Oos Taal aflevering 14 / door Wim Kuipers

Hasj en wi-jjer over wied

05 06 2003 - Over wied en wiet zou deze aflevering gaan. Dus toch opnieuw over spelling? Inderdaad, maar niet over hoe je die en die klank weergeeft, nee: over de regel van verlenging. Heel eenvoudig: we schrijven in het Nederlands hoed met een D omdat het meervoud hoeden is. Dat is wijd en zijd bekend. Wijd met een D, want in Volendam lopen ze met een wijde broek. Daarom is het Nederlandse woord wiet voor zeg maar hasj ook niet helemaal correct. Het zal een jaar of tien geleden zijn dat het Engelse weed plots vervangen werd door wiet. Geen goeie spelling, vind ik. We hadden al het woord wied, in de betekenis van onkruid. Taalkundig hetzelfde woord, toch? Maar waarom schrijven we dat met een D? Heel eenvoudig (en boeiend): omdat we wieden zeggen: onkruid uittrekken. In het Limburgs onder meer gaeje.

Hoe je wied = wijd in het Limburgs schrijft, is wat moeilijker uit te maken. We hebben het over ein wiej bóks, althans in het grootste deel van Limburg. Je kunt dus niet horen of het wied is of wiet, zoals op het etiket van ’t Remunjs vaat staat: een fles wijn t.g.v. van het 750-jarig bestaan van de bisschopsstad. Er staat: "Dit vaat is op fles gebrach veur eederein in Remunj zellef en wieT daoboete." Misschien is daarover nagedacht (hoewel de totale tekst voornamelijk vertaald Nederlands is, hoe jammer), en iemand zal gezegd hebben: wiet doen we, want in het Duits is het weit, weiter. Wat hebben wij met die Hollanders te maken?

Daar zullen we verder niet op ingaan. De etiketteurs hadden ook naar wiedeweg kunnen luisteren, maar wie zegt dat je niet wieTeweg zegt? In een woordenboekje van ’t Roojs (Stramproy) staat wiet-e-weg, maar deze spelling zegt niet alles over de uitspraak. Het woordenboek van ’t Tungelders heeft wiêd, wiejer en wiêdewèg. Vreemd: beide dorpen grenzen aan elkaar, maar het kan. Even verder, in Weert, zou wieter bestaan: Nederlands verder. In die betekenis staat het tot vier maal toe op één bladzijde van het jaarverslag 1995 van Veldeke (in het gelijknamige blad, jrg. 1996 nómmer veer, p. 119).

Wieter – van wiêt – staat ook in de woordenboeken van het Weertlands, naast het ermee in strijd zijnde wiedeweg. En: er komt ook – en misschien vooral – het merkwaardige gespelde wi-jjer voor. Waarom dat streepje? Omdat wijjer nog moeilijker te lezen is? We pleiten niet voor niets voor een zo eenvoudig mogelijk gespeld Algemeen Geschreven Limburgs. En hoewel het Sittards woordenboek wiet heeft, denken we dat de spelling wel vaststaat: wied, want die wordt in heel Limburg gepraktiseerd, van Maastricht tot in het uiterste noorden en verder.
Dus: wied – wiejer en wiedst (zal niet veel voorkomen). Daarnaast wiedeweg, wiedoet en zoe wiejer.

Met dat wiedoet (verreweg) zitten we al bij het idioom. Er is namelijk een interessante betekenis van wied, die vooral noordwaarts te horen is, in elk geval vanaf Helden, en dat is: veruit, of: veel. Voorbeeld: dae kaakde wied te hel (hij schreeuwde veel te hard). Nu heb je wiejer de mogelijkheden wied te väöl en väöl te wied, waarbij je in het laatste geval ook kunt zeggen: wied te wied. Wie weet zit daar wel ei vastelaovesleedje in.

Ook idioom: dae is wiedeweg: behoorlijk dronken of ziek (Ned. ver heen). Je kunt wiedeweg ook gebruiken voor kaduuk, gammel. Zoveel mooie mogelijkheden dat de spelling niet meer belangrijk is.

Ein ker hötter kappes

Ander geval: hoe schrijven we het prachtige woord hötje, van ei hötje roodmoos? Omdat dat woord een broer is zullen we maar zeggen van hötje = hoofd, maar ook: stommerik, zie je bijna altijd hödje gespeld. Vreemd: hoofd met FD levert ons die D? Tussen haakjes: het Nederlands heeft hier geen woord voor, behelpt zich met: één kool.

Nu de spelling. Je ziet meestal het verkleinwoord hötje, maar höt bestaat ook, en als dan het meervoud …
… zeker: ik hoorde vroeger wel eens hötter, naast huier. Het woordenboek van Echt, en samensteller René Geurts heeft heel goed geluisterd, zegt: höt – hötter, en dan staat er een zin die je in zou willen lijsten: Hae trèk dit jaor waal ein ker hötter kappes. Ga daar eens in Alkmaar mee op de markt staan: ein ker hötter kappes.

Maar de moraal: höt spellen en voorschrijven, met een T. Amen. Zo wil het woordenboek Zösterse Kal ook. Het heeft wel problemen met de vertaling van hötje kappes. Er staat, veilig tussen aanhalingstekens: "krop" witte kool. Zal mij een zorg zijn, maar krop is toch geen hötje? Niet zo vast. Je hebt het over een krop sla, sjepeng (spitskool), en misschien bij andijvie, hoewel je daarvoor ook ‘stronk’ hoort.

We gaan nog even door over dit probleempje, via het woord sjtoebe.

Reacties naar: info@limburghuis.nl,
of: agl@home.nl.