Partij Nieuw Limburg
Vereniging van samenwerkende lokale politieke partijen en groeperingen in de provincie Limburg

Echt, 11 juli 2001

 

Aan

De Voorzitter van Provinciale Staten

van Limburg

Postbus 5700

6202 MA Maastricht

Onderwerp: Interpellatie artikel 20 RvO

Geachte Voorzitter,

Tijdens de diverse behandelingen van het taalbeleid - het initiatiefvoorstel van PNL, de benoeming van de streektaalfunctionaris en instelling van de Raod veur 't Limburgs - is er een verband gelegd met het Woordenboek voor Limburgse Dialecten (WLD). Ook werd daarbij gesuggereerd dat Veldeke bij de totstandkoming van dat WLD nauw is betrokken. De noodzakelijke duidelijkheid werd niet verkregen. Integendeel, het gerommel met de benoeming van de streektaalfunctionaris en met de taak en samenstelling van de Raod heeft tot twijfels geleid betreffende de organisatie en inzet van middelen. PS heeft op 26 januari jl. weliswaar haar treurnis uitgesproken over de benoemingsprocedure van de streektaalfunctionaris maar heeft desondanks in meerderheid ingestemd met het gevoerde en te voeren beleid. In diezelfde vergadering heeft PNL gevraagd om eerst de realisering van het WLD te evalueren en daaruit conclusies te trekken alvorens over te gaan tot de organisatorische invulling t.b.v. het taalbeleid. De weigering van GS heeft geleid tot het stellen van vragen d.d. 5 februari 2001. De antwoorden op 6 maart 2001 waren voor de PNL fractie aanleiding tot een diepgaander onderzoek.

De resultaten van het onderzoek zijn nu bekend en de fractie moet concluderen dat het College van GS de Staten onjuist, onzorgvuldig en onvolledig heeft geïnformeerd. Dit wordt door de fractie van PNL als zeer ernstig beschouwd.

Tevens is gebleken dat de vereniging Veldeke een aantal jaren ten onrechte subsidie heeft gekregen. Dat laatste los van de vraag of Veldeke in aanmerking mag komen voor subsidie vanwege het feit dat leden zich niet kunnen uitspreken over het gevoerde en te voeren financiële beleid van die vereniging.

De resultaten van het onderzoek zijn hierna chronologisch weergegeven en aan het slot is een opgave van de vragen die o.a. tijdens de interpellatie aan de orde worden gesteld.

WLD

Het WLD is een wetenschappelijk project. De doelstelling van het project is de woordenschat van alle in de hierna genoemde drie gebieden gesproken dialecten zo volledig en nauwkeurig mogelijk vast te leggen.

1. Limburg met inbegrip van de Voerstreek,
2. Germaanstalig deel van het NO van de Provincie Luik,
3. Een zestal grensplaatsen in Brabant.

De totstandkoming van het WLD kent een lange geschiedenis. In 1933 verscheen in het tijdschrift Veldeke een oproep tot medewerking aan een Limburgs Woordenboek.

Mensen als Roukens, Grootaers en Pauwels hebben de basis daarvoor gelegd. Aan het jubileumnummer jaargang 25 nummer 25 in 1951 leverde Roukens een bijdrage onder de titel "Rond de problematiek van ons Limburgs Woordenboek". Hij schreef daarin dat de beide Limburgen moesten meewerken aan het oprichten van dit 'monumentum aere perennius'. De formele opstart van het WLD was in 1961 aan de KUN onder leiding van prof. Dr. A. Weijnen. Drie grote delen zouden verschijnen.

Deel I over de landbouw met 13 afleveringen, deel II over niet agrarische vaktalen met 12 afleveringen en deel III met een algemene woordenschat met 12 afleveringen.

