Aflevering 07 - 140201

Rare sies wilt zjiepkes toesje

Fantas-ties: het tiest nog alom in Limburg. Even herhalen: tieskes zijn (voortaan) in elk geval pannenlappen. Een geheimzinnig woord voor een ambtelijke omschrijving. Ik kreeg enkele telefoontjes (inderdaad: het zijn "van die" lappen, zeiden we vroeger altijd), en een kinderliedje waarin een ties gebakken wordt. De moeder van mevrouw Maria Wijckmans uit Brunssum zong dat vroeger. Het begon zo:

Toereloere Lieske - bak oos kiendj ei tieske.
en dan komt: Bak oos kiendj eine pannekook,
deit 't kiendje zie hertje good.

Hieruit blijkt niet dat ei tieske ook een pannenkoek zou zijn, integendeel: mevrouw Wijckmans is niet eens zeker van dat "panne" - en ik kan me dat voorstellen, want wij zeiden gewoon eine kook. Maar dat doet er niet toe - het gaat erom dat een tieske ook een soort lap is, want een pannenkoek lijkt op een lap.

Vervolgens werd ik op de trappen van het Bonnefanten Museum aangeroepen door een vrouw (Coenemans) uit Echt. Einen ties - lang uitgesproken - was een wat sullige kerel, zei ze. Ik meen me zoiets te herinneren, maar meer toch eine matties. Dat zal evenals T(h)ies - van Mat(t)hias komen. Ik weet alleen niet welke heilige of vorst in verband gebracht wordt met gekte of sulligheid - en waarom.

Op het klein seminarie Rolduc werd de WC matties genoemd. Het waarom is nog niet opgehelderd.

eine klómpeties, die in het

Goed: ik kreeg nog het begin van een liedje: Allewies klómpeties / zörg dets doe ei kiendje kries. Mooi - en die Aloysius (Italiaans Luigi, patroon van de studerende jeugd) zal dus ook wel als een sul gezien zijn. In het woordenboek van Roermond wordt klómpeties verklaard als: klompenmajoor. Jammer - dat is geen verklaring maar een Nederlands synoniem geven.

Erme sies

Ik ken ook sies in deze betekenis: eine rare of ónneuzele sies. Stakker, sukkelaar - verklaart het woordenboek van Roermond, en dan staat er: altijd in verbinding met erm: dae Jeu is 'nen erme sies. Ik ben daar niet zo zeker van - maar ach: het gaat hier om een soort gevoelswoorden. Sies zal wel van Franciscus komen (evenals Suske), en dat was natuurlijk een heel aardige heilige. Het woordenboek van Venlo meldt bij sies: lief, aardig persoon, een schat zelfs, maar er staat ook einen alde sies: een ouwe zak. En in het bescheiden woordenboek En haffel Ârces/Lomms vind je zowel erme als leve sies.

Sjeziep

Even terug nog naar het woordenboek van Roermond. Dat heeft ook het woord sieske, een snoepje, want laere sieskes waren "een soort taaie babbelaars."

Daar staat iets heel moois tegenover, herinnerde ik me uit het woordenboek van Hamont/Achel: vrullievlees - letterlijk: vrouwenvlees, een kemieke benaming voor zacht snoep, zoals gomballetjes.

Er staat een verwijzing bij naar zjiep, drop aldaar drop. Dat woord komt van jujube, zegt de samensteller van het boekje. Ik neem dat graag aan, aangezien die kennelijk makkelijker op te sabbelen dan uit te spreken jujube in het Venloos woordenboek als sjeziep staat. Mooie woorden om eens te gebruiken. Daarom wacht ik op een verhaal waarin een kind met zjiepkes gelokt wordt.

In de rits

We blijven nog even in Venlo. Frank Ficker belde en vroeg: weet jij echt niet wat in Venlo einen ties is?

Ik had dat woord wel in het plaatselijk woordenboek gezien, maar bracht het niet in verband met de pannenlap. Er staan de volgende betekenissen vermeld: kwezel, slapjanus en penis. Die laatste betekenis wordt nog veel gebruikt, meent Ficker. Als voorbeeld geeft hij: "Hae zoot mit zienen ties vas in de rits."

Bezien we de andere betekenissen, dan lijkt dit ties me verwant met de hierboven genoemde Echter ties en de rare sies. Genoeg getiest. Alleen voor de laeren ties zelf heb ik nog geen steun gevonden. Ik dacht dat dat een taaie lap vlees zou zijn. Tuurlijk - meent Ficker: daar lijkt menig mannelijk apparaat op.

'n Ruiler toesje

Een heel ander woord. Een paar weken geleden was in het radioprogramma Hallo Hubert van de Limburgse omroep een menneke dat een eigen woord voor de aanstaande euro bedacht had: een ruiler.

Aardig woord voor een munt, want je hebt ook stuiver en daalder (hetzelfde woord als dollar overigens). Hij wilde weten wat dat woord in het Limburgs zou zijn, en ik werd gebeld. Meestal ruler - dacht ik, met wat variatie in uitspraak.

Een ietwat Limburgser en ook ouder woord is toesje. Maar ja, klinkt dat: drei toesjer teen, of doezjend toesjer?

Ik zei nog dat dat toesje volgens mij in driekwart van Limburg te horen is (was), daar belde onmiddellijk iemand uit Tegelen: nee hoor, hier zeggen we gewoon ruilen, zei hij - niet eens rule dus.

Daar word ik zo moedeloos van: meneren die beweren: wij zeggen dat niet zo maar zo. Alsof dan ineens die andere woorden ineens niet meer bestaan. Het woordenboek van Tegelen heeft het woord wel degelijk, met de uitdrukking erbij: toesj óm toesj, dus: ruilen zonder bijbetalen, of - vooral bij kinderen: de te ruilen voorwerpen gelijktijdig oversteken. Deze uitdrukking staat ook in het woordenboekje van Arcen.

Wel zegt men daar en ook in Tegelen en Echt toese, zonder /j/. Nou ja: hoe belangrijk is dat nog - zeker als mensen het woord niet eens kennen? En we hebben zulke mooie woorden. Hier en daar is ruilen koetele - ik bedoel maar.

Hard slaan

In het woordenboek van Echt staat overigens ook toesje, en dat zou betekenen: slaan met de vuisten - ich toesjde dem det d'r tirvelde. Als zo'n voorbeeld gegeven wordt, dan mag je aannemen dat dit woord zo - in deze betekenis - gebruikt is. Maar waarom vind ik het dan elders niet?

Al speurend trof ik in dat woordenboek wel nog foetse aan, met dezelfde betekenis: hard slaan met de vuist. Dat woord staat eveneens in het woordenboek van Susteren. Verder niet. Ik vond wel nog foetselen, een jongensspel, en ik tik even de verklaring uit het WNT over: "het voortslaan van geldstukken met een riem of touw naar zeker doel."