Aflevering 09 - 280301

Boef werd wild stoeiziek meisje

Door deze verrassende resultaten ruilden Fortuna en Roda op de ranglijst van plaats. Een zin die we voorlopig wel niet meer zullen lezen. Ik begon twee afleveringen geleden over het van oorsprong duistere woord ruilen, waarvoor het Limburgs de woorden toesje en koetele kent. Verder deelde ik mee koetele in die betekenis vroeger nooit gehoord te hebben. Het woord staat echter in het woordenboek van Roermond, zij het met de opmerking erbij: verouderd. En ik kom van die kenj. Mea culpa.

Ik vertelde dat je in Neer in de koet koetele kunt van plaats - en probeerde daarmee wat uit. Ik denk dat koetele vooral gebruikt wordt voor het ruilen van voorwerpen. Niet van plaats, zoals in de zin waarmee ik begon.

Maar waarom niet toesje van plaats? Het zal aan de ontwikkeling en kracht van het Limburgs liggen of toesje en koetele zo gebruikt gaan worden.

Even naar de koet. Dat is een ander woord voor bed, althans: de plaats waar je lekker ligt. Nooit het houten of metalen bed zelf, nee: eigenlijk een kuil. Kippen konden (na het scharrelen) lekker liggen ploenjere in een koet in d'n haof. Ik tref u daar de volgende keer.

Kartoesj en batraaf

Verder moet ik mijn mening over eine toesj in de betekenis: druk of brutaal wicht toesje (ruilen) voor een betere. Toos Schoenmakers herinnerde zich de halve uitbrander: doe nutte toesj. Uit Landgraaf kwam de uitdrukking eine wilje toesj: een wildebras, en ik bracht die woorden in verband met de toesj (kort uitgesproken, Duits Tusch, vaak zie je touche, Frans voor onder meer aanraking): een muzikaal applaus. Ik opperde dat mede omdat toesje (kort uitgesproken) een van de vele woorden voor slaan is.

Dat zal wel, reageerde mevrouw Wijckmans uit Brunssum, "maar wij zeggen: eine wilje kartoesj. Ze had er een verklaring voor gevonden. "Ik denk dat dat woord van Cartouche komt, een Franse misdadiger."

Dat vind ik zo'n gek idee nog niet. Cartouche was de bijnaam van de vermaarde Franse boef Louis Bourguignon (1693-1721). Hij wordt wel aangeduid als brigand, en dat betekent ook: kwajongen, deugniet - een soort batraaf.

Stoeiziek meisje

Nou was die Cartouche wel wat meer, anders had hij die bijnaam niet gekregen, want een kartoesj is een met kruit gevulde huls, in het Nederlands kardoes. Je kunt ze in het veld nog vinden - de hagel zit dan in een konijn of patrijs. Heel lang voor de ontdekking van het buskruit was de cartouche een huls van perkament, papier, noem maar op.

Terug naar boef Louis. Diens strapatsen spraken tot de verbeelding, er verschenen verhalen over hem, en waarom zou zijn naam (een heimelijk bewonderd man misschien) niet in Brunssum beland zijn - of in Sittard en Susteren? Het woordenboek van Susteren heeft: kartósj, patroonhuls en: wild, stoeiziek meisje. In Hasselt zou kertoesj ook een bijwoord zijn, betekenis: onbetrouwbaar, bedrieglijk: hae woor onnag zoe kartoesj van mich nieks te zèkge. Een prachtige zin, ook met dat van - en we constateren: taal is voor veel mensen nog heel boeiend. Daar gaat het me om.

Wouf gevraagd

Nog wat sjaele kal. Een maand geleden bij Batailles Carnavallade, een optocht van carnavalsliedjes, buuttoppers, bijeengegaard door Ger Bertholet (op de Limburgse radio), hoorde ik een parodie op het programma De Ruilbeurs. Een man vroeg twie pupse in ruil voor eine wouf (wolf). Een schitterende vondst.

Hoezo dan? Een wolf toesje voor puppies, wat is dat allemaal?

Kom Kuipers: pupse zijn geen pups (hondjes). Nee - maar ik lees net dat in de nieuwe roman van Mulisch pubs (kroegen) zou staan plaats pups. Toch geen beslissing van een schoolmeester die bang was voor een Limburgs woord?

Allez: pupse zitten in de ooghoeken. Ze heten ook strontjes. Volgens collega Prikken (van de Taallien, die helaas gaat verdwijnen) komt pups van pupil, Latijns pupula. Hij verwijst ook nog naar "de poppetjes van mijn ogen": ook pupillen. Anderen denken daar anders over, maar laten we het niet te ingewikkeld maken, want we moeten nog naar het woord wolf.

Het WNT (zie boven) onderscheidt niet minder dan zeventien betekenissen van dat woord. Bij betekenis 17: kluit samenhangende massa (zo leer je nog wat), staat onder punt D een speciale betekenis, alleen in Limburg bekend: verhard, verdroogd neusvuil. Als verklaring geeft de samensteller van een oude (1914) lijst met Maastrichtse woorden: "waar kinderen vaak jacht op maken."

Leuk gevonden, maar waarom zou het geen klein kluitje zijn? Zo was in de Zaanstreek een wolfie een kliekje. En in Zuid-Limburg heet neusvuil vaak koet - en dat is hier zeker geen kuil.