27 06 2000 Paul Prikken en Wim Kuipers
(brief aan de fracties van de Provinciale Staten van Nederlands Limburg) 
 
Een toelichting op het AGL
 
Om de weg te vinden in het bronsgroen eikehout
van Limburgs dialectmisverstand en
óm zich neet te verdaole tösje het gesjtröps in dae bósj...
 
Geachte,
De belangstelling voor de Limburgse taal is levendig. Jammer genoeg is de levensverachting voor deze taal eerder somber. Omdat u over het voorstel van de PNL moet beslissen, willen wij namens de voorlopige commissie van het AGL in het kort toelichten waar het bij dit Algemeen Geschreven Limburgs om gaat.
 
1. Wat is AGL?
AGL is Algemeen Geschreven Limburgs. Het is een verzameling van woorden, uitdrukkingen, gezegdes en idioom uit alle Limburgse dialecten, opgeschreven in een eenvoudige spelling. Dit AGL is voornamelijk bedoeld voor schrijvers. Willen zij het AGL gebruiken, dan wordt hun bereik én lezerskring veel groter.

>>> (Een voorbeeld: in een stad als Sittard (50.000 inwoners) is de oplage van een dialectboek thans amper 250 exemplaren).

2. Is Limburgs een dialect van het Nederlands?
Nee, Limburgs is geen dialect zoals het Haags of het Antwerps. Limburgs is de Nederfrankische tak van het Nederduits, waaruit o.m. ook het Nederlands is ontstaan.
 
3. Wat is het verschil tussen Nederlands en Limburgs?
Het Limburgse Nederduits heeft de evolutie van het Nederlands niet doorgemaakt. Door economische en politieke omstandigheden is hier een redelijk oorspronkelijke oervorm van die (Nederfrankische) taal blijven bestaan.
Door diezelfde omstandigheden is de invloed van het Limburgs op het Nederlands vrijwel nihil geweest. Hoewel ze beide uit hetzelfde taalkundige 'oerbos' komen, is er een duidelijke scheiding tussen deze twee telgen van dezelfde Nederduitse taalfamilie.
Het Limburgs -zo wordt door taalkundigen algemeen aanvaard- verschilt meer van het Nederlands dan het Fries.
 
4. AGL en de verscheidenheid van dialecten
AGL is zeker niet de doodgraver van de verschillende dialecten. Het is eerder een steun voor de plaatselijke dialecten, want door het lezen of bestuderen van een overkoepelende, rijkere taal leer je je eigen dialect ook beter.
Menige dialectlezer zal in het AGL zijn sluimerende woordenschat herkennen en vaak het 'aha'-Erlebnis hebben, bij woorden die allang in het kreupelhout van zijn geheugen zoek waren geraakt en nu weer tot leven komen.
 
5. Waar staan we nu met deze Limburgse streektaal?
De Limburgse streektaal heeft nog een lange weg te gaan. De voorlopige commissie van het AGL heeft inmiddels een algemeen woordenboek (bijna) klaar.

>>> Er zijn woordenboeken én woordenboeken. Er is een verschil tussen een 'betekenis'woordenboek, een 'vertalend' woordenboek, een 'verklarend' woordenboek en een 'verzamelend' (volkskundig) woordenboek.

Het WLD (Woordenboek van de Limburgse Dialecten) is dit laatste. Het woordenboek van het AGL is een vertalend woordenboek, d.w.z. Limburgse woorden en uitdrukkingen worden in het Nederlands (en vice-versa) vertaald.

Ook een voorstel voor de spelling is klaar. De spelling past de principes van de fonologische Veldeke-transcriptie toe, maar noopt tot een zeer grote eenheid, aangezien het om een geschreven taal gaat. Verschillen in uitspraak hoeven niet weergegeven te worden.
 
6. Nog een lange weg te gaan
Woordenboek en de spelling van het AGL zijn slechts 2 aspecten van het complex geheel dat een 'taal' genoemd mag worden. Om een taal te kunnen gebruiken moet ze gedocumenteerd zijn. Momenteel ontbreekt voor het Limburgs:

1. etymologie (herkomst van de woorden)
2. idioom (zinsbouw, zinswending en juist gebruik van woorden)
3. grammatica (regels van de spraakkunst)

7. Wat kan de politiek hieraan doen?
Allereerst het initiatief van de PNL voor een streektaalfunctionaris steunen. Ook een Commissie van de Limburgse Streektaal is een prima idee.

