Kirsten Broekhoven, Limburgs Dagblad, 06 03 2000

Ministerie: Geen plannen om erkenning dialect ongedaan te maken

Strijd om Limburgs is al gestreden

Wordt de erkenning van het Limburgs als Europese minderheidstaal nu ongedaan gemaakt of niet? Senator van de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF), Marten Bierman, denkt dat eraan wordt gewerkt. De Nederlandse Taalunie weet van toeten noch blazen en vraagt zich af waar de senator zich druk over maakt. En het ministerie van Binnenlandse Zaken bezweert dat er niets verandert: Limburgs blijft gewoon een erkende minderheidstaal.

Het lijkt dus veel drukte om niets. Het balletje kwam aan het rollen na het bekend worden van het nieuws dat het Belgisch-Limburgse dialect niet in aanmerking komt voor de officiële status van erkende Europese minderheidstaal. Volgens de Belgisch-Limburgse gedeputeerde Sleypen zou de Nederlandse Taalunie, die negatief adviseerde over de Belgische variant van het Limburgs, ook plannen hebben om de erkenning van het Nederlands-Limburgse dialect ongedaan te maken. De Taalunie zou zich namelijk gepasseerd voelen omdat haar destijds niet om advies gevraagd was bij de toetsing van het Nederlands-Limburgse dialect.

De Belgische geluiden werden opgepikt door Fons Zinken, fractievoorzitter van Partij Nieuw Limburg (PNL). Die schakelde op zijn beurt weer senator Bierman in. En die stelde vervolgens vragen over de kwestie.

Hij zei het onacceptabel te vinden als alsnog aan de status van het Nederlands Limburgs zou worden getornd.
Uit de woorden van algemeen secretaris Koen Jaspaert van de Nederlandse taalunie valt af te leiden dat de Taalunie inderdaad niet enthousiast is over de erkenning van het Nederlands-Limburgse dialect, maar dat geen sprake is van plannen om daar nu nog iets aan te veranderen. 'Ik zou deze geruchten rangschikken onder de onzin die wel eens vaker over ons verteld wordt.'

Volgens Jaspaert ligt de bron van de geruchtenstroom in Belgisch Limburg. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat het Belgisch-Limburgs een variëteit van een bestaande taal is en dus niet als een zelfstandige taal kan worden beschouwd. Dit geldt ook voor de Nederlands-Limburgse variant, maar daarover is in afwijking van de gangbare praktijk de Taalunie niet om advies gevraagd. Kennelijk vond Limburg dat niet nodig, zegt Jaspaert. 'Voor ons is de zaak afgedaan op 4 oktober 1999. Destijds heeft het comité van ministers besloten de zaken zoals ze nu zijn, de erkenning van het Limburgse dialect, niet meer te veranderen, maar ervoor te zorgen dat in de toekomst deze problemen niet meer kunnen voorkomen ,' aldus Jaspaert die verder weinig tijd en energie aan de geruchten wenst te verspillen.

Senator Bierman heeft inmiddels staatssecretaris van cultuur Van der Ploeg aan de jas getrokken. Hij wil weten of het Limburgse dialect inderdaad moet vrezen zijn status te verliezen. Zo zou er deze of volgende maand een ontmoeting zijn met de Belgen over de taalkwestie, waarbij naast Van der Ploeg ook minister Peper van Binnenlandse Zaken zou aanschuiven. Bierman moet zijn officiële antwoord op zijn vragen nog krijgen, maar volgens voorlichter Ger Bodewitz van het ministerie van Binnenlandse Zaken is er tot op heden geen sprake van een overleg tussen België en Nederland over regionale talen. Hij benadrukt dat het Limburgse dialect een erkende minderheidstaal is. En daar wordt volgens hem echt niets aan veranderd.