Aan het College van
Gedeputeerde Staten van Limburg
Postbus 5700
6202 MA Maastricht
 
Heerlen, 15 december 2000
 
Geacht College,
Hierbij willen wij ons standpunt inzake de aanstelling van een Streektaalfunctionaris en de vorming van de "Raod veur 't Limburgs" kenbaar maken.
Zoals u wellicht al duidelijk zal zijn, zijn er wat ons betreft m.b.t. de procedure nog al wat onduidelijkheden.
 
Allereerst mochten wij, ondanks herhaalde toezeggingen van de heren Snijders en Coenen, van u nog steeds geen antwoord ontvangen op ons schrijven van 12 september 2000, gericht aan Zijne Excellentie de heer Gouverneur Mr. B.J.M. Van Voorst tot Voorst, en de herinnering van 16 oktober, betreffende de subsidieaanvraag in 1995 door St. DOL voor de aanstelling van een Streektaalfunctionaris en de invulling van een Dialectwerkplaats, waarin wij om uitleg vragen waarom niet wij als initiatiefnemers, maar Veldeke wordt benaderd om dit initiatief over te nemen en uit te werken, met Provinciale steun.
 
De Provincie heeft dit eerder zo gedaan met "De aanvraag van het Limburgs als Minderheidstaal", waartoe de St. DOL het initiatief nam.
De Provincie heeft ons eerder laten weten dat wij als initiatiefnemers benaderd zouden worden dit voorstel verder te ontwikkelen, indien er geld beschikbaar zou komen.
Dat is tot op heden niet gebeurd. Het verbaasde ons ten zeerste dat er blijkbaar wel geldelijke middelen beschikbaar zijn voor dit project maar dat deze al bij voorbaat aan de Vereniging Veldeke zijn toegezegd, gezien de advertentie van Veldeke voor een Streektaalfunctionaris en de uitlatingen van professor Van Hout tijdens het gesprek op 17 november ll.
Wij hebben de indruk dat én door de samenstelling van deze Commissie en door de uitlatingen van de Gouverneur en deputé M. Eurlings in een aflevering van het Tijdschrift van Veldeke, er geen open kaart wordt gespeeld. Wij kunnen ons niet aan
de indruk onttrekken dat de Commissie zodanig werd samengesteld om een van te voren bedachte rapportage te verkrijgen. De advertentie is zodanig opgesteld dat de
profielschets van de aankomend Streektaalfunctionaris geschreven is op een persoon die van te voren al is aangewezen.
Niet Veldeke, maar "De Raod veur 't Limburgs" dient deze functionaris aan te stellen.
In het algemeen mogen wij stellen dat er sprake is van ondemocratisch handelen van het Provinciaal Bestuur.
 
Onze visie betreffende de "Raod veur 't Limburgs" is:
-Deze Raad dient te worden gevormd uit alle betrokken partijen.
-De Raad is tevens de sollicitatiecommissie, stelt een profielschets en een advertentie op (die openbaar wordt gemaakt in de beide dagbladen van Limburg, in een landelijke
dagblad en in een Belgisch dagblad), en beslist uiteindelijk wie de streektaalfunctionaris zal worden.
- De Streektaalfunctionaris dient onpartijdig te zijn omdat hij/zij met alle betrokkenen moet kunnen samenwerken.
 
Zeer kwalijk vinden wij de opmerking van de Commissie dat een vereniging wel maatschappelijke draagkracht zou hebben en een stichting niet.
In het geval van de vereniging Veldeke is het zo dat zij geen leden heeft, maar abonnees. De zo genaamde leden hebben nl. sinds enkele jaren geen enkele inspraak meer.
 
Een stichting heeft wel degelijk maatschappelijke draagkracht, de Nederlandse Hartstichting als voorbeeld genomen, behartigt de belangen van vele patiënten. Hier is dus sprake van meer draagkracht dan bij een vereniging. Zo heeft de St. DOL vele
sympathisanten en donateurs die achter het beleid en het werk van de St. DOL staan.
Bovendien is deze Stichting opgericht om te kunnen voldoen aan de vragen uit het onderwijs. Veldeke heeft tot op heden geweigerd mee te werken aan projecten in het onderwijs, en heeft te kennen gegeven dat in de toekomst ook niet te gaan doen.
De Provincie steunt kennelijk alleen Veldeke Limburg en honoreert op geen enkele wijze andere initiatieven. Waardevolle kennis en ervaring m.b.t. het Limburgs worden
op deze manier geschoffeerd. De Provincie trekt door haar houding en stellingname het project "Streektaalfunctionaris" en "De Raod veur 't Limburgs" in het belachelijke.
Kennelijk zijn persoonlijke belangen en relaties belangrijker dan de Limburgse Taal zelf en het behouden ervan.
 
Het is onbegrijpelijk dat serieuze initiatieven van bijv. St. DOL en Commissie AGL genegeerd worden. Overigens willen wij er op wijzen dat wij ook op 1 oktober 1999 een brief betreffende de Limburgkalender aan de Provincie gericht hebben, waarop nooit een antwoord werd gegeven.
 
Wij verlangen en verwachten van de Provincie dat zij met meer respect om gaat met particuliere initiatieven, zoals bijv. samenstelling AGL-woordenboek en het Heemkunderapport van de St. DOL.
Het is in het belang van de Streektaal dat de Provincie de kennis en ervaring van particuliere instellingen en organisaties en/of werkgroepen anders dan Veldeke, betrekt bij de ontwikkelingen rondom de Limburgse Dialecten en het AGL.
 
In afwachting van een open en democratische aanpak uwerzijds, verblijven wij, met hoogachting,
 
namens het bestuur van de St. Dialect- en Cultuuronderwijs Limburg
 
 
Leonie Robroek
voorzitter
 
Drs. L.M. Henderikx
secretaris