15 12 2000 Het Belang van Limburg over het Limburghuis

Limburgers spreken meer dan één dialect

De Werkgroep AGL, Algemeen Geschreven Limburgs, wil de vernederlandsing van het Limburgs stoppen en heeft de website Limburghuis geopend om het geschreven Limburgs te promoten. Niet iedereen is het eens met de idee van een eenvormig Limburgs. Rob Belemans, van het departement Naamkunde en Dialectologie van de KU Leuven, vindt het maar niks.

Eén van de voortrekkers van de werkgroep AGL is Paul Prikken. Hij is afkomstig uit Dilsen maar momenteel leidt hij een vertaalbureau in het Nederlandse Sittard. «Ons initiatief is uit pure frustratie ontstaan. We willen niet langer zoet gehouden worden met voorstellen in zwaarwichtige cultuurnota's die alleen bij beleidsmensen circuleren. Daarom zijn we op het web gegaan met de website Limburghuis. We willen een platform bieden aan iedereen die het Limburgs koestert.»

Paul Prikken vindt het belangrijk dat de Limburgse taal opgeschreven wordt. «Volgens mij moet je een geschreven Limburgs hebben om een beetje weerwerk te kunnen bieden tegen de vernederlandsing van het Limburgs. Iedereen neemt hier Nederlandse zinsconstructies over. Logisch natuurlijk, want de invloed van die taal is vanzelfsprekend groot. Neem nu bijvoorbeeld het zinnetje 'dat vind ik leuk', dan zeggen ze bij ons 'dat vènj ich leuk'. En dat terwijl leuk helemaal geen Limburgs woord is. Het is een redelijk recent Nederlands woord dat vroeger 'eigenaardig' betekende. Zei je tegen iemand 'je hebt een leuke vrouw', dan was dat voor de oorlog eigenlijk een belediging. Omdat je een eigenaardige vrouw had, een vrouw die een schroefje los had.»

Doel van de werkgroep AGL is het idioom, de spreekwoorden en de uitdrukkingskracht onder de koepel van een eenvoudige, leesbare spelling te verenigen en het Limburgs ook aan niet-Limburgers te serveren.

Verscheidenheid

Rob Belemans, dialectoloog aan de KU Leuven, kan zich niet vinden in een Limburgse eenheidsspelling. «Wat de werkgroep AGL vergeet, is de enorme verscheidenheid van de meer dan 550 plaatselijke taaltjes.» Volgens Belemans slaat AGL één stap over. «De werkgroep zegt: 'Er bestaat één algemeen Limburgs met één woordvoorraad, syntaxis en morfologie'. De verschillende varianten vegen zij dus gewoon onder de mat,» ergert hij zich. «Als je één geschreven variant gaat promoten, dan versnel je het proces van dialectverlies nog. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Naast het Nederlands als beïnvloedende taal, krijg je ook nog eens zoiets als het Algemeen Beschaafd Limburgs dat op de verschillende dialecten gaat doorwerken. Trouwens, ik vraag me af, wie gaat die taal spreken? Ik ben zelden of nooit Limburgers tegengekomen die naar de gemeenschappelijke elementen in hun respectievelijke dialecten zochten. Dat is de dingen op z'n kop zetten. We willen net verschillen en kunnen zeggen: 'Die spreekt dat woord zo uit, dus hij komt van Stokkem of hij gebruikt die formulering, dus dat moet toch wel iemand van Maaseik zijn.» Belemans is er wel van overtuigd dat er ook aan deze zijde van de Maas een dialectdiscussie op gang moet komen, zoals eerder al in Nederland.

www.limburghuis.nl

Website Belang van Limburg (Belgisch Regionaal dagblad)
http://www.hbvl.be/