Aflevering 03 - 06-12-2000

Lekkers en letters van de Sint

De sinterklaasletter al op? Of er een stuk vanaf gebeten, zodat de P nu een D is? Veertien jaar geleden verscheen de eerste aflevering van mijn rubriek Letterbak, in (Dagblad) De Limburger - en ik vertelde daarin hoe ik vroeger mijn chocoladeletters bewaarde tot ze grijs waren.
Letters: daar bestaan veel misverstanden over. Bijvoorbeeld dat je alle geschreven letters ook uit moet spreken. Bij Sinterklaas is dat geen probleem, maar de kerstman is vaak zijn /t/ kwijt. Je kunt je afvragen of dat onzorgvuldig is, maar in het woord kerstpuzzel mag je de /t/ wel verdonkeremanen, vind ik. Tussen haakjes: ik plaats voortaan - zoals onder andere het Groene Boekje doet - een KLANK tussen schuine strepen. Dus: de /r/ heeft het momenteel heel moeilijk, want het lijkt wel of dettig het gewone woord is plaats deRtig.

Letters dienen om klanken of geluiden weer te geven. Wij mensen kunnen echter heel wat meer klanken produceren dan we letters hebben. In een woord dat ik nu maar verzin: kezelzek (zakken met grind, voor het tuinpad van vader), staat drie maal de letter e, maar die wordt drie maal anders uitgesproken.

Ergernissen

Hier belanden we ook bij een van de problemen - ik zeg nu liever ergernissen - van het Limburgs. We hebben allerlei klinkers die het Nederlands niet of nauwelijks heeft, zoals de lange /o/. Even verklaren: dat is de verlengde /o/ van pot. Hou je dat woord aan, dan krijg je: paot (ik poot). Verleng je de /ö/ van pöl (jonge kip, ook dito meisje), dan krijg je päöl (palen). Die klank /äö/ wordt ook wel als öö geschreven, wat misschien logischer lijkt, maar we kiezen voor äö omdat je dan (beter) ziet dat päöl het meervoud van paol is. Zo schrijven de Duitsers het meervoud van Baum als Bäume. Ze hadden ook voor een spelling "zonder puntjes" kunnen kiezen, namelijk *Beume - dat spreek je hetzelfde uit.

Charme en boerser

Het ergste in Limburgse geschriften vind ik de weergave van de /ae/, de klank die je (ongeveer) krijgt als je een /e/ (van zek - zie boven) langer maakt. Die wordt op wel zes verschillende manieren geschreven, en we krijgen er maar geen eenheid in.
Is dat dan zo erg - is dat niet juist de charme van het Limburgs?

Het is maar hoe je het bekijkt. Voor de liefhebbers geef ik hier even mijn collectie. Het meest gespeld is ae: waer. Heel af en toen zie je ook ea, leave, en de ai van militair, in de naam Bair bijvoorbeeld, de Limburgse naam voor Hubert of Lam- of Norbert. Die zie je verder als Bèr gespeld, en die è heeft ook Rowwen Hèze zich bedacht. Ik vind dat je die naam - achternaam Heezen - beter als Haeze schrijven kunt, maar dat schijnt wat boerser te zijn - niet zo Frans.

Dus heeft Maastricht een geheel eigen spelling van de klank /ae/, en wel de Franse ei van neige (sneeuw). En tenslotte wordt de Heerlense variant als geschreven zoals in Heële. Die werd (wordt) wat anders uitgesproken (toegegeven), maar ik hoor die voormalige uitspraak allewiel niet of nauwelijks meer.

Sjnuupkes

Allez, dit waren wat wetenswaardigheden over letters en klanken, naar aanleiding van Sinterklaas. Chocoladeletters horen tot het lekkers dat kinderen die zoet zijn krijgen. Dat lekkers is een zogeheten tweede naamval van het (bij)woord lekker, maar slik maar door, het brengt me op het woord lekkertje oftewel snoepje. Dat is zeker niet alleen Limburgs (het zou dan trouwens liefst lekkerKe moeten zijn), maar het wordt nog veel gehoord. Eenzelfde woord is babbeltje of bebbelke, maar ik vrees dat ze allebei moeten wijken voor sjnuupke.
Dat woord ziet er helemaal Limburgs uit, met een klinkerwisseling - sjnoep, verkleinwoord sjnuupke, zoals je soep en suupke hebt, plus die verkleinende /k/.
Goed - ik slik sjnuupke, als ik dan sjlókke en sjlók nog maar hoor. En dat sjlók is geen Nederlandse slok (teug), maar: snoepgoed.

Woordenboeken.

Ik heb het regelmatig over woordenboeken, vooral Limburgse woordenboeken. Maar waar en wanneer zijn die uitgegeven, en vooral: waar (nog) te krijgen?, werd me gevraagd.
Dat laatste is een groot probleem. Verschillende woordenboeken verschijnen in een oplage van een paar honderd exemplaren, en daar blijft het bij. En gezien de belangstelling allewiel voor onze taal, valt er ook nog niet makkelijk tweedehands aan te komen. Bij boekhandel Boom in Roermond zijn nog wel eens interessante ontdekkingen te doen. Daar vind je ook woordenboeken van euver de päöl: uit het Rijnland, al is de belangstelling daar voor de eigen taal meer wetenschappelijk dan warm.

Probleempje twee: de woordenboeken die wel nog verkrijgbaar zijn, vind je vrijwel alleen in eigen stad of dorp. Vaak zijn ze ook niet door boekhandels te bestellen, omdat ze uitgegeven zijn door bijvoorbeeld een heemkundevereniging of harmonie. Grotere leeszalen zullen wel meer woordenboeken hebben, en in Maastricht heeft de stadsbibliotheek ze vrijwel allemaal. Dat wil zeggen: van de Nederlandse provincie Limburg. Het Rijnland is ook goed vertegenwoordigd, maar uit Vlaams Limburg ontbreken wat boeken. Een vrijwel compleet overzicht van woordenboeken van Limburgse en verwante dialecten staat elders op deze website.