Paul Prikken, 01 11 2000

Een betekeniswoordenboek lijkt nu in Limburg nog overbodig...

Laat maar waaien!
Laot mer gewaere!

In het tijdschrift van de Limburgse dialectvereniging Veldeke (jaargang 75, nummer 4) stond een zonderbaar interview met de gouverneur van de provincie Limburg, Mr. B.J.M. baron van Voorst tot Voorst. (zie ons archief)
De Commissaris van de Koningin (u kunt in een Nederlands betekeniswoordenboek opzoeken dat hiermee in Limburg hetzelfde bedoeld wordt als de 'gouverneur') zei ondermeer dat hij een 'soort codificatie van het Limburgs' overbodig vond.

Het verwonderde me dat een jurist en bekwaam bestuurder dergelijke uitspraken deed. Maar ik vermoed dat hij dat niet gezegd heeft, zoals er in de rest van het interview nog passages stonden waarmee de gouverneur én de Commissaris van de Koningin het samen roerend oneens waren. Het was dus een interview voor intern Veldeke-gebruik, waarbij de gouverneur in de strijd tegen het AGL het standpunt van de vereniging mocht vertolken. Zo hoor je het ook eens van een ander!...

Kapsones
De inleiding van het interview is in één van de 550 Limburgse dialecten geschreven. Daarin lees ik dat de gouverneur 'd'r man mit de hüegste fónktsiejoeën in Limburg' is.
Baron van Voorst spreekt geen van de 550 Limburgse dialecten, en dat hoeft ook niet. Maar zelfs als de gouverneur één van die 550 dialecten geleerd had, dan nog zou hij deze kwalificatie wellicht kunnen interpreteren 'als de man met de grootse kapsones in Limburg'. Want hoe kan de brave bestuurder bevroeden dat 'hüegste fónktsiejoeën' in het Kerkraads (variant nummer 548, Spekholzerheide) 'hoogste functie' betekent?

In het debat over het Algemeen Geschreven Limburgs hebben we vaak van provincieraadsleden onbezonnen en onberaden tegenargumenten te horen gekregen. Zoals: gebrek aan draagvlak bij de bevolking. Inderdaad: bij het volk is er geen draagvlak voor linguïsten en lexicologen. Er is ook geen draagvlak voor kunst, noch voor cultuur in het algemeen. Er is ook geen draagvlak voor ballet, voor het Limburgs Symfonie-orkest of voor een museum. (Als een Maastrichtse voetbalsupporter zou mogen kiezen tussen degradatie van MVV en een brand in het Bonefanten, dan staat wellicht de hele supportersclub met brandende toortsen voor het museum.)

Wijsheid
Maar waar de bevolking geen draagvlak kan opbrengen, moeten de verkozenen des volks hun wijsheid gebruiken. In dit geval moet de provinciale overheid zonder aarzeling beslissen dat het Limburgs volledig geïnventariseerd moet worden en dat er ook een algemeen geldende en acceptabele betekenisverklaring van het Limburgs taalgebruik moet komen.

Als ik hier op deze publieke 'webstek' iemand een 'fieloor', 'kroekesjtop', of 'jassendreijer' noem, en de aangesprokene daagt me voor de rechter wegens belediging en eerroof, dan kan ik voor de rechter stug volhouden dat het hier niet om laster maar om complimentjes gaat. Ik spreek toevallig het 551ste dialect van Limburg en in mijn dierbare plaatselijke gemeenschap gaat men op deze verbale manier liefdevol met elkaar om.

Als ik in het Nederlands iemand een 'idioot' of 'debiel' noem, dán heeft de rechter wél gereedschap in de vorm van verklarende woordenboeken om mijn verweer te weerleggen.

Verstand gebruiken
Kijk, als er 1 miljoen mensen deze taal -of uitspraakvarianten ervan- in het dagelijks leven gebruiken, dan moet behoorlijk bestuur ook aan de consequenties denken. Het Limburgs is thans een breed verspreid communicatiemiddel, dat naar believen geïnterpreteerd kan worden.

De rijkdom in de vermeende verscheidenheid van 550 'zogenaamd' verschillende dialecten mag ook wel eens uit de hoek van pijnlijke misschien zelfs boosaardige uitlegging of dubbelzinnigheid bekeken worden.

Er verschijnen dialectstukjes in de krant, op L1-radio worden actuele onderwerpen in het Limburgs becommentarieerd, ook het tijdschrift Veldeke gebruikt bij voorkeur een of andere variant van het Limburgs.

Dat is ongevaarlijk zolang de onderwerpen ongevaarlijk zijn, maar ik denk dat het 'hobbysfeertje' snel zou veranderen als zo'n taalvariant uit de kast gehaald wordt om bijvoorbeeld in de verkiezingsstrijd een ongezouten mening over heikele toestanden of politieke tegenstanders te verspreiden.

Plastisch
Als oud-journalist weet ik hoe ik het geschreven woord vaak moet wikken en wegen om geen proces aan mijn broek te krijgen. Maar zoals de toestand nu is, kan ik me eigenlijk permitteren om in het Limburgs te schrijven wat me door het hoofd schiet. En ik heb daarbij zelfs de luxe mijn (Veldeke)spelling aan de beoogde kracht van het gebruikte woord aan te passen.

En ja, zoals alle volkstalen, heeft ook het Limburgs een haast ongebreidelde woordenschat met zeer plastisch en ongenuanceerd taalgebruik.
Het zijn dus niet alleen de 'linguïsten', de 'lexicologen' en de 'taalhobbyisten' die ijveren voor eenvormigheid.

Ook mensen met gezond (communicatie)verstand zouden dat moeten doen.

Paul Prikken