Wim Kuipers, 27 11 2000

Limburgse woordenboeken:
Er wordt weinig geschreven maar
Er worden veel woordjes opgeschreven

aflevering 1

Het Limburgs wordt nogal eens smalend bekeken. Ook Limburgers hebben het geregeld over een taaltje. Dat taaltje echter heeft binnen Nederland verreweg de meeste proefschriften en vooral woordenboeken opgeleverd. Het moet dus wel iets bijzonders zijn, dat Limburgs.

Er zijn inmiddels dik veertig Limburgse woordenboeken verschenen. Boeken waarin de woordenschat van dorp of stad staat. Het eerste woordenboek - voluit geheten Proeve van Vormenleer en Woordenboek der Dorpsspraak van Heerle - verscheen al in 1884. Het was van een Hollander: de predikant Jacob Jongeneel. Een jaar eerder verscheen een uitgebreide woordenlijst van Midden-Limburgse dialecten, zo ongeveer tussen Thorn en Horn. Niet in boekvorm echter, maar in het tijdschrift Onze Volkstaal.

Valkenburg
Ook over het Maastrichts verschenen vrij vroeg studies. Maar het was wachten tot de Eerste Wereldoorlog op een uitgebreide lijst met Maastrichtse woorden. Drie jaar later begon in de Publications de la Sociéteé historique et archéologique dans le Limbourg een woordenlijst van het Valkenburgsch Plat te verschijnen, die in 1928 door de nog prille vereniging Veldeke als boek uitgegeven werd. Eigenlijk was dat - meer dan veertig jaar na dat van Heerlen - pas het tweede Limburgse woordenboek. Er verscheen verder in de jaren twintig van de vorige eeuw een klein woordenboek van het Sittards.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de stroom van woordenboeken danig op gang. Dit jaar zijn onder meer verschenen Zösterse Kal, een woordenboek van Susteren, een nieuw van het Heerlens, plus het Woordenboek van het Gronsvelds, dat evenals de taal van de Maas van Paul Prikken uitgaat van Nederlandse trefwoorden. Een woordenboek van Elsloo zal begin volgend jaar uitkomen.

Galgpalen
Intussen verschijnen sinds 1983 al afleveringen van het WLD: Woordenboek van de Limburgse Dialecten. Dat is geen woordenboek als bijvoorbeeld het Fries, Twents of Zeeuws woordenboek, beginnend met de A en dan door tot zuul (zuil en els). Sterker nog: er worden geen woorden geduid en uitgelegd, maar voorwerpen, dieren, handelingen, begrippen krijgen een naam. Een willekeurig voorbeeld uit de eerste aflevering. Op de pagina's 68 en 69 staan woorden voor galgpalen, lijnogen, de ploegboomdrager en de grindelketting. Vakwoorden uit de boerentaal. Het WLD is een thematisch of zaakwoordenboek. Anders gezegd: niet de woorden staan centraal, maar de zaak waarnaar ze verwijzen. Dat heeft als groot voordeel dat je bij bijvoorbeeld woorden voor nijptang alle synoniemen krijgt, zoals knijptang, pitstang, en trek- of nageltang, en die woorden ook nog allemaal in verschillende uitspraakvarianten.

Brabant eerder
De eerste plannen voor een (algemeen) Limburgs woordenboek dateren uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Het bleef bij vage plannen. Omstreeks 1950 wordt al gepronkt met een Comité van Aanbeveling voor zo'n woordenboek, waarin - dat lijkt tekenend - alle mogelijke autoriteiten zitting willen nemen. Helaas: er komt geen pagina klaar.

Dan begint de Brabander prof. dr. Toon Weijnen - hoogleraar in Nijmegen - met een Woordenboek van de Brabantse Dialecten. Hij stuurt tientallen vragenlijsten rond, en besluit ook - op dezelfde basis - met een woordenboek van de Limburgse dialecten te beginnen.

Kremers
Aanvankelijk had Brabant een beduidende voorsprong op Limburg, maar de animo van de provincie was daar niet bijster groot. Enkele redacteuren moesten noodgedwongen afhaken, en het WBD raakte in de versukkeling.

Het WLD startte traag. Studenten excerpeerden enkele reeds verschenen woordenboeken, de Nijmeegse universiteit bood allerlei medewerking, maar pas toen de Nederlandse provincie Limburg het werk ging subsidiëren (gouverneur Sjeng Kremers was een groot voorstander van het woordenboek), konden er elk jaar een paar afleveringen verschijnen.

Buntgrasvlechters
Zo kwamen er in 1991 niet minder dan drie afleveringen uit. Tot nu toe zijn 21 verschenen, samen een 3800 bladzijden. Dat is de omvang van de Dikke v. Dale, maar het WLD is nog lang niet af. Van het belangrijkste deel, deel III, over de algemene taal, is nog geen letter verschenen. Het eerste deel handelt over de taal van de boer, over zaaien en maaien, ploegen, eggen, en over de zogeheten landbouwhuishouddieren. Hiervan moeten nog enkele afleveringen verschijnen.

Deel II, dat compleet is, behandelt de niet-agrarische vaktalen - de woorden en uitdrukkingen van koempels en brouwers, timmerlui en schoenlappers, maar ook van handspinners, mutsenmaaksters, stroopstokers, touwslagers, buntgrasvlechters en ertsontginners - om wat vergeten beroepen te noemen.

Vrijen en weer
In deel III komt - eindelijk: het zal velen verheugen - de dagelijkse taal te staan, wat we allemaal aan woorden hebben voor wat er gebeurt in de keuken en de slaapkamer, voor vrijen, poetsen, eten, kat en hond, woorden over het weer en lichaamsdelen. Het materiaal hiervoor is vrijwel verzameld en de bewerking daarvan schiet op. De redactie van het WLD werkt hierbij nauw samen met die van het WVD: het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, dat aan de Gentse universiteit samengesteld wordt. Het zal nog wel enkele jaren duren voor dit omvangrijke maar vooral belangrijke deel compleet is.

w.k.

Volgende aflevering: DE SJOEPKAR, over deel I-13 van het WLD, dat de woorden voor landbouwvoertuigen - het boeregevaers zogezegd, behandelt. Er komt tevens een lijst van de tot nu toe verschenen plaatswoordenboeken van het Limburgs.

U kunt al meer over regionale woordenboeken vinden bij:
het Permanent Overlegorgaan Regionale Woordenboeken
http://www.flwi.rug.ac.be/dialect/