De start was bescheiden. Voornamelijk werd door student-assistenten er aan gewerkt. Met een subsidie van de Stichting Zuiver Wetenschappelijk Onderwijs (ZWO) kon dr. F. Peeters twee jaar als parttime wetenschappelijk medewerker werken aan het WLD en daarna P. Goossens enige jaren als assistent. In 1969 werd P. Goossens als wetenschappelijk medewerker voor het WLD verbonden aan de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde (NCDN).

Dagblad De Limburger van 10 april 1979: "Nijmeegse faculteit der Letteren gaat de werkzaamheden van het 'Groot Limburgs Woordenboek' stop zetten".

In 1979 werd de vraag gesteld of het WLD nog wel bij de NCDN moest worden voortgezet. In dec. 1979 resp. september 1981 heeft ZWO zich bereid verklaard de publicatie van de inleiding en de gereedgekomen afleveringen te subsidiëren. De KUN ging op zoek naar financiën voor dit monumentale project. Het Provinciaal bestuur kwam in beeld.

Brief van Prof. Weijnen van 2 juli 1979 aan GS: "Zoals u bekend is werk ik reeds meer dan 15 jaren aan een woordenboek van de Limburgse dialecten. De voltooiing zal 36 manjaren vergen. "

Op 31 januari 1980 verleent Dagblad voor Noord Limburg medewerking in de vorm van een subsidie op de drukprijs als het woordenboek vervaardigd zal worden bij de dochteronderneming 'drukkerij van Grinsven'.

Op 27 oktober 1981 wordt het College van GS tevens benaderd door een initiatiefgroep WLD van de Culturele Raad Limburg. Daarin zit o.a. dr. Janssen, directeur van het Sociaal Historisch Centrum Limburg (SHCL).

In de vergadering van 8 maart 1983 besluiten PS een krediet beschikbaar te stellen van ¦ 105.000,-. Hiermee werd de voortgang van de werkzaamheden gedurende 8 jaar veilig gesteld. Tevens werd van 100 extra toegewezen arbeidsplaatsen in het kader van de herstructurering Zuid Limburg één arbeidsplaats ingevuld t.b.v. het werken aan het WLD. Met ingang van 16 mei 1983 werd deze plaats toegewezen

aan dr H. Crompvoets. Kosten hiervan zijn ¦ 85.000, per jaar. De heer Crompvoets kwam in dienst van het SHCL. De kosten van deze medewerker kwamen vanaf 1985 ten laste van de Provincie.

In 1986 ontstond enige opschudding vanwege de vertraging van de voortgang.

Voor versnelling van het project wordt in 1987 via een begrotingswijziging een krediet beschikbaar gesteld van ¦ 400.000-. Voor dit bedrag wordt een tweede voltijdse redacteur op het project gezet. Het krediet is achteraf door Provinciale Staten goedgekeurd (statenstuk I-528, eens maar nooit weer aldus de toenmalige Staten)

onder de volgende voorwaarden:

- In 1993 dient 60% van het project (18 afleveringen) gereed te zijn,

- Van deze 60% dient de helft in druk te zijn verschenen.

Op 14 juli 1987 stuurt het bestuur van het SHCL een brief aan GS over het integraal dialectbeleid. Het bestuur wijst GS er op dat een grammatica van de Limburgse dialecten ontbreekt. Een dergelijke grammatica voorziet niet alleen in een dringende behoefte maar is ook een essentiële voorwaarde voor een adequate onderwijsvoorziening.

In september 1989 meldt het SHCL dat er getwijfeld wordt of voldaan kan worden aan de voorwaarde om in 1993 15 afleveringen in druk te laten verschijnen.

PNL 1989

In de meerjarenplanning met werkplan van 4 april 1991 schrijft het bestuur van het SHCL dat WLD Il het enige onderdeel is waarvoor beleidsverantwoordelijkheid gedragen wordt. Ook in de toekomst zal het SHCL de voortgang van deel 1 niet wezenlijk kunnen beïnvloeden ondanks de overgedragen planverantwoordelijkheid.

