Walter van Roessel / Dagblad De Limburger / 24 06 2000
 
Limburgs is een taal
 
Wij Limburgers hebben een minderwaardigheidscomplex ten aanzien van onze eigen taal, cultuur en geschiedenis. We noemen onze eigen taal dialect, we kijken op tegen het Hilversums-Hollands, we kijken met enige afgunst naar de Friezen die toch maar mooi hun eigen taal hebben en we zijn collectief vergeten dat we in 1831 simpelweg en tegen onze wil bij Holland zijn ingelijfd. De partij PNL lijkt gelukkig iets te willen doen aan het Grote Limburgse Minderwaardigheidscomplex. Ze heeft de invoering van een officiële Limburgse schrijftaal bepleit. De uitermate bizarre houding van de Limburgers jegens hun eigen taal is echter een groot obstakel. Veel Limburgers beweren dat het Limburgs niet bestaat. Als geboren en getogen Midden-Limburger van Brabantse (Nederlandstalige) huize en als taalkundige weet ik wel beter.
 
Het Limburgs is een eigen taal met specifieke idiomatische, lexicale, grammaticale en fonetische kenmerken, ook al is het niet de taal van het bestuur, de rechtspraak of het onderwijs en ook al bestaat er geen standaardversie van. Het is uitermate bevreemdend dat mensen het bestaan van hun eigen moedertaal ontkennen. Ligt het, aan het onderwijs waarin geen plaats is ingeruimd voor het Limburgs? Ligt het aan de invloed van het Hollands en het Engels in de media? Ligt het aan de vele ouders die hun kinderen in een soort 'Nederlands' opvoeden 'omwille van hun toekomst? Er is geen enkele reden om minderwaardig te doen over het Limburgs. Waarom zou er geen Standaardlimburgs kunnen worden ontwikkeld, als er ook een Standaardnederlands is ontwikkeld uit een hele reeks nog altijd bestaande dialecten c.q. streektalen? Ik zou daar graag aan bijdragen.
 
Het Limburgs dient zelfs een officiële status als bestuurstaal te krijgen. Een blik over de grens leert ons in welk kader dat zou kunnen geschieden. In de Spaanse grondwet staat: 'Het Castiliaans is de Spaanse taal die de officiële taal van de staat is'. Maar ook: 'De overige Spaanse talen zullen in de desbetreffende autonome gemeenschappen eveneens de status van officiële taal hebben overeenkomstig de aldaar geldende Statuten'. De rijkdom van de taalkundige verscheidenheid van Spanje is een cultureel erfgoed.
De Nederlandse grondwet zwijgt daarentegen over de landstaal en de regionale talen. Nederland lijkt de culturele eigenheid en de inheemse regionale verscheidenheid van Nederland te willen ontkennen. In de Algemene Wet Bestuursrecht staat het volgende: 'Bestuursorganen en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen gebruiken de Nederlandse taal, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald'.
 
Waar Spanje sinds 1978 de landstaal en de inheemse regionale talen als wezenlijk onderdeel van de eigen identiteit en cultuur formuleert, hanteert Nederland een uitgangspunt van mijns inziens vermeende functionaliteit. Taal lijkt hier slechts te worden gezien als een middel voor efficiënt (?) bestuur zonder enige culturele notie of gevoelswaarde en als het even kan maken we wel plaats voor vreemde talen! Blijkens een brief van de gemeente Maastricht van 12 oktober 1998 richt de overheid zich bijvoorbeeld wel in het Engels, Frans, Servo-Kroatisch, Turks, Arabisch, Farsi en Somalisch tot de burgers maar niet in de eigen, inheemse, streektaal.
 
Nederland moet een voorbeeld nemen aan Spanje en de nationale en regionale eigenheid en verscheidenheid duidelijk definiëren en de officiële positie van het Nederlands en de inheemse streektalen wettelijk en grondwettelijk verankeren.
Ik ben voor een duidelijke en strakke taalwetgeving die op landelijk niveau de positie van het Nederlands als enige officiële taal en op regionaal niveau de positie van de inheemse streektalen als officiële taal naast het Nederlands regelt.
 
Als Nederland als land zijn culturele en taalkundige identiteit niet wenst te definiëren en beschermen noch de Nederlandse lotsverbondenheid wenst te erkennen, moet Limburg zich maar van Nederland afscheiden en als zelfstandig land verder gaan.
 
W. van Roessel is vertaler