Wim Kuipers 14 11 2000
 
Limburgs idioom (1)
 
Hoog tijd om een begin te maken!
Het aanwirk veur ein echte taal
 
Belangrijk voor de verdere ontwikkeling van het Limburgs is een idiomaticum. Dat is een boek waarin het idioom van het Limburgs staat. Hier - in 't Wirkes - beginnen we daarmee.
Idioom kan het beste omschreven worden als: het eigene. Het woord gaat terug op het Griekse idioun, dat zoveel betekent als: zich toe-eigenen. Meestal wordt met idioom het taaleigen bedoeld, maar ook de persoonlijke kenmerken van een componist worden wel idioom genoemd. Het is - in het Nederlands - nog niet zo'n oud begrip. In deel VI van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), harst-izegrim uit 1912, ontbreekt het.
 
Wat is nu het taaleigene?
Meestal wordt daaronder verstaan: dat waarin een taal verschilt van een andere, verwante taal in woordgebruik, zegswijzen en uitdrukkingen.
Dao kós ich geine kop aan kriege, kun je niet zomaar naar het Nederlands overbrengen: daar kon ik geen hoofd aan krijgen. Het Nederlands heeft iets als: dat wil hem niet in het hoofd. Die zegswijze is een beetje dubbelzinnig: het kan moedwillig zijn (dat wil er bij hem absoluut niet in), of vergoelijkend: hij kan daar niet bij (hij is er geestelijk te klein voor).
 
Voor de volledigheid: met idioom kan ook het taaleigen van een bepaalde afwijkende maatschappelijke groep bedoeld zijn, van een beroepsgroep of landstreek. In dat laatste geval gebruikt men meestal het woord dialect. In Vlaanderen wordt een boek met daarin de taal van een streek idioticon genoemd. Daarom heeft de Werkgroep AGL besloten de verzameling van het eigene van het Limburgs de term idiomaticum te gebruiken. Dat woord staat weliswaar niet in v. Dale, maar dat bomt niet (vertaald uit het Limburgs). Het Duitse woord Idiomatik betekent: leer of beschrijving van het/een idioom.
 
In ons idiomaticum staan vooral niet-grammaticale bijzonderheden van het Limburgs. Hierbij wordt natuurlijk vooral gelet op verschillen met het Nederlands. Voor zeg maar Hollanders die goed Limburgs willen leren is een idomaticum zonder meer een uitkomst. Een Duitser die Limburgs wil leren heeft weer andere moeilijkheden. Want je kunt met een grammatica plus woordenboek van het Limburgs een heel eind komen, maar het zal zo wel een schoolse taal blijven, misschien wel wat kinderachtig. Daar is in principe niets op tegen, want Limburgers zullen je best verstaan. Maar wat je zegt is waarschijnlijk verre van kleurrijk, niet pittig, beeldend, verrassend.
 
Het AGL is echter niet op de eerste plaats bedoeld voor vreemdelingen die onze taal willen leren. Nee: een eenheidstaal is ons insziens noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van het Limburgs. We beweren daarom: zonder een idiomaticum is het haast ondoenlijk om het hele Limburgs te leren kennen en beheersen. Het HELE Limburgs. De taal van één stad of dorp is toch beperkt - aan een idiomaticum moeten alle dialecten bijdragen. Het gaat daarbij om: wat zijn de verschillen tussen woorden die ongeveer hetzelfde aanduiden, en: hoe gebruik ik woorden, hoe kan ik ze saillanter gebruiken? Dat laatste hoort niet strikt genomen niet tot het/een idioom, maar ... Veel hiervan staat in een boek als Het juiste woord van de Vlaamse pater Dr. L. Brouwers.
 
Wim Kuipers