Aangezien slechts middelen zijn verstrekt voor één periode van 6 jaar zijn nadere besluiten van PS nodig voor de periode na 1993. Tevens wordt nogmaals twijfels geuit of op 31 december 1993 15 afleveringen in druk kunnen verschijnen.

Brief van het SHCL d.d. 8 april 1991:

"Medio 1993 zal noch volgens voorwaarden gesteld door PS, noch volgens de thans voorziene voortgang, het woordenboek zijn afgerond".

Op 11 juni 1991 schrijft GS m.b.t. een pensioenvoorziening t.b.v. een medewerker van de Stichting vrienden van het SCHL aan het bestuur van het SHCL het volgende.

'Volgens mededeling zijn er geen beleidsmatige en financiële consequenties die het door de Provincie goedgekeurde begrotingskader voor de versnelling overschrijden".
I-621 (Besluit van PS in 1991 om de resterende middelen beschikbaar te stellen na 1 juli 1993)

CDA

"Het zou het CDA verheugen, als het gebruik van het dialect in al zijn varianten in de toekomst ook bij de dragers van openbare functies niet alleen aan respect zal winnen, maar ook in gebruik zal toenemen. Niet alleen vanwege de culturele waarde, de traditie of de provinciale identiteit, maar ook omdat wij wellicht onze eigen provinciale politiek door het dialect te gebruiken, dichter bij de mensen zouden kunnen brengen".

PvdA

"Wij juichen ten zeerste toe te onderzoeken op welke wijze een provinciaal beleid ten aanzien van de dialecten tot stand kan worden gebracht. Wij stellen ons voor dat wij bij de behandeling van de begroting terugkomen op het uitgebreide dialectenbeleid".

PNL

"In de commissie hebben wij de vraag voorgelegd, welke concrete maatregelen er te verwachten zijn ten aanzien van het bevorderen van het levend Limburgs, de voertaal, het

gesproken Limburgs, dat in onze Provincie steeds meer achteruitgang lijkt te boeken. Wij spreken alleen de hoop uit, dat het WLD tegen die tijd (eeuwwisseling) geen grafmonument

wordt voor de laatste dialectsprekers in de provincie, die dan misschien alleen nog in het openluchtmuseum Bokrijk te beluisteren zijn".

In een brief van het SHCL aan GS d.d. 3 september 1991 staat dat het uitgangspunt nog altijd is dat het WLD uiterlijk 31-12-1999 gereed is.

Brief SHCL van 20 maart 1992 over het aantal fte:

- Sedert 1966 1 medewerker KUN,
- Vanaf 1983 een 2de medewerker (dr. Crompvoets)
- Vanaf 1987 een 3de medewerker voor de periode van 6 3/4 jaar (drs. V.d. Wijngaard),
- En per 1-3-1992 een 4de medewerker (dr. J. Molemans).

Er wordt actie ondernomen om een bijdrage te krijgen van de Provincie Belgisch Limburg. In een brief van het SHCL van 12 januari 1993 wordt de totale bijdrage van Nederlandse zijde opgesomd.

1. KUN 1 medewerker 1966 - 1992 2.080.000,-
2. KUN overhead, huisvesting e.d. 450.000,-
3 Provincie Limburg incl. 7 jaar 1 medewerker 1.329.000,-
4. Ministerie OW 500.000,-
5. NOW (Ned. Org. Wetenschappelijk Onderzoek) drukkosten 175.000,-
6. Particuliere organisatie 35.000,-

totaal: ¦ 4.569.000,-

Mei 1993 het bericht dat Belgisch Limburg tot en met 1994 een bijdrage levert van Bfr. 600.000,-

PS besluiten in een vergadering van 4 juni 1993 (I-651):

- In 1993 een eenmalige bijdrage van max. ¦ 225.000,- ten behoeve van de afronding,
- Overigens daarbij dezelfde voorwaarde te hanteren als gesteld in I-528 met dien verstande dat het hele project ultimo 1999 voltooid dient te zijn.

In een brief van het SHCL d.d. 29 september 1993 wordt medegedeeld dat in de loop van 1995 de delen WLD I en II geheel voltooid zijn.

Op 8 december 1998 meldt de KUN dat de totale kosten van het project tot dan bedraagt ¦ 9.077.000,-.

In 1998 is melding gemaakt van een begroting voor assistentie bij de afleveringen WLD I-11 (rund) en 1-8 (landerijen) van 625 uur à ¦ 40,- is ¦ 25.000,-

Besluit van PS van 9 juli 1999 (I-713):

- Voor de afronding van de delen I en II van het WLD een subsidie van maximaal ¦ 137.600 en voor de afronding van deel III een subsidie van maximaal ¦ 200.000 beschikbaar te stellen.
- Het Ministerie van OCW stelt nog een krediet beschikbaar van ¦ 200.000 of ¦ 206.000. Dit laatste bedrag wordt genoemd in een brief van 30 juli 1999.

Tot slot

Voor een leek is het WLD onhanteerbaar. Het is geen alfabetisch maar systematisch woordenboek. Een 'verzamelend' woordenboek van volkskundig gebruikte woorden.

De dialectwoorden met plaatselijke varianten zijn in een verfijnd fonetisch schrift weergegeven met een toegevoegde vertaling in Duits, Engels en Frans.

Voor het verwijzen in het onderwijs naar het dialect is het werk onmisbaar zeggen de samenstellers. De vraag is, welk onderwijs wordt bedoeld? In de stukken en ook feitelijk is er geen enkele aanwijzing in een of andere onderwijsrichting.

Het WLD blijven beschouwen als monument zou jammer zijn van de investeringen.

Moet dit werk dienst doen als fundament van het Limburgs als streektaal?

Waarom heeft uw College de juiste hoeveelheid kredieten die beschikbaar zijn gesteld verzwegen? In het antwoord d.d. 6 maart 2001 noemt u een totaal bedrag van ¦ 1.226.600 terwijl tot januari 1993 reeds f 1.329.000 was geïnvesteerd.

Verwarrend is ook dat de ene keer (1987: I-528) wel de renteverliezen worden meegeteld als subsidie en een andere keer niet. Inmiddels heeft het WLD meer dan 10 miljoen gekost.

De projectorganisatie is ongestructureerd en heeft onduidelijke organisatorische verantwoordelijkheden. Wat de rollen waren van SHCL, Begeleidingscommissie WLD, de Katholieke Universiteit Nijmegen, de Katholieke Universiteit Leuven en de Stichting vrienden van het SHCL is niet te traceren. Een redelijke beheersing van voortgang en kosten waren daardoor ondoenlijk. Is een zelfde chaotische organisatie te verwachten met betrekking tot de 'Raod veur 't Limburgs' en de streektaalfunctionaris'?

De doelstellingen zijn tot op heden niet gehaald. Hoe daarmee verder?

Veldeke

De vereniging stelt zich ten doel het instandhouden en bevorderen van de volkscultuur in Belgisch Limburg en in Nederlands Limburg. (artikel 2 statuten Veldeke Limburg)

De algemene vergadering bestaat uit drie vertegenwoordigers per kring, de bestuursleden inbegrepen (artikel 9 lid 1). Er zijn 11 kringen in Ned. Limburg. De financiële verantwoording wordt door slechts 35 leden (1,2 % van de leden) gevoerd. Voldoet dit aan de voorwaarden van de Provincie?

De subsidietoekenning is op basis van een tekort. De vereniging Veldeke heeft kennelijk een structureel tekort. In 1996 gaf de jaarrekening een overschot van ¦ 87.551,07. Toch werd het subsidie uitgekeerd. Ook de jaren daarna. Welke reden zijn te noemen om in strijd met de regeling subsidie toe te kennen?

Naast de 'structurele' subsidie van ¦ 14.000 kreeg Veldeke aparte subsidies voor de dialekpries (¦ 7500) en Veldeke literair-reeks (¦ 6OOO). Waarom? Zijn er nog andere verenigingen die dezelfde behandeling kregen?

Definitie streektaal volgens het Handvest:

- De taal moet duidelijk verschillen van de andere talen die door de rest van de bevolking van die staat worden gesproken. - Het Handvest doelt niet op plaatselijke varianten of verschillende dialecten van één en dezelfde taal. Het wordt dan ook aan de betrokken autoriteiten in elke staat overgelaten om - volgens hun eigen democratische processen - te bepaien in hoeverre een wijze van uitdrukken een afzonderlijke taal is.

- De taal waarop het Handvest betrekking heeft, is hoofdzakelijk aan een bepaalde streek gebonden taal, d. w. z. de taal die van oudsher in een bepaald gebied wordt gebruikt.

- In het eerste lid van artikel 2 (betreft toepassing van deel 11) wordt met name van de ondertekenende staten verlangd dat zij zich ertoe verplichten hun beleid, wetgeving en praktijk af te stemmen op een aantal beginselen en doelstellingen.

- Artikel 7 letter f schrijft voor dat het Limburgs vertegenwoordigd is op alle daarvoor in aanmerking komende onderwijsniveaus. In sommige gevallen gaat het om het doceren, in andere gevallen slechts om onderwijs in die taal,

- Artikel 7 letter h heeft betrekking op het bevorderen van studie van - en onderzoek naar het Limburgs aan een universiteit of soortgelijke instelling. Dit is immers van belang voor de ontwikkeling van de taal wat betreft woordenschat, grammatica en syntaxis.

Veldeke heeft een subsidie aangevraagd voor 5 projecten voor een totaalbedrag van ¦ 460.000. Bevordering voor en bekendheid met de streektaal (¦ 167.500). Een cursus voor het ontwikkelen van een groter draagvlak voor de streektaal (¦ 157.500). Met

deze cursus wordt beoogd dat een groot aantal personen in de toekomst in staat moeten zijn om op een verantwoorde wijze de streektaal te spreken en te schrijven.

Bereiken van de jeugd op het gebied van de streektaal (¦ 35.000)

Voortzetting bestaande activiteiten uitbreiding streektaal door uitgave tijdschrift (¦ 75,000).

Welk begrip streektaal wordt gehanteerd? Wat is de rol van de streektaalfunctionaris in deze? Welke rol speelt de Raod veur't Limburgs hierbij? Hoe moeten wij dit zien in het kader van de totstandkoming van een Limburghuis? Wat als nog meer verenigingen komen met projectaanvragen voor het lezen en schrijven van de door uw College genoemde 500 dialecten?

Aanvullende conclusies:

In de vergadering d.d. 25 augustus 2000 van de VCWZC heeft de gedeputeerde het volgende gezegd: "ik ben het oneens met de bewering van PNL dat er na de erkenning van het Limburgs als streektaal in dit kader niets meer is gebeurd. Zo is er het WLD en de realisatie van het Limburghuis". Zoals uit dit onderzoek blijkt, heeft het WLD niets te maken met de erkenning van het Limburgs als streektaal!!! Tevens is nog niet duidelijk wat het Limburghuis gaat betekenen voor de streektaal.

Veldeke komt in het hele dossier van het WLD niet voor.

Een Limburgs taalbeleid heeft, ondanks toezeggingen 10 jaar geleden, geen invulling gekregen. Er is niets van de grond gekomen.

Met deze bevindingen is het van zeer groot belang om het Limburghuis professioneel te organiseren met een gedegen taalbeleid als grondslag voor de controle van de resultaten.

Kan uw College de aanvullende conclusses geheel of gedeeltelijk onderschrijven?

Ik vraag u deze interpellatie te agenderen voor de vergadering van Provinciale Staten van 31 augustus a.s.

Namens de fractie,

Fons Zinken