16 12 2000 Dagblad De Limburger & de Maasgouw

Het beeld van Rowwen Hèze, de naamgever van de populaire dialectband, is geromantiseerd, concludeert historicus Wim Moorman na archiefonderzoek. Over de tragiek die het leven van Christiaan Hesen (1853-1947) kenmerkte.

Het trieste lot van Rowwen Hèze

Door Peter Heesen

AMERICA Gen gezeik gen probleem/of ik wat mier of minder neem/of wat zuj ik vandaag nog motte eate/ik heb alles bij de hand/ mien eige zon mien eige land/miene boem mien wolke en mien sterre.'

Een fragment uit het nummer Rowwen Hèze van de gelijknamige dialectband uit America. Tekstschrijver Jack Poels schetst in het liedje, uitgebracht op de cd Station America, een beeld van de naamgever dat in de verste verte niet overeenkomt met de werkelijkheid. Rowwen Hèze, zoals de bijnaam van Christiaan Hesen luidde, was allerminst een idealist, een vrijgevochten figuur die uit eigen wil een afwijkende levenswijze koos.

Hesen leidde geen onbekommerd leven in De Peel rond de eeuwwisseling. Hij was bezig met overleven in een tijd die gekenmerkt werd door schrijnende armoede, drankmisbruik, vechtpartijen, onderontwikkeling en ruwe omgangsvormen. Tot die conclusie komt historicus Wim Moorman (35) uit Horst, die op basis van archiefonderzoek een waarheidsgetrouwer beeld van de echte' Rowwen Hèze boetseert.

Moorman: "Gedurende zijn hele leven verkeerde Christiaan op de rand van het bestaansminimum. Dit vormt wellicht mede een verklaring voor het feit dat hij regelmatig kleine vergrijpen pleegde. Dat hij zijn toevlucht zocht in de drank en dat hij niet in staat was om voor zijn kinderen te zorgen, maakt zijn lot alleen maar triester.'

Het Limburgs Geschied- en Oudkundig Genootschap (LGOG) vroeg Moorman of hij feiten en fictie rondom de persoon Rowwen Hèze wilde scheiden, omdat in artikelen vooral geleund was op persoonlijke herinneringen van buurtgenoten. Mensen die nog geboren moesten worden toen Christiaan Hesen de vijftig al was gepasseerd.

Uit de overlevering kwam een beeld naar voren van een man met een angstaanjagend uiterlijk. Nadat hij zijn oog had verloren, liet hij zich niet behandelen door een arts. Mensen keken hem recht in een lege, zwerende oogkas. Hij droeg kapotte kleren. Zijn broek werd opgehouden met ijzerdraad en kende grote gaten, die een onbelemmerd uitzicht op de geslachtsdelen boden. Als hij 's morgens opstond plaste hij in dezelfde put waaruit hij het drinkwater haalde. Hij groef bij boeren de dode beesten op die aan een ziekte gestorven waren, waarna hij het vlees verorberde. Hij leefde in een hut van heideplaggen, een jute zak deed dienst als deur. Het weinige geld dat hij verdiende ging op aan drank. Ofschoon hij zelfs voor die tijd als een zonderling door het leven ging, was hij geen verschoppeling. Dorpsgenoten maakten dankbaar gebruik van de paranormale gaven die hem werden toegedicht, zoals het stelpen van bloed en het wegnemen van pijn bij brandwonden.

Wim Moorman wist de legende met feiten te onderbouwen. Christiaan Hesen werd op 19 mei 1853 in Horst geboren. Uit gegevens over zijn militaire dienstplicht valt op te maken dat hij 1,61 meter lang was en een rond aangezicht, een hoog voorhoofd, grijze ogen, een dikke neus, een ronde kin en bruin haar had. Hij trouwde op 30 november 1883 met Maria Gertruda Scheeres uit Roggel. Zij verhuisden naar America en stichtten een gezin met vijf kinderen. Hij lijkt een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken te zijn geweest. Bij de geboorteaangiften was hij de ene keer dagloner, de andere keer een arbeider en vervolgens een akkerman.

Rowwen Hèze kwam regelmatig in aanraking met justitie voor stropen en openbare dronkenschap. In 1878 sloeg hij de tienjarige Petronella van Helden tegen het hoofd. Hij werd weer eens veroordeeld tot drie dagen cel. Als verzachtende omstandigheid gold dat hij beneveld was door drank. Na het overlijden van zijn vrouw in 1896 was hij niet in staat de opvoeding en zorg voor het levensonderhoud te combineren. De kinderen werden uit huis geplaatst.

Directe aanleiding voor de ingrijpende maatregel was dat hij zijn dochter Anna Catharina Maria Hendrina (12) en zoon Pieter Jan (10) had aangezet tot het stelen van brandstoffen. Toen Pieter Jan na zijn achttiende weer bij zijn vader introk, werd hij opnieuw op het dievenpad gestuurd. Hij moest spoorbielzen jatten, die als brandhout dienden. Volgens een buurvrouw kreeg Pieter Jan drie sigaren per biels. Nadat Pieter Jan in 1912 een stuk bos had aangestoken, werd hij krankzinnig verklaard en opgenomen in een gesticht.

De deplorabele woonomstandigheden van Rowwen Hèze waren aanleiding voor discussie in de gemeenteraad. Zijn hut werd betiteld als "getimmer' dat "vol ongecijfer' zat. De gezondheidscommissie wilde het pand' onbewoonbaar laten verklaren, de gemeente besloot het krot in 1911 opnieuw op te bouwen in steen.

Christiaan Hesen overleed op 5 februari 1947 in Tegelen na een leven in de marge, zoals historicus Moorman terecht constateert. Het mag een wonder heten dat hij nog 93 jaar werd.

Het artikel van Wim Moorman - Rowwen Hèze, een leven in de marge' - verschijnt deze maand in De Maasgouw, een uitgave van het LGOG.