Rob Belemans / Dagblad De Limburger 15 07 2000 / Opinue

'Dialectplan PNL luchtfietserij'

Is het initiatiefvoorstel van de Partij Nieuw Limburg om te komen tot een Algemeen Geschreven Limburgs de doodsteek voor de 550 bestaande plaatselijke dialecten in beide Limburgen?
 
Et rech van et Limburgs. Onder deze titel diende de minderheidsfractie Partij Nieuw Limburg een initiatiefvoorstel in bij de Provinciale Staten van Limburg. Wie dit voorstel 'voor het behouden van de Limburgse taal in alle gelederen van de Limburgse maatschappij' leest, zal zich afvragen of dit een verlate aprilgrap of de vroege tekst voor een onrijpe buut is. Zelden las ik over Limburg en zijn dialecten zoveel onzin-op-drijfzand in een tekst bij elkaar, en dan ook nog gepresenteerd als een serieus ogend rapport (inleiding, 5 hoofdstukken met rubricering - waarvan er dan eentje over de Limburgse taal handelt -, eindconclusie en bijlagen).
 
Inhoudelijk oninteressant is de vraag waarom dit soort voorstellen gelanceerd wordt, maar noodzakelijk is het om duidelijk te stellen wat hier fout gaat. Vooral het feit dat er op basis van een sloganeske mix van zuiverheidsideologie (bijvoorbeeld 'de Limburgse taal is een van de oudste nog intacte talen in Europa') en taalkundige leugens (bijvoorbeeld 'De Limburgse taal is door de eeuwen heen stabiel gebleven en kan uit haar eigen voorraad taaleigen woorden voor nieuwe begrippen vormen') serieus ogende maar inhoudsloze voorstellen gedaan worden voor iets dat helemaal niet bestaat. Er is immers geen 'Limburgse taal' die in alle 'gelederen' (men bedoelt, naar ik aanneem, geledingen) van de Limburgse maatschappij gesproken wordt.
 
Het Limburgs als eenheidstaal bestaat niet en daar hoeft ook niemand treurig om te zijn. De Limburgse streektaal die enkele jaren geleden op voorzet van de cultuurgedeputeerde Eurlings en Provinciale Staten een principi‰le erkenning kreeg onder deel 11 van het Europese Handvest voor streek- en minderheidstalen, die Streektaal is niet meer dan een verzamelnaam voor de meer dan 550 verschillende dialecten die in de provincie Limburg gesproken worden Ook al zijn er enkele kenmerken aan te wijzen die deze dialecten als gemeenschappelijke groep doen verschillen van de Brabantse, de Zeeuws en andere dialectgroepen, toch is en blijft het wezenskenmerk van dialecten, ook in Limburg hun onderlinge verscheidenheid. Wie die diversiteit wil ontkennen of uitvlakken, bedreigt daarmee de fundamentele eigenheid en op termijn het voortbestaan van 'het Limburgs'.
 
Dat is nu net wat de PNL, (in het beste geval uit pure onkunde terzake) met dit voorstel tracht in te leiden: de vervlakking van de interne diversiteit van 'het Limburgs' en vervolgens dus het volledige verdwijnen ervan. Ze doet dat door te streven naar een AGL, een Algemeen Geschreven Limburgs. De redenering erachter is even. eenvoudig als krom en bevat drie stappen: 1) de Limburgse dialecten (in het PNL-voorstel worden ze voortdurend 'lokale tongvallen' genoemd) verdwijnen langzaam maar zeker; 2) er moet op korte termijn via een besluit van Provinciale Staten een Algemeen Geschreven Limburgs ontwikkeld worden als een 'taalkundig verantwoord en uitermate consistent systeem' om Limburgs te schrijven zonder dat er rekening gehouden hoeft te worden met de - toch verdwijnende - lokale uitspraakverschillen; 3) doordat heel schrijvend Limburg - de overheid en publieke sector op kop - dit Algemeen Geschreven Limburgs zal gaan hanteren, zal het via spellingsuitspraak ook de gesproken norm worden en zal er op termijn vanzelf ook een Algemeen Gesproken Limburgs tot stand komen.
 
Zo simpel is dat allemaal, meent de PNL. Op deze manier creëer je één-twee-drie dus een heuse Limburgse TAAL die door alle Limburgers van Molenhoek tot Moelingen in ontroerende gemeenzaamheid zal geschreven worden. Door zijn eenvormigheid zal het AGL dan ook moeiteloos opgewassen zijn tegen de verdrukking door andere, nog grotere eenheidstalen zoals het Nederlands en het Engels.
U denkt vast ook: dat ik hier nooit zelf op gekomen ben!
 
De redding van 'het Limburgs' bestaat er volgens de PNL dus in om de Limburgse dialecten eerst alvast maar voor dood te verklaren in hun, huidige, natuurlijke vorm en ze dan zo snel mogelijk te vervangen door een soort Limburgs Esperanto. Die kunstmatig ingevoerde taal krijgt eerst een geschreven vorm - over nog wat uitspraakverschillen moeten we daarbij maar niet moeilijk doen - en vervolgens zullen Limburgers die zich nog dialectspreker willen noemen deze nieuwe schrijfvorm wel vanzelf gaan papegaaien. Want al die verschillende 'tongvallen' zijn wel leuk, maar zullen 'op een zeker moment de genadeslag krijgen'.
Het begrip 'maakbare samenleving' wordt in dit PNL-voorstel toch wel zeer op zijn rekbaarheid getest. Welke Limburgse dialectspreker zit er nu in hemelsnaam te wachten op zo een geschreven eenheidsworst, waarinhij de kenmerken van zijn eigen lokale dialect in het allerbeste geval nog een beetje terug kan vinden? Op welke wijze zouden de Provinciale Staten, na het officieel installeren van dit AGL, erop moeten of kunnen toezien dat het ook daadwerkelijk gebruikt wordt door alwie in zijn dialect wil schrijven? Komt er een soort Limburgse Kulturkammer die hierop toeziet en wordt de subsidieerbaarheid van dialectliteratuur straks van een spellingsbeoordeling afhankelijk gemaakt? En als er al spontaan grote eensgezindheid over de toepassing van dit geschreven eenheids-Limburgs zou ontstaan, wie gaat het dan vervolgens ook spreken ter vervanging van zijn lokale variant van het Limburgs ? Of komt de PNL straks met een heel onderwijsplan voor het verplicht aanleren op school van deze dialectvondst van het nog komende millennium? "De Limburgers mogen trots zijn op de eigen identiteit, verankerd in taal en cultuur", zegt de PNL. Eindelijk iets waarmee ik het eens ben. Maar dat die eigen culturele identiteit in de eerste plaats gebaseerd is op de kleinschalige leefgemeenschappen van Limburgse dorpen en steden, op het wij-gevoel van het rijke Limburgse verenigingsleven, dat schijnt de PNL niet in de gaten te hebben. De vermeende collectieve Limburgse afkeer van en angst voor het Nederlands als overkoepelende landstaal, die als spoken door de holle frasen van dit voorstel heen jagen, bestaan niet. En ik vind het politiek laakbaar dat een partij er werk van maakt om dergelijke negatieve gevoelens kunstmatig te cre‰ren.
 
Rob Belemans is wetenschappelijk medewerker dialectologie aan, Katholieke Universitelt Leuven.