>>> Hierbij willen wij namens de voorlopige commissie het volgende opmerken: wie is expert en wie is amateur als het om Limburgs gaat?

In Nederland zijn er immers ook geen experten voor groene olifanten, want die bestaan niet. Er zijn dus ook geen experten voor een streektaal die (nog) niet bestaat.

In een 'Commissie voor de Limburgse Streektaal' moeten volgens ons ook mensen zitten die in het Limburgs schrijven en publiceren. Daarmee sluiten we niet de deur voor taalkundigen en zuivere dialectologen. Maar, in het WLD zijn de vaktalen al over meer dan 2000 bladzijden uitgemolken. Dat zijn vele emmers onverteerbare zuivelproductie, terwijl dialectlezers en creatieve dialectschrijvers boter en kaas op hun brood willen.
Het AGL gaat niet over onderlinge verschillen in klank en woordvoorraad binnen de Limburgse dialecten, maar geeft noodzakelijk materiaal om de gezamenlijke woordenschat en idioom scheppend te gebruiken.
Met andere woorden: een begin te maken van een Limburgse literatuur.
 
En ja, helaas, zonder treffende literatuur heb je geen taal...
 
Namens de voorlopige commissie van het AGL
 
 
Paul Prikken (voorzitter)
Wim Kuipers (initiatiefnemer van het AGL)
 
 
De voorlopige commissie van het AGL
 
De voorlopige commissie van het AGL werd in januari 1998 door Paul Prikken samengeroepen en kwam vervolgens redelijk regelmatig bijeen.
De vier leden namen deel ten persoonlijke titel (onafhankelijk van verenigingen of partijen) en zorgden onbezoldigd voor hun inbreng op basis van hun dialectkennis en achtergrond.
 
Leonie Robroek (Waubach en Westelijke Mijnstreek)
Bert Post-Uiterweer (Maastricht)
Paul Prikken (Belgische Maaskant en Sittard)
Wim Kuipers (Neel en Midden-Limburg)
 
Als basis werd de bestaande databank 'de Taal van de Maas' van Paul Prikken gebruikt, zodat tijdrovend tikwerk achterwege kon blijven.
Vervolgens werd vooral gediscussieerd over klanksynoniemen en moesten er soms keuzes gemaakt worden.

>>> Bijvoorbeeld: mooi. Is het 'sjoon' zoals in Sittard en Heerlen, 'sjwo-an' zoals in Elsloo en Stein, of kiezen we 'sjoen' zoals in Maastricht en overwegend langs de Maas wordt gebruikt? (Het werd 'sjoen'.)

Uit al deze overpeinzingen kwam een redelijk consistent woordsysteem tevoorschijn. De keuzes zijn uiteraard vatbaar voor kritiek. Ook zal geen enkele dialectgebruiker er voor 100 procent de uitspraak van zijn dialect in herkennen. Maar dat is ook niet de bedoeling van een geschreven taal.
 
Wel zal de dialectliefhebber in deze taal zijn woordenschat herontdekken. Er gaan plezierige belletjes rinkelen bij woorden die allang zoek waren geraakt, maar toch in dat magnifieke geheugen van het kind dat we waren zijn blijven hangen. Je ruikt het, je ziet het en je kunt het ook nog plaatsen in de situatie waarin je dat woord gehoord hebt. Je eigen dialect, dat is ook een reis in de tijd!
 
Deze kleine commissie wilde vooral overbodige en oeverloze discussies in een talrijk gezelschap vermijden. (Väöl hinne op het nès, mer noots ein eij!). Vandaar dat nu een voorlopig maar gedegen werkstuk op de tafel ligt, waarmee in een uitgebreide commissie verdergewerkt kan worden.
 
Het aanwirk is vaerdig, mer dao blif nog eine berm wirk te doon.
 
Adres van de voorlopige commissie voor het AGL
 
Paul Prikken
Beatrixlaan 46
6133 BD Sittard

Telefoon: 046 451 73 63
Fax: 046 451 35 41
e-mail: cenceuregio@wxs.nl