Misvattingen van Veldeke en WLD

"Neem zo'n schort. Dat kledingstuk betekent alleen iets in de context van het grote verhaal. Daarbuiten is het 'maar' een schort."

Dat zegt de volkskundige Annie Schreuders (Susteren) in het Limburgse magazine Nummer 1 (nr. 171, september 2001). Ze heeft een 10.000 voorwerpen over het leven en de geschiedenis van de Limburgse vrouw verzameld, en niet alleen van oma's moeder. Mede als contrast verzamelt ze ook hedendaagse getuigenissen. Zet oud en nieuw naast mekaar. Dan krijg je een verhaal: zo was het toen, nu zo.

Daarom is haar opmerking over dae sjolk zo belangrijk. Voor de Werkgroep AGL dan. Op de eerste plaats: aan geisoleerde woorden, keurig per dorp en gehucht verzameld, zoals het WLD (Woordenboek van Limburgse Dialecten) doet, daar heb je niet veel aan. Goed: ze worden bewaard, maar niet in een zinvol verband, laat staan in zoals Annie Schreuders zegt: het grote verhaal.

En dat is waar de Werkgroep voor staat: onze taal tentoonstellen, uitbouwen en bewaren, niet in een reeks woordenboeken, lokale en semi-wetenschappelijke, maar in een kamer vol boeken, geschreven in sprankelend Limburgs.

Volgens de voorzitter van het jubilerende Veldeke echter is het Limburgs vooral een verzameling gesproken dialecten, een taal voor "op straat, in de kroeg en met carnaval", zei hij tegen Dagblad De Limburger (zie in ons archief het artikel Houdt Limburgs taal in eere 18 08 2001 ).

Dat noemen wij isolement ten top: een taal van en voor verspreide hempelkes luuj in cafés. Wij menen: een taal overleeft alleen als ze geschreven wordt. Terecht kapittelde Hen Meijer in een reactie in Dagblad De Limburger (zie lezersbrief Limburgse taal in ons Archief) deze opvatting van Veldeke. Ook hij blijkt van mening dat de Limburgse taal alleen blijft als er een (algemene) geschreven taal ontwikkeld wordt. Hij schrijft zelfs: er moet naarstig gezocht worden naar zo'n taal.

Daar zijn en blijven we mee bezig.

Als bijdrage staat in de Laeszaal een nieuw verhaal van Wim Kuipers: Newton aan de klump.