het dialect? Waarom niet?'

Door Guus Urlings

ROERMOND "Alles wat de status van het Limburgs kan verhogen.' Dat is, vat Pierre Bakkes dik twee uur praten uiteindelijk in één zin samen, zijn opvatting van wat een streektaalfunctionaris moet doen.

"Mensen wijzen op wat er allemaal is, wat er allemaal kán in het Limburgs. Mensen de rijkdom, de levendigheid, de veelzijdigheid van de taal laten zien, laten ondervinden. En dan maar hopen dat ze het oppikken, er ook iets mee doen. Niet uit chauvinisme of uit dwarsliggerij, maar vanuit de overtuiging dat het Limburgs, hun taal, de moeite waard is.'
Een taal die pech heeft gehad. Zo definieerde Siemon Reker, zeventien jaar geleden in Groningen aangesteld als eerste streektaalfunctionaris in Nederland, ooit het begrip streektaal'. Pierre Bakkes heeft het over een taal die in de hoek is gedrukt. "Dialect heeft voor veel mensen, zelfs al zijn ze ermee opgegroeid, toch een boers, wat dommig, oubollig imago. Als je vooruit wilt in de wereld, mee wilt tellen, moet je een échte taal spreken: de standaardtaal. Die houding, dat verloochenen van je eigen achtergrond, zorgt ervoor dat het dialect langzaam maar zeker wegslijt.'
Vraag: moet je daar iets tegen doen? Moet je een streektaal die blijkbaar steeds minder maatschappelijk draagvlak heeft koste wat kost overeind houden? Moet je daar beleid voor ontwikkelen, een streektaalfunctionaris op loslaten, geld voor uittrekken?
"Zeker wel', zegt Bakkes. "Omdat het gebrek aan status van het Limburgs een kwestie is van vooroordelen. Je negeert een belangrijk deel van je achtergrond, je cultuur, omdat je je laat aanpraten - en uiteindelijk jezelf wijsmaakt - dat het minderwaardig zou zijn. Het Limburgs is nog steeds een levende taal. Maar als je een taal verwaarloost, er niet mee werkt, dan verstoft ze. Onder dialectologen geldt dat je in zo'n situatie van generatie op generatie twintig procent dialectsprekers inlevert. Dat gaat hard.'
Pierre Bakkes moet als streektaalfunctionaris de belangstelling voor de Limburgse taal' gaan stimuleren. Hoe vertaal je zo'n brede opdracht in de praktijk?
"Als iemand dat precies wist...', zegt Bakkes met een brede grijns. "Kijk: een provincie, een streektaalfunctionaris, een vereniging als Veldeke, ze kunnen op dit gebied wel vanalles roepen en schrijven, maar als het niet aanslaat bij het publiek, dan is het over. Dat is dus de eerste zorg: een stevig draagvlak voor de Limburgse taal creëren.'
Concreet, graag? "Mensen confronteren met het feit dat Limburgs een volwaardige schrijftaal is, een taal waarin je alles kunt uitdrukken wat je in het leven tegenkomt. Een taal die, net als het Nederlands of om het even welke andere taal, het hele scala omvat van platte smartlap tot hoogstaande literatuur, van buut tot poëzie. Nou, dat kúnnen we aantonen. Zeker de laatste vijftien jaar wordt er in het Limburgs steeds meer goed en volwassen werk geschreven.'
Een belangrijke route naar statusverbetering loopt via het onderwijs. "Ik denk aan projecten op het gebied van Limburgse literatuurgeschiedenis, Limburgse grammatica. Waarom zou je, als je op een Limburgse school uit wil leggen hoe een sonnet in elkaar zit, in plaats van Gerrit Achterberg niet Frits Criens als voorbeeld gebruiken? Ik noem maar wat. Ik denk aan kadercursussen Limburgs voor mensen in het onderwijs, uiteindelijk uitmondend in een speciale onderwijsakte Limburgs. Workshops met mensen als Gé Reinders, Sjra Puts, Ger Bertholet. Er liggen op dat gebied veel kansen om de komende generaties liefde voor het Limburgs bij te brengen. Die moeten we benutten.'
Voor de rest? Het takenpakket van de streektaalfunctionaris zal zich, denkt Bakkes, in de praktijk verder moeten ontwikkelen. Hij krijgt drie jaar de tijd om "veel met mensen te praten, naar mensen te luisteren, te leren.' Om projecten op te zetten. En om te stoken, te blijven stoken. "Altijd en overal, mensen aan hun eigen taal blijven herinneren. De bakker op de hoek zover krijgen dat hij zijn broodjes en gebak ook in het Limburgs aanprijst. Van die dingen. Taal is een eindeloos thema.'
En alle plaatsnaamborden tweetalig? "Waarom niet? Je moet niet te flauw doen met het etaleren van je taal. Laat maar zien dat we in Limburg tweetalig zijn. Dat we onze taal serieus nemen.'

dinsdag, 30 januari